*

 

Brandstof voor het leven

Anniek van den Brand − 31/08/10, 00:00

Naar het voorbeeld van de populaire Engelse School of Life is Brandstof opgericht, een ’denkstation voor levensideeën’. Er is een belangrijk verschil. De Nederlandse variant wil verre blijven van de therapeutische hoek. „Wij blijven van mensen af.”

  • Laurens Knoop, Jet Hangelbroek en Vincent Wensink (vlnr) zijn de oprichters van Brandstof. (FOTO MAARTJE GEELS)

Het weekeinde had ’familie’ als onderwerp. De twee dagen in de Londense School of Life waren buitengewoon inspirerend. Nog minstens een week zinderde het na. Ze waren ’niet suf geluld’, ’niet geïndoctrineerd’, maar ze hadden iets beleefd, ze waren geraakt. Toen wisten Laurens Knoop, Vincent Wensink en Jet Hangelbroek het zeker: ook Nederland moet aan een ’denkstation voor levensideeën’.

Op de zolder van een bedrijfsgebouw aan een van de hoofdstedelijke grachten huren ze twee bureaus. De voormalige managementconsultants waren ongetwijfeld beter gewend dan een kamer onder de dakspanten zonder uitzicht. Maar je moet er iets voor over hebben om je dromen na te jagen.

Het was zo’n typisch koffieautomaatmoment, zegt Laurens Knoop (37). Op maandagochtend vroeg hij een collega of ze in het weekeinde nog iets leuks had gedaan. Ja, vertelde die enthousiast. Ze was naar de School of Life in Londen geweest. Daar had ze een korte cursus gevolgd over duurzaamheid. Saai? Helemaal niet saai! De cursus heette ’Guerilla gardening’. Het ging wel over duurzaamheid, maar op een verfrissende, geestige, niet dogmatische manier. Als klap op de vuurpijl was de hele groep ’s nachts stiekem plantjes gaan zetten op de onmogelijkste plaatsen in de Britse hoofdstad. Fantastisch had ze het gevonden.

De collega had ook wel zin gehad in de workshop van de beroemde fotograaf Martin Parr, die zijn cursisten een weekeind mee Londen in nam voor fotografielessen, maar die zat vol. Ze wilde graag nog eens terug voor een ’preek’. Die van comédienne Ruby Wax over ’Loving your ego’ had ze heel graag bijgewoond. Maar ook daar waren de 450 stoelen in een mum van tijd uitverkocht geweest. Uit heel Europa kwamen mensen af op de activiteiten van het kleine boekwinkelachtige studiecentrum in de buurt van het Londense Picadilly Circus. Om zich te laten inspireren, te laten verrassen en om na een paar uur of een paar dagen opgeladen het pand (en vaak: de stad) weer te verlaten.

Knoop surfte naar de site van de School of Life en wist in een flits: dit vind ik mooi. Hij praatte erover met zijn jongere collega Vincent Wensink (26). Die wilde ’veel meer dan alleen naar cijfertjes kijken’, zoals hij zelf zegt. „Mijn wens is iets van de grond af opbouwen. Laurens’ idee sprak me onmiddellijk aan.’’ Samen vlogen ze naar Londen. Ze raakten enthousiast en besloten: we doen het.

En nu zitten ze op die Amsterdamse zolder, te broeden op plannen. De eerste (proef)bijeenkomst over Zinvol werk – die binnen twee uur was uitverkocht – is inmiddels achter de rug. „Het was mooi, de deelnemers gaven ons zevens, achten en negens, maar naar onze smaak moet het nog meer zinderen”, zegt Knoop.

Wat ze willen, weten ze heel goed. „Op een aanstekelijke, plezierige toon praktische kennis aandragen die mensen helpt grootse oplossingen te vinden voor alledaagse levensvragen.’’ Alledaagse levensvragen? Wensink: „Denk aan werk, liefde, familie, geld. Filosofen, wetenschappers en kunstenaars houden zich al eeuwen bezig met deze thema’s. Wij willen mensen in aanraking brengen met hun denkwerk. De meeste mensen uit onze doelgroep – hoogopgeleide twintigers, dertigers en veertigers – nemen de tijd niet om een filosofisch werk te lezen, terwijl ze wel geïnteresseerd zijn in dat prachtigs. Het is allemaal al geschreven, het is allemaal al bedacht, het goud ligt op straat. Alleen moet iemand het even op een mooi presenteerblaadje aanreiken. En dat is precies wat wij willen doen.”

Toonaangevende denkers en inspirerende sprekers vinden, benaderen en doordringen van het idee waar Brandstof, de Nederlandse afgeleide van de School of Life, voor staat, is nog het meeste werk. Knoop: „We zoeken naar een combinatie van denken en doen, dus geen ellenlange lezingen waarbij het publiek zit te schuiven op zijn stoel. Er moeten leuke opdrachtjes in zitten die mensen aan het denken zetten. Diepgaand maar lichtvoetig. De sprekers moeten blokken verzorgen met, wat wij noemen, intellectuele belevenissen. We zoeken wetenschappers, filosofen, kunsthistorici, noem maar op.”

Een wezenlijk verschil met het Londense voorbeeld: Brandstof wil verre blijven van de therapeutische hoek waarin de Britten zich begeven (met bijvoorbeeld psychotherapeutische ’familieopstellingen’). „Wij blijven van mensen af”, zegt Knoop. „We reiken ze dingen aan, maar we gaan iemand niet vertellen hoe hij is en hoe dat anders moet.”

De bijeenkomsten zijn op ’inspirerende’ locaties in Amsterdam. Een vast pand in de hoofdstad zou mooi zijn, maar is ook begrotelijk, zeggen Knoop en Wensink. Eerst maar eens zien hoeveel van de berekende 50.000 tot 100.000 potentieel geïnteresseerden er naar de eerste bijeenkomsten komen. „Een ander gevaar is dat je wel volle zalen trekt maar met de verkeerde mensen’’, zegt Knoop. Onder ’verkeerde mensen’ schaart hij types die teveel hun eigen punt willen maken, hun persoonlijk verworven inzichten willen ’delen’ met alle aanwezigen of mensen die ’teveel in de Happinez-hoek’ zitten: new age-achtigen met dogmatische ideeën over wat wel en niet deugt.

„We willen hoogopgeleide, jonge stedelingen met een positieve en gedreven levenshouding. We streven ernaar mensen een intellectuele injectie te geven. Soms wordt van de aanwezigen gevraagd in groepjes van twee of drie na te denken over bepaalde vragen, maar in principe is het individueel. Het gaat erom wat jíj ervan leert, en het is niet de bedoeling dat je dat aan de groep presenteert. Mensen die van groepssessies houden, zitten bij ons niet op het juiste adres. Begrijp me goed: er is wel sprake van een groepsproces maar niet van een groepsuitkomst. Het gaat er puur en alleen om dat jíj er iets aan hebt.”

De Londense School of Life weet mensen van over de hele wereld te enthousiasmeren. Een Duitse journalist wist zeker dat zo’n prikkelend cursusinstituut in zijn land niet zou kunnen bestaan. Het lesaanbod zou volgens hem meteen loodzwaar worden omdat Duitsers nu eenmaal de spitse Britse humor ontberen.

Geldt dat ook voor Nederland? Wordt het hier al snel te serieus of juist te plat? Het is zoeken, zegt Wensink, het blijft een experiment. „We hebben een idee, willen er hard voor werken, we denken dat het kan, maar we gaan niet beweren dat we zeker weten dat het goed komt. Onze droom staat: we willen dat mensen duizelig van de indrukken onze bijeenkomsten verlaten en we willen ervoor zorgen dat ze nog minstens een paar dagen moeten herkauwen. Maar we zullen zien.”

mailIcon print |