*

 

Een pesthekel aan moralisme

Gerrit-Jan KleinJan − 30/06/10, 00:00

Honderd jaar na de oorsprong van het fundamentalisme onderzoekt Trouw het fundamentalistische gehalte van Nederland. Vandaag: Bert Brussen, internetprovocateur. Hij heeft een F-factor van 18 procent.

  • "Fundamentalisme bestrijd je alleen door er keiharde kritiek op te leveren. Waarom zou ik geen grap over Mohammed of Jezus mogen maken, terwijl ik wel van alles over Harry Potter mag roepen?" (PETRA BEIL)

Hij schrijft met plezier voor weblog GeenStijl. Bij de website, die zichzelf aanprijst als ’tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’, vindt Bert Brussen (34) aansluiting met zijn manier van denken. Woorden als ’cynisch’ en ’zinloos’ komen daarin opvallend vaak voor.

Aan moralisme heeft hij een pesthekel. Dat blijkt ook weer tijdens het invullen van de Funditest. Neem bijvoorbeeld de tweede stelling uit de vragenlijst. ’Mijn waarden en normen zijn niet alleen goed voor mij, maar voor iedereen’, luidt die. Van die gedachte alleen al krijgt hij bijna zure oprispingen. Brussen: „Christenen weten altijd precies wat vies en fout is en wat verboden moet worden. Kijk, ook ik vertel natuurlijk graag wat ik vind, maar het is natuurlijk verschrikkelijk om dat aan anderen op te leggen. Dat je voor zestien miljoen Nederlanders of zelfs alle zes miljard mensen op de aarde zou kunnen bepalen wat het beste is. Wat een arrogantie. Een overtuiging is alleen toepasbaar op jezelf.”

Wie actief is op internet komt Bert Brussen regelmatig tegen. Hij tikt niet alleen stukjes voor GeenStijl. Ook een handvol andere sites en tijdschriften voorziet hij op bestelling van snedige inhoud. Zijn handelsmerk is sarcasme, directheid en het bewust afzien van politieke correctheid. Ooit studeerde hij wijsbegeerte in Nijmegen. Maar dat maakte hij nooit af. Zijn mensbeeld is, zegt hij, ’uitermate pessimistisch’. „Ik zie de mens als een gekooid dier. Mensen streven allemaal naar macht en iedereen is van nature slecht. Je hoeft alleen al naar de geschiedenis van de afgelopen eeuw te kijken om dat te zien. Of mensen uit religie een hogere moraal halen? Kijk naar het Oude Testament, zou ik zeggen. Daarin worden onder het mom van geloof voortdurend andere stammen afgeslacht. Ook religie is een manier om macht uit te oefenen.”

Brussen windt er geen doekjes om. „Ik ben atheïst.” Hij heft een wijsvinger omhoog: „Ik wil daarbij wel de kanttekening maken dat ik nadrukkelijk géén agnost ben. Dat is zo’n slappe term waarachter veel ongelovigen zich verschuilen. Zeg dan gewoon dat je nergens in gelooft. Het bestaan is zinloos. Er is niets voordat je geboren wordt en na het leven komt er ook niet wat.”

In de filosofie van Brussen is het dan ook tamelijk onzinnig om levensvragen te stellen. „Dat we er zijn is puur toeval. Dat is echt niet gewild. Darwin is wat dat betreft mijn grote held. Hij heeft een prachtig systeem bedacht dat antwoord geeft op de vraag waarom we er zijn. Ook altruïsme hoort daarin thuis. Het biedt namelijk evolutionair voordeel om aardig te zijn voor anderen.”

„Ik ben ook anti-christelijk”, voegt de blogger er even later nog ten overvloede aan toe. Hij had net zo goed ’anti-islamitisch’ of ’anti-moralistisch’ kunnen zeggen. Hij ziet zichzelf als fel bestrijder van alles wat met geloof of moraal te maken heeft. Orthodoxe christenen en moslims krijgen er dan ook dikwijls fel van langs in zijn stukjes, net als personen die zichzelf als ’progressief’ en ’links’ aanprijzen. Volgens Brussen sluiten al deze mensen anderen uit die niet hetzelfde denken als zij.

Door dat soort lieden, stelt Brussen, staat zijn belangrijkste waarde onder druk: maximale vrijheid. „Misschien dat het nu iets minder wordt doordat de christenen uit het kabinet zijn. Maar neem nu euthanasie. Waarom zou ik niet zelf mogen bepalen wanneer ik dood wil?” Hij heeft nog een voorbeeld. „Ik moet me bijna elke dag verantwoorden dat ik voor GeenStijl schrijf. ’Moet dat nou zo negatief?’, vragen mensen je dan. Ga je naar een feestje dan wordt het stil in de groep als ik zeg voor die website te schrijven.” Sarcastisch: „Ik ga dan ook zelden naar feestjes.”

Bij de stelling dat het scheppingsverhaal precies vertelt hoe de aarde is ontstaan, klinkt er een honend lachen uit de mond van Brussen. „We hebben veel te veel respect voor religie. Gelovigen hebben als het erop aankomt nooit goede argumenten. ’Het staat in de Bijbel’, tja, zo’n geloofsargument, dat zegt me niet zoveel. Ik kan toch niet controleren of God bestaat? Fundamentalisme bestrijd je alleen door er keiharde kritiek op te leveren. Waarom zou ik geen grap over Mohammed of Jezus mogen maken, terwijl ik wel van alles over Harry Potter mag roepen?”

Pas geleden zat hij zich nog te verbijten toen hij naar een televisieprogramma van de Evangelische Omroep keek. Bij een uitzending van ’Knevel & Van den Brink’ was Johan Huibers aangeschoven, de man die in Werkendam de ark van Noach heeft nagebouwd. Brussen: „Zo’n man verkondigt daar dat de aarde zesduizend jaar geleden geschapen is, dat dinosaurussen gras aten en dat pinguïns zo naar de ark konden lopen omdat de continenten nog aan elkaar vast zaten. Het is stuitend dat zo iemand daar dan geen enkel weerwoord krijgt. Met dergelijke aantoonbare onzin wordt veel te respectvol omgegaan.”

mailIcon print |