*

 

’De kerken zijn er niet klaar voor’

Geert Groot Koerkamp − 02/04/10, 00:00

De Russische overheid geeft bezittingen terug aan de Russisch-orthodoxe kerk en andere religieuze organisaties. Wetenschappers vrezen schimmels, roetschade en dieven.

  • De kunstcollectie in de opslagplaats van het Novodevitsjiklooster wordt naar elders verhuisd. (FOTO GEERT GROOT KOERKAMP)
  • Het Novodevitsjiklooster in Moskou is overgedragen aan de Russisch-orthodoxe kerk. (FOTO GEERT GROOT KOERKAMP)

Op een tafel in een museum in Vladimir ligt een twaalfde-eeuwse icoon van de Moeder Gods te wachten op restauratie. Of het kunstwerk nog kan worden gered is lang niet zeker. De restaurateurs vrezen het ergste. De beroemde icoon is zestien jaar geleden overgedragen aan het Knjagininklooster in Vladimir, waar zij ten prooi viel aan vocht en schimmels. In kritieke toestand keerde de Moeder Gods terug naar het museum. „De icoon is ziek”, aldus een van de restaurateurs. Zodanig dat zelfs transport naar Moskou fataal kan zijn.

„De nonnen worden er nu van beschuldigd dat het mis is gegaan. Maar zij waren er niet op voorbereid, ze wisten niet hoe je met zo’n kunstwerk moet omgaan”, zegt Aleksandr Kopirovski, expert in kerkelijke archeologie aan het Russisch-orthodoxe instituut van de Heilige Filaret in Moskou. „Van de andere kant: waarom zijn mensen van het museum er niet wekelijks of maandelijks langsgegaan om de vinger aan de pols te houden?”

Het droeve lot van de icoon uit Vladimir is een nachtmerrie voor kunsthistorici en museumbeheerders in Rusland. Zij zien het als een waarschuwing tegen het blindelings teruggeven van religieuze gebouwen en voorwerpen aan de Russisch-orthodoxe kerk. Een ontwerpwet die de overdracht mogelijk maakt, zaait grote onrust. Zodanig dat wetenschappers en museumdirecteuren in een emotionele open brief aan patriarch Kirill vragen dit ’overhaaste en ondoordachte’ beleid een halt toe te roepen.

„Deze wet mag er niet komen”, zegt een van de ondertekenaars, kunsthistorica Olga Popova van de Moskouse Staatsuniversiteit in een interview. „Als hij toch wordt aangenomen, dan is dat een tragedie voor onze cultuur en ons land.”

De hartenkreet bleef niet zonder gevolgen. Patriarch Kirill heeft een Raad voor de Cultuur gevormd en een rondetafeldiscussie belegd om de verhitte gemoederen te bedaren. Volgens woordvoerders van de kerk loopt het allemaal zo’n vaart niet en gaat het alleen om de overdracht van onroerend goed, zoals kerken en kloosters. De kerk krijgt die niet in eigendom, maar mag er onbeperkt en gratis gebruik van maken.

Eén van die kloosters is het Novodevitsji-klooster in Moskou. Het eeuwenoude complex was een filiaal van het Historisch Museum, maar dient sinds 1994 ook als vrouwenklooster. Begin januari beloofde premier Vladimir Poetin aan de patriarch de versnelde teruggave van het klooster aan de kerk. De overdracht is inmiddels rond. „Een historische gebeurtenis”, stelde patriarch Kirill tevreden vast. „De rechtvaardigheid is hersteld en dat zonder cataclysmen voor de kerk of de cultuur.”

De Russisch-orthodoxe kerk heeft na 1917 zwaar geleden onder de anti-religieuze campagnes van de communisten. Duizenden kerkgebouwen werden verwoest en leeggeroofd, de klokken omgesmolten.

Dat de kerk waar mogelijk de beschikking moet krijgen over die gebouwen en daarmee de ’historische rechtvaardigheid’ zijn loop krijgt, daarover zijn ook de meeste critici van de ontwerpwet het eens. „Dat moet zeker gebeuren”, vindt ook kunsthistorica Popova, zelf een trouw kerkganger.

Twaalfduizend objecten komen in aanmerking om te worden overgedragen aan religieuze organisaties. Dat zijn gebouwen van de Russisch-orthodoxe kerk, maar ook katholieke en protestantse kerken, moskeeën, synagogen en boeddhistische tempels. De overdracht van onroerend goed baart sommige experts zorgen. Wie waarborgt het behoud van waardevolle fresco’s, zoals die van de vijftiende-eeuwse iconenschilder Andrej Roebljov in Vladimir en Zvenigorod? De fresco’s zijn ernstig aangetast door roet van brandende kaarsen.

Maar bovenal vrezen critici de overdracht van waardevolle iconen uit museumcollecties. Gebrek aan duidelijkheid daarover zaait onrust en wantrouwen in wetenschappelijke kring. Het is ook juridisch complex, want veel iconen zijn afkomstig uit privécollecties van voor de revolutie.

„Men moet geen enorme aantallen kunstwerken overdragen”, zegt Vladimir Kopirovski. „De kerk noch de musea zijn daar klaar voor. Ze zullen verloren gaan of beschadigd raken. Er zal enorm veel gestolen worden, want vooral in de provincie worden geregeld kerken beroofd. Daarom is er geen reden tot haast.”

In bijzondere gevallen kan het wel, meent Kopirovski. Hij verwijst naar een voorbeeld uit zijn eigen praktijk, toen hij nog werkte in het Roebljov-museum voor oud-Russische kunst. „Op eigen initiatief hebben wij een icoon uit de zeventiende eeuw overgedragen aan de kerk van Kosino vlakbij Moskou, waar zij oorspronkelijk vandaan kwam. Dat gebeurde met wederzijdse instemming, na duidelijke afspraken tussen kerk en museum over hoe de icoon moest worden bewaard, en alles tot grote blijdschap van de parochianen.”

Volgens directeur Gennadi Popov van het Roebljovmuseum is een kerk in of bij een museum de ideale plek voor een oude icoon. Het beste voorbeeld daarvan is de Nicolaaskerk pal naast de Tretjakovgalerij in Moskou, waar men een van de pronkstukken uit de collectie, de twaalfde-eeuwse icoon van de Moeder Gods van Vladimir kan bewonderen.

De kerk maak deel uit van het museumcomplex, de klimaatcondities zijn er dezelfde als in de galerij en de priester, vader Nikolaj Sokolov, is tegelijkertijd in dienst bij het museum.

mailIcon print |