*

 

Niemand wilde de AOW-zwartepiet

Lex Oomkes − 26/03/09, 00:00

Het kostte de onderhandelaars van de coalitiepartijen weinig moeite om vast te stellen dat de AOW-leeftijd omhoog moet. Desondanks werd gisteren een veel vagere formulering rond de AOW gepresenteerd. Waarom?

Het is wellicht het meest spectaculaire punt uit het crisisakkoord van ChristenUnie, CDA en PvdA, maar vreemd genoeg kostte het weinig moeite om de neuzen tijdens de onderhandelingen van de afgelopen twee weken allemaal in dezelfde richting te krijgen. Vrijwel onmiddellijk na het begin van de onderhandelingen waren de zes onderhandelaars het erover eens dat de AOW-leeftijd niet langer op 65 jaar te houden viel. Het alternatief om de vergrijzingskosten na 2015 op te vangen dat de coalitie bij de formatie afsprak – een begrotingsoverschot van jaarlijks één procent vanaf 2001 – is in rook opgegaan.

Opvallend genoeg hadden de onderhandelaars meer tijd nodig om het zo in het vat te gieten, dat in de beeldvorming niet één van de partijen exclusief zou kunnen worden aangewezen het initiatief voor de verhoging van de AOW-leeftijd te hebben genomen.

De AOW-leeftijd, zo werd afgesproken, zou vanaf 2011 of uiterlijk vanaf 2012 in stappen van een maand per jaar worden verhoogd. Zo zou in 2035 of uiterlijk in 2036, rond het hoogtepunt van de vergrijzing, de AOW-leeftijd op 67 jaar komen te liggen. Uiteindelijk betekent dat een besparing op de AOW van rond vier miljard euro.

Tijdens de onderhandelingen zaten echter VNO-directeur Niek Jan van Kesteren en FNV-bestuurder Wilna Wind bij wijze van spreken aan dezelfde tafel. Parallel aan de onderhandelingen werd immers met werkgevers en werknemers gesproken over een tegelijkertijd te sluiten centraal akkoord tussen kabinet en sociale partners.

In die parallelle onderhandelingen was het verzet tegen een verhoging van de AOW-leeftijd veel groter. Niet bij de werkgevers en ook niet bij een deel van de werknemersorganisaties, maar met name bij de FNV.

Begin deze week werd daarvoor de oplossing gevonden. Werkgevers en werknemers krijgen tot oktober de kans om met een alternatief te komen. De FNV is verguld met die ruimte en de werkgeversorganisaties gunnen de grootste vakcentrale die ruimte. Sterker, aldus een woordvoerder van VNO-NCW, we zullen ons uiterste best doen om tot een unaniem advies te komen van werkgevers, werknemers en kroonleden van de Sociaal-Economische Raad (Ser).

Het is echter niet helemaal vrijheid blijheid voor de sociale partners. Welk alternatief er ook bedacht wordt, er dient eenzelfde bezuinigingsbedrag uit te volgen als een verhoging van de AOW-leeftijd met twee jaar. En daar zit de crux. In de coalitiepartijen in de Tweede Kamer zijn de optimisten die denken dat dat werkgevers en werknemers zal lukken met een lampje te zoeken.

FNV-voorzitter Jongerius kwam gisteren met een aantal alternatieven die er inderdaad niet op duiden dat de Ser nu even snel met alternatieven zal komen.

Jongerius heeft de voorkeur voor de zogeheten fiscalisering van de AOW. Daarmee wordt de AOW meer uit de belastingen betaald en minder uit de AOW-premies. Belangrijkste gevolg is dat ook gepensioneerden zelf gaan meebetalen aan de AOW en des te meer naarmate ze een hoger aanvullend pensioen hebben.

Fiscalisering levert echter minder op dan verhoging van de AOW-leeftijd. Dus had Jongerius nog wat maatregelen: de AWBZ wordt meer betaald door de hogere inkomens en de hoge inkomens wil zij meer laten bijdragen door de rente over een hypotheek van meer dan een miljoen euro niet langer aftrekbaar te maken.

Een dergelijk pakket dat inzet op een behoorlijke nivellering van netto-inkomens is voor de werkgeversorganisaties onaanvaardbaar. In welke richting bij de werkgevers dan wel wordt gedacht is nog een raadsel. Een VNO-woordvoerder wil slechts kwijt dat de werkgevers met een open opstelling het overleg ingaan.

Naar verluidt zijn de werkgevers er wel van overtuigd dat, mocht de AOW-leeftijd toch omhoog gaan, het ’vrijwel onvermijdelijk’ zal zijn ook de leeftijd waarop het aanvullend pensioen tot uitkering komt naar diezelfde leeftijd op te trekken. Een punt dat ongetwijfeld tot zware onderhandelingen met de vakbeweging zal leiden. Anders dan bij de AOW zal dat per pensioenfonds moeten worden uitonderhandeld.

mailIcon print |