In Nederland komen per jaar ongeveer elfhonderd mensen in het verkeer om het leven. Toch is er niemand die om die reden de weg niet op gaat. In de veertig jaar dat ik militair was wist ik dat ik bij operationele inzet voortijdig het leven zou kunnen laten, andere mensen zou moeten doden of anderen grote schade berokkenen. Desondanks werd en bleef ik militair.
Jan Schaake, algemeen secretaris Kerk en Vrede, suggereert in Trouw van 25 juni dat Defensie pijnlijke vragen verhult. Nooit heb ik vragen verhuld of verdrongen, ook Defensie doet dat niet. Militairen stellen ze niet omdat ze het antwoord weten en dat is iets anders dan verhullen.
Militairen onderscheiden zich van andere beroepsgroepen doordat zij het geweldsmonopolie bezitten in alle omstandigheden waarin optreden door andere overheidsdiensten ontoereikend is. Van militairen wordt verwacht dat zij rechtmatig gegeven opdrachten onvoorwaardelijk uitvoeren, zelfs bij gevaar voor eigen of andermans leven.
Dat bij dat toepassen van geweld ook burgerdoden en -gewonden vallen is uiterst triest maar onontkoombaar. Dat er ondanks de moderne technieken soms meer schade wordt aangericht dan noodzakelijk is eveneens te betreuren. Overigens heb ik in mijn veertigjarige militaire loopbaan nooit het verlangen gevoeld iemand te doden of om vernielingen aan te richten, maar als het onze goede zaak zou hebben gediend, zou ik geen moment hebben geaarzeld. Laat ’Kerk en Vrede’ eens kennis nemen van de lessen militaire ethiek aan de Defensie Academie in Breda of de Militaire School in Weert.
Het is een klap in het gezicht van de Uruzgan-gangers en nabestaanden om te vragen waarvoor de dode, gewonde en getraumatiseerde militairen zijn geofferd. Bovendien: Wat zou er met Uruzgan zijn gebeurd als zij daar niet waren ingezet?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.