opinie Ook ik ben wel eens bij de Britse grens tegengehouden. Het was een heldhaftig en glorieus moment. Met de auto was ik in Hoek van Holland de boot opgereden en nu reed ik er in Harwich weer af, een klassieke overtocht.
Ik had in die tijd een nogal grote en snelle auto, een Alfa Romeo, en ik sluit niet uit dat dit vehikel mede verantwoordelijk was voor mijn aanhouding omdat ze ‘m misschien niet passend voor mij vonden. Ik was niet van plan haat in Engeland te gaan zaaien, ook had ik geen opruierige films op zak, noch stond mijn naam genoteerd in het grote boek van de douaniers. Het moet dus iets anders zijn geweest.
Ik denk dat ze op zoek waren naar criminele feiten. Reeds bij het ontschepen was iedereen zonder aanzien des persoons door naargeestige honden belaagd, die op zoek waren naar drogerende middelen en andere typisch Nederlandse zonden, die wij natuurlijk allemaal Engeland wilden binnensmokkelen om de bevolking aldaar deelgenoot te maken van ons verdovende geluk. Schijnbaar lukraak maar in feite nauwkeurig afgericht en getraind, snuffelden de beesten overal aan en in, gevolgd door een agent, voor wie het beroep van rechercheur duidelijk te hoog gegrepen was en die dus maar bij de hondendienst terecht was gekomen. Na dit vruchteloze onderzoek (niemand van ons had wiet bij zich of een joint in z’n borstzakje) waanden wij ons reeds op Britse bodem maar in mijn geval bleek dat voorbarig. Toen wij een soort tunnel doorreden waarachter Albion reeds gloorde, werd ik opzij gedirigeerd.
Dit keer was het niet mijn lijf of tas die de grenswachten in de smiezen meenden te hebben maar mijn auto. Eerst vroegen ze mij of ik wist wat cannabis was. Ik had mij inmiddels voorgenomen zo rustig mogelijk te blijven en antwoordde naar waarheid: jazeker. Volgende vraag: of ik het misschien bij mij had. Nee, zei ik, ik heb geen cannabis bij me. Kennelijk geloofden ze me niet want nu kreeg ik het consigne de achterbak te openen, waar het, moet ik toegeven, een onordelijke bende was, van lege olieflesjes, een paardendeken, oude kranten en zelfs een tennisbal. Weer kwam de hond eraan te pas die in de bak mocht gaan staan dansen en snuiven.
Vervolgens trokken ze van beide voordeuren de panelen af, want daar zou het dan wel achter liggen, het verboden spul. Toen ook daar niks tevoorschijn kwam togen ze naar de wielen en verwijderden de wieldoppen, inderdaad een prima plaats, ik zou er zelf niet op gekomen zijn. Tenslotte moesten ze zwichten voor zoveel onschuld. Helaas, ik zou de harmonie en de openbare veiligheid niet in gevaar brengen. Zonder de Wall Street Journal te halen mocht ik doorrijden. Jammer dat er, behalve de douaniers, niemand getuige van was.
Hoe heerlijk moet het zijn om onder camera’s en in de aanwezigheid van de ambassadeur aangehouden en teruggestuurd te worden. En dat zonder dat iemand de odium die je zogenaamd komt zaaien kan aanwijzen. Betere propaganda kun je je niet wensen. Pontificaal de deur gewezen. Met de vertoning van Flutna had Wilders geen groter publiek kunnen bereiken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.