Het kabinet toont moed met het besluit de AOW-leeftijd tot 67 jaar te verhogen. In de afgelopen decennia is meer dan eens gebleken hoe politiek en electoraal riskant het is aan deze volksverzekering te morrelen.
Dat laat zien hoe sterk het sentiment nog altijd is dat aan deze eerste sociale verworvenheid in het naoorlogse Nederland is verbonden. Het kabinet heeft echter goede argumenten voor de ingreep en het heeft daarvoor het juiste moment gekozen.
De economische crisis vraagt van iedereen een bijdrage, zei premier Balkenende gisteren in zijn toelichting op het crisispakket. Dat betekent dat van ouderen dus net zozeer iets mag worden verlangd als van jongeren. Verhoging van de AOW-leeftijd draagt niet direct bij aan het beteugelen van de crisis, maar deze maatregel versterkt wel de houdbaarheid van de pensioenen op langere termijn. Bovendien wordt voorkomen dat er spanningen ontstaan tussen de generaties. Als ouderen langer doorwerken vermindert dat de druk op de jongeren als gevolg van de vergrijzing.
Hoewel de kogel nu door de kerk is, heeft het kabinet de vakbeweging en de werkgevers nog een half jaar de tijd gegeven naar een alternatief te zoeken. Het is op dit moment nog niet goed in te schatten wat de betekenis is van dit respijt. Het lijkt vooral een illustratie van de typische polderdemocratie in Nederland, die inhoudt dat hervormingen slechts voetje voor voetje tot stand komen. Dat houdt de boel bij elkaar en schept draagvlak, maar brengt als nadelen veel gemodder en ondoorzichtigheid mee.
Het sociaal akkoord dat dinsdag tegen middernacht tot stand kwam, vormt op deze regel geen uitzondering. Natuurlijk telt het resultaat – en wie weet heeft het Catshuisakkoord dezelfde positieve invloed op het economisch herstel als in de jaren tachtig het Akkoord van Wassenaar –, maar het blijft onbevredigend dat de Tweede Kamer op het resultaat nauwelijks of geen invloed meer kan uitoefenen.
De oppositiepartijen rest niet veel anders dan blazen en stampvoeten, wat ook weer twijfel oproept over de geloofwaardigheid van hun argumenten. Zo gaat de gisteren veelgehoorde uitroep ’Is dit alles?’ voorbij aan de realiteit van de crisis, die vooral te wijten is aan de ingezakte wereldhandel, en aan de relatieve betekenis van wat de overheid vermag. Het Kamerdebat verliest aan zin als de coalitie vlucht in beslotenheid en de oppositie in overdrijving.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.