Geniet je van de zon in de Dordogne, ga je niet zeuren over een bordje broccoli dat leeg moet. Toch? Beter van wel, zeggen de deskundigen. Want 'opvoeden light' kan je vakantie lelijk verprutsen.
Je komt precies op het juiste moment, zegt supermarktmanager Arjan Duquesnoy (40). Zijn zoon Storm (3) heeft zich net meester gemaakt van een grote zak snoep. Hup, inleveren, zegt Duquesnoy op niet al te strenge toon. Hij doet alsof hij niet ziet dat een deel van de buit aan Storms handjes blijft kleven.
„Op vakantie zijn we makkelijker”, vertelt Storms moeder en onderneemster Lilian van der Klauw (29). „We hebben dan niet zo’n zin om de strijd aan te gaan, omdat we zelf ook vakantie hebben.” Tijdens hun verblijf op camping De Lakens in Bloemendaal aan Zee geldt een opvoedregime light. Zo lag Storm gisteren na een etentje pas om half elf in bed. „Dat doen we thuis echt nóóit.”
Het echtpaar drinkt koffie op de met WK-parafernalia versierde veranda voor hun tent. Storm scharrelt goedgemutst rond. Maar hij kan ook gillen en huilen, verzekert zijn moeder. „Gelukkig hoor ik hier ook andere kinderen krijsen. Dan denk ik, bij de buren is het net zo.”
Opvoeden tijdens de vakantie, hoe doe je dat? Hoe kalmeer je krijsende kinderen in een gehorige tent? En hoe combineer je de verlangens van veel ouders (uitslapen, lezen, even niks hoeven) met de neigingen van het gemiddelde kind (om zes uur opstaan, ook na die gezellige barbecue waarbij zijn ouders te veel rosé hebben gedronken, en de hele dag zeuren om ijsjes)?
Eén ding is zeker, zegt psychotherapeute Esther ten Brink, bekend van het tv-programma ’Eerste Hulp bij Opvoeden’: „Je kunt geen vrij nemen van je ouderschap.”
Ze snapt wel dat veel ouders op de Franse camping of in hun Spaanse huisje de teugels laten vieren. Dat zij willen ontstressen van hun werk en even geen zin hebben in het vaste kinderritme: zes uur eten, óók je broccoli, en om half acht naar bed.
Maar, zegt Ten Brink, de optelsom van kinderen én losse teugels is vaak een puinzooi. Oververmoeide kinderen die ’s ochtends vroeg het hele hotel wakker blèren, of uitgerekend tijdens het restaurantbezoek waarop hun ouders zich zo hadden verheugd een scène schoppen. En oververmoeide ouders, die aan het eind van de vakantie amper een halve thriller hebben gelezen en met wallen onder hun ogen weer op hun werk verschijnen.
Voor kinderen is structuur heel belangrijk, benadrukt pedagoge Josje Burghard, verbonden aan het Servicebureau opvoedingsondersteuning en -training in Amsterdam. „Het gáát erom dat de wereld voorspelbaar is.” Dat betekent niet dat het campingleven een exacte kopie moet zijn van het leven thuis. Kinderen kunnen best met andere regels overweg, als ze die maar kénnen.
„Leg je kinderen uit wat er wel en niet mag op vakantie”, adviseert Burghard. „En bedenk zelf van tevoren: wat laat ik los, aan welke regels verbind ik wel consequenties?”
Dat vraagt om pedagogische reflectie vóór vertrek. Moet de lastige eter ook tijdens de vakantie aan tafel blijven zitten tot zijn bord leeg is? En wat te doen met de driftige peuter? Laten uitrazen in de tent? Of lijmen met een ijsje en thuis opnieuw beginnen met wat in opvoedhandboeken zo mooi ’het negeren van negatief gedrag’ heet?
Ouders moeten hierin heldere keuzes maken, zegt Burghard, en niet elke dag ad hoc (en dus voor kinderen ondoorgrondelijke) beslissingen nemen. En zich vervolgens houden aan opvoedregel nummer één: consequent zijn, óók tijdens de vakantie.
Dat onderschrijft Ten Brink, zelf moeder van twee volwassen kinderen. „Ik werd altijd uitgelachen door andere ouders, maar ik maakte een vakantieplan.” Daarin legden zij en haar man van alles vast: de bedtijden van de kinderen, het aantal ’feestavonden’ per week. „Je kunt zeggen: jullie mogen twee avonden laat naar bed. Eén avond kiezen wij, de andere jullie.”
In dat vakantieplan – dat Ten Brink ook van harte aan andere ouders aanbeveelt – ruimde zij nadrukkelijk tijd in voor zichzelf. Omstebeurt hadden zij en haar partner ’ochtenddienst’ – de ander sliep uit. En om de dag had een van de ouders een hele middag vrij – om te lezen, te fietsen, even geen vader of moeder te zijn. Ten Brink: „Zo’n schema klinkt duf, maar het werkt wel.”
Voor Storm en zijn ouders zit de vakantie aan zee er alweer op. Het was heerlijk, zegt Van der Klauw, en op een enkele restaurantscène na ging het met de driejarige prima. Die heeft genoten van het buitenzijn – het gezin heeft thuis geen tuin.
Voor een volgende vakantie wil Van der Klauw zo’n vakantieplan wel overwegen. Vooral in die taakverdeling – om en om ’dienst’ – ziet zij voordelen: „Wij zijn allebei gesteld op ons eigen ding.”
Nu vertrekt ze ’enigszins’ uitgerust uit Bloemendaal aan Zee. Slechts enigszins, vanwege de dagelijkse wekroep om zeven uur van de kleine man. Maar ach, zegt Van der Klauw. „Het belangrijkste is: mijn hoofd is lekker leeg.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.