*

 

Alles draait om de zon in het dierenrijk

Van onze redactie groen − 30/06/10, 00:00

Zoals de lente pronkt met fris groen en nieuw leven en de herfst zijn aantrekkingskracht ontleent aan dunne mist tussen verkleurende bladeren, zo is de grootste charme van de zomer toch wel de zon. Jong en oud genieten van die warmte- en energiebron. Niet alleen mensen, ook dieren koesteren zich er maar wat graag in.

Sommige dieren zijn zelfs van de zon afhankelijk om te kunnen leven. Voor de gierzwaluwen bijvoorbeeld is de zon het kompas waarop ze in juli en augustus naar Afrika vliegen. En de eitjes van de zandhagedis zouden nooit uitkomen als de zon ze niet zou uitbroeden. Hoe warmer het is, hoe eerder de jonge hagedisjes uit hun ei kruipen. Laat de zon het een beetje afweten, dan kan het zomaar drie maanden duren in plaats van twee, voordat de zon de eitjes heeft uitgebroed.

In de eerder uitgekomen deeltjes ’Lentekriebels’, ’Herfstpret’ en ’Winterslaap’ vertelt Tialda Hoogeveen, voor kinderen van 8 tot 12 jaar, hoe dieren kleintjes krijgen, de herfst overleven en de winter doorkomen. In het nu verschenen ’Zomerzon’ legt ze uit waarom de gierzwaluw, het icarusblauwtje, de veldkrekel, de bever, de zandhagedis en de oorkwal zo gek zijn op de zon. Ze vertelt speels, in toegankelijke taal, en kan in de korte hoofdstukjes verbazend veel informatie kwijt.

Van elk dier beschrijft ze de levenscyclus, vertelt ze hoe lang het is, hoe zwaar en hoe oud het wordt, welke kleur het heeft, waar en wanneer je het kunt zien, en wat er opvallend aan is. Over de krekel lezen we dat zijn gehoororgaan niet op zijn hoofd zit, maar in zijn voorpoten. En over de zandhagedis, dat hij zijn staart kan loslaten bij gevaar, en zo aan zijn belager kan ontkomen.

Hoogeveen behandelt slechts zes dieren, maar aan het einde van elk hoofdstuk vertelt ze ook wat hun soortgenoten – andere vogels, vlinders, insecten, zoogdieren, reptielen en zeedieren – zoal in de zomer doen en of zij de zon net zo hard nodig hebben als bijvoorbeeld het icarusblauwtje.

Deze vlinder is een ware zonaanbidder, hij ’omhelst’ de zon met zijn vleugels. De zon is zijn motor. Zonder de zon kan het diertje zelfs niet bewegen, niet vliegen en niet eten.

De hoofdstukjes eindigen alle zes met een tip voor een doe-activiteit. Eenvoudig en helder legt de auteur uit hoe je een zonnewijzer maakt, een herbarium, hoe je kunt controleren hoe bruin je wordt in de zomervakantie (plak een pleistertje op je arm of been, steeds op dezelfde plek, en trek het er na de vakantie af). Ze vertelt hoe je met een glas water en een stuk papier een regenboog kunt maken en met een vergrootglaasje vuur (Doe dit buiten met je ouders, maar niet op de hei of in het bos, voegt de auteur hier als PS aan toe), en tenslotte hoe je een ei kunt laten dobberen als in de Dode Zee.

mailIcon print |