*

 

Het staatshoofd is verstandiger dan onze echte politici

Lex Oomkes − 30/06/10, 00:00

Ons staatshoofd toont zich met de benoeming van Herman Tjeenk Willink tot informateur een verstandiger politicus dan de Haagse politici zelf. Zij, en de vorige informateur Uri Rosenthal, dachten nog wel een tijdje op dezelfde voet door te kunnen gaan als de afgelopen twee weken en drongen in hun adviezen grosso modo aan op een informateur uit de kringen van VVD en PvdA.

De koningin was echter verstandiger. Zij had tenminste door, wellicht op aandringen van haar niet aan politieke partijen gebonden adviseurs, onder wie Tjeenk Willink zelf, dat die spelletjes wie-met-wie nog wel een tijdje door konden gaan. Het CDA wil niet met Wilders en Rutte om de tafel, Rutte wil geen Paars en Cohen wil geen centrumkabinet van VVD, CDA en PvdA.

De politieke leiders houden elkaar zo omklemd in een eindeloze omhelzing, waarvan de schade voor de parlementaire democratie –Tjeenk Willink refereerde er zaterdag na aanvaarding van zijn opdracht aan– potentieel groot kan zijn. Hij is aangesteld om, in een tussenstap, zoals het officieel heet, tot een doorbraak te komen.

Tjeenk Willink was zaterdag lichtelijk ontstemd over het feit dat bij zijn benoeming werd gerefereerd aan zijn lidmaatschap van de PvdA. Hij is lid van die partij, daar gaat het niet om, maar dat is niet de reden dat de koningin hem voor zijn nieuwe, hopelijk kortstondige taak benaderde. Tjeenk Willink staat, als vicepresident van de Raad van State als het ware net zo ver boven de politieke partijen als het staatshoofd.

Hij is benoemd met als eerste taak de politieke kopstukken van dit land wakker te schudden. Dat is nodig om partijen zover te krijgen dat er inhoudelijk eindelijk eens met elkaar onderhandeld wordt, maar er is meer.

Tjeenk Willink hamert al een tijdje op de slechte staat waarin onze parlementaire democratie zich bevindt. Hij deed dat nog onlangs bij de presentatie van het jaarverslag van de Raad van State en delen van die kritiek herhaalde hij zaterdag. Althans, hij herhaalde zijn conclusie uit april dat het bieden van zekerheid aan burgers kenmerkend is voor de democratische rechtsstaat. Zekerheid leidt tot vertrouwen, gebrek aan vertrouwen tot onzekerheid. Aandacht voor de democratische rechtsstaat dient dus onderdeel te zijn van een beleid dat de economische crisis het hoofd moet bieden.

In april, bij de presentatie van zijn jaarverslag, ging Tjeenk Willink verder. Toen noemde hij ook noodzakelijke veranderingen, die dat vertrouwen moeten vergroten. Meer evenwicht tussen markt en overheid en, in dit kader relevant, meer echte inhoudelijke politieke debatten over oplossingsrichtingen.

Bij een formatie is dat laatste van eminent belang, zeker nu er pogingen worden gedaan kabinetten te smeden met veel deelnemende politieke partijen (Paars plus) of het hele politieke midden (VVD, CDA en PvdA).

Veel partijen of alle vleugels in een kabinet (wat toch het geval is met de laatste variant) betekent veel gestold wantrouwen en maakt de kans op open debatten in de Kamer alleen maar kleiner. De neiging tot alles dichttimmeren is levensgroot.

Tjeenk Willink zal er een hele opdracht aan hebben de fractievoorzitters van de juistheid van zijn gedachten te overtuigen. Een poging is het zeker waard. Niet geschoten is in ieder geval mis.

mailIcon print |