Met een uiteindelijk verdiende zege op Portugal (1-0) heeft Spanje zich gisteren geplaatst voor de kwartfinale van het WK in Zuid-Afrika, als derde en laatste Europese land. De Spanjaarden hadden het in Kaapstad aanvankelijk moeilijk tegen Portugal, dat het eerste uur van de wedstrijd de gevaarlijkste ploeg was. Spanje staat nu voor de taak om de armetierige balans van het land op WK’s te doorbreken. Tegen Paraguay kan de ploeg zich zaterdag voor het eerst in zestig jaar plaatsen voor de halve finales van een WK.
Het verleden op wereldkampioenschappen leek in de eerste helft zwaar op het collectieve gemoed van de Spaanse ploeg te drukken. Het elftal, in 2008 Europees kampioen geworden, vond maar met moeite de ruimte om écht gevaarlijk te worden. Er waren voor rust wel wat schermutselingen voor het doel van de Portugees Eduardo, maar nooit ging daar een vloeiende aanval aan vooraf. De eindpass, zoals dat in jargon heet, bleef ondermaats. David Villa was met een mislukte voorzet het dichtst bij een Spaans doelpunt.
Spanje heeft een karige staat van dienst op mondiale eindtoernooien, met een zo goed als vergeelde vierde plaats op het WK van 1950 als voorlopig hoogtepunt. Sinds 1978 is het land onafgebroken actief op het hoogste niveau, maar verder dan een plaats in de kwartfinales (1986, 1994 en 2002) kwam het land nooit. Jarenlang werd aangenomen dat de culturele verschillen tussen de voetballers in de nationale selectie van het land te groot zouden zijn om succesvol te worden. Met Catalanen, Basken, spelers van Barcelona en voetballers van Real Madrid zijn de bloedgroepen evident.
Ook dit toernooi verloopt voor Spanje nog niet groots, met de onverwachte nederlaag tegen Zwitserland als meest opmerkelijke tegenvaller. Daarna won het elftal van bondscoach Del Bosque twee keer, van Chili en Honduras. Ook in die duels kon de ploeg niet overtuigen – vooral offensief was het spel van de Europees kampioen schraal. Portugal zette daar in de groepsfase overigens niet veel tegenover. De ploeg speelde twee keer doelpuntloos gelijk, tegen Ivoorkust en Brazilië. Een wervelend optreden tegen Noord-Korea (7-0) vergoedde echter veel.
Portugal kreeg in het eerste uur van het duel met Spanje ook de betere kansen, al acteerde sterspeler Cristiano Ronaldo vrij bleekjes. In de eerste helft was Tiago met een schot van afstand dichtbij een goal. Doelman Casillas bracht met de vuisten redding – ook in tweede instantie, toen Almeida de rebound wilde binnenkoppen. Almeida was ook direct na de pauze gevaarlijk, met een van richting veranderd schot, dat buiten het bereik van Casillas maar net voorlangs hobbelde.
Na een uur spelen was het toch Spanje dat de leiding nam, door een goal van opnieuw Villa. De zwaar tegenvallende Fernando Torres, de man van het enige doelpunt in de Europese finale van twee jaar geleden, deed toen al niet meer mee. Villa was in de 60ste minuut de laatste pion in een vloeiende aanval van de Europees kampioen. Het was al zijn vierde goal dit toernooi, waardoor hij nu samen met de Argentijn Higuain en de Slowaak Vittek aan de leiding gaat in het topscorerklassement van het WK in Zuid-Afrika.
De goal werkte bevrijdend op het gestel van de Spanjaarden, die in het vervolg van het duel nog volop kansen kregen om de score uit te bouwen maar daar, geheel in lijn met de eerdere duels dit toernooi, niet in slaagden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.