amsterdam – - De verschillende verdachten in het Trafigura-proces hebben in hun verweren vooral geprobeerd de zwartepiet bij elkaar neer te leggen. Maar ook justitie treft volgens hen blaam. Zij zou achteraf de zaak veel groter hebben gemaakt dan hij is, terwijl het openbaar ministerie in 2006 niets deed om het vertrek van de Probo Koala te voorkomen.
De pleidooien van de advocaten van de zes verdachten hebben in totaal twee weken geduurd. Morgen zal het openbaar ministerie op de verdediging reageren, waarna de advocaten als laatste reageren. De rechtbank in Amsterdam doet dan op 23 juli uitspraak.
Het kantoor van advocaat M. Wladimiroff, dat Trafigura bijstaat, ging deze weken vooral in op de ’mythe’ die rond dit bedrijf is ontstaan na de lozingen van het scheepsafval uit de Probo Koala in Ivoorkust in 2006. Hoewel in de Amsterdamse zaak Trafigura alleen wordt vervolgd voor het zonder toestemming in- en uitvoeren van gevaarlijke afvalstoffen en het overtreden van milieuwetten in Amsterdam, zijn de dumping in Afrika en de vermeende aantallen slachtoffers volgens de verdediging voortdurend in het proces betrokken. Terwijl er volgens Trafigura nog steeds geen bewijs is voor de relatie tussen het afval, en de slachtoffers.
De ’giframp’ komt volgens de verdediging voort uit ’de hetze vanmilieuactivisten, journalisten en politici tegen Trafigura’, en het bedrijf is in de publieke opinie al schuldig bevonden, voordat de rechtbank heeft geoordeeld. Justitie heeft volgens de advocaten driftig meegedaan aan het onterecht beschuldigen, en verspeelt daarmee het recht op vervolging.
De door Trafigura gehuurde Probo Koala wilde volgens justitie gevaarlijk scheepsafval afleveren in de Amsterdamse haven, maar vermelde in de vervalste vrachtpapieren dat het hier om onschuldig spoelwater ging. Toen de Amsterdamse afvalverwerker APS daar achter kwam en een hogere verwerkingsprijs vroeg, vroeg Trafigura het afval terug en loste het uiteindelijk bij een afvalbedrijf in Ivoorkust. Voor die gedragingen eist justitie een boete van twee miljoen euro. De advocaten spreken tegen dat Trafigura heeft gelogen over de lading. De kapitein van de Probo Koala heeft weliswaar gevaarlijke stoffen onvermeld gelaten in de papieren, maar hij handelde volgens Trafigura op eigen houtje. Ook geeft de verdediging aan dat justitie Trafigura vervolgt op basis van de Evoa-regeling, die de uitvoer van gevaarlijke stoffen naar ontwikkelingslanden verbiedt. Maar de lading van de Probo Koala was aan boord van een schip, en valt daarmee onder de Marpol-regeling die afvalstoffen van schepen reguleert. Justitie gaat er vanuit dat een deel van de lading al aan wal was gebracht en daarmee wel degelijk onder de Evoa valt.
De advocaten van de gemeente Amsterdam die in deze zaak wordt vervolgd omdat het afvalverwerker APS toestemming gaf de lading terug te pompen naar de Probo Koala, betoogden deze weken dat er geen andere opties waren. APS had de lading feitelijk nog niet geaccepteerd, dus het afval was nog in het bezit van de Probo Koala, ook al bevond die zich buiten het schip. Daarbij verwees de gemeente naar de onderlinge verschillen en tegenstrijdigheden in de Nederlandse milieuregelgeving, waarvoor juriste Liesbeth Vogelezang-Stoute van het Centrum voor Milieurecht in Amsterdam eerder in Trouw aandacht had gevraagd. De vervolging van Amsterdam door justitie is de gemeente overigens duidelijk in het verkeerde keelschat geschoten. De gemeente kón niets doen, justitie volgens de verdediging wél. Op basis van de strafbare feiten die justitie nu in het procesdossier aandraagt, had ze in 2006 ook direct kunnen reageren met een beslaglegging op de lading of het schip. Dan was de Probo Koala nooit uitgevaren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.