*

 

Tijdloze schoonheid in Audi’s enscenering van ’Les Troyens’

Peter van der Lint − 06/04/10, 00:00

Koor van De Nederlandse Opera, Nederlands Philharmonisch Orkest en solisten olv John Nelson met Berlioz’ ’Les Troyens’ in een regie van Pierre Audi op 4/4 in Muziektheater Amsterdam; t/m 2/5. Radio 4 op 1/5. www.dno.nl

  • Cassandre (Eva-Maria Westbroek) in 'Les Troyens'. (FOTO C. & M. BAUS)

Waar begin je je verhaal over een grandioze enscenering als die van Hector Berlioz’ ’Les Troyens’? De Nederlandse Opera hernam zondagavond de monumentale productie van Pierre Audi uit 2003 en toonde daarmee nogmaals de grootsheid ervan aan. Daar waar operaproducties vanwege hun zogenaamde actualisering tegenwoordig snel gedateerd raken, is Audi’s ’Les Troyens’ na zeven jaar nog steeds een toonbeeld van gestileerde, fijnzinnige en bloedmooie tijdloosheid.

Misschien moet je beginnen daar waar Berlioz zelf in 1856 ook begon: bij het duet tussen de Carthaagse koningin Dido en de Trojaanse held Aeneas aan het eind van de vierde akte. Berlioz’ Didon en ünée kregen daar van hem een melodie in de mond gelegd die elke beschrijving tart. IJle harmonieën, zwevend in de zinderende avondlucht, weigerend op aarde neer te dalen – muziek die de zwaartekracht uitdaagt. Yvonne Naef en Bryan Hymel bedienden de componist (en daarmee ons) zondagavond prachtig op zijn wenken.

En dan kom je meteen ook uit bij dirigent John Nelson en het Nederlands Philharmonisch Orkest, die de zangers hier in precieze en precieuze eendrachtigheid begeleidden. Zo mogelijk nog mooier realiseerde Nelson – terecht te boek staand als een Berlioz-specialist – het septet dat direct aan het duet vooraf gaat. De Amerikaanse dirigent ontlokte hier aan het NedPhO een klank die zich alleen als magisch laat omschrijven.

Maar als je op deze manier je verslag begint, dan sla je al meteen de verrichtingen van het Koor van De Nederlandse Opera over. En met hen begint deze mammoettanker van een opera nog wel. Hun bijdragen stonden als een huis en waren vol van karakter. In de trotse wanhoop van de Trojaanse vrouwen bijvoorbeeld, of in het schitterend klinkende ceremonieel van de Carthagers als ze in ’Gloire à Didon’ hun koningin toezingen.

Koor, orkest, zangers en dirigent – pijlers waar opera in het algemeen op rust. Audi voegde in zijn enscenering immense pijlers in het decor toe. Verschuifbare horizontale balken voor het eerste deel in Troje, en zwevende verticale in het tweede deel in Carthago. Deze mysterieuze en prachtig belichte pijlers (ontwerp van George Tsypin) geven de vijf akten structuur, verbinden de twee delen aan elkaar, en worden mooi functioneel gebruikt. Op één ervan komt de om Hector rouwende Andromaque (een stille rol) haar wanhopige schoonzus Cassandre tegen. Audi begrijpt dat je de fenomenale muziek van Berlioz hier niets in de weg moet leggen – simpele schoonheid, maximaal doel treffend.

Zo zit de voorstelling vol met uitgekiende en doordachte details. De geest van Hector die al direct in het begin opduikt, de zoon van Aeneas met Amor-vleugeltjes, het feest bij Didon dat hier als een droom wordt opgevoerd en waarin Andromaque en de Trojaanse vrouwen een grote rol spelen. Sowieso is het verband tussen de twee delen met meesterhand tot stand gebracht.

Berlioz schiep twee grote vrouwenrollen en naast Naef als Didon debuteert Eva-Maria Westbroek als Cassandre. Westbroeks lage c is al net zo spectaculair als haar hoge, en dat is hier mooi meegenomen. De wilde grilligheid van Cassandre’s muziek past Westbroek als een handschoen. Vergeleken bij de vrouwen is Aeneas haast een bijrol, maar Hymel grijpt die met grote allure. In de mooie cast onderscheiden zich verder Jean-François Lapointe (Chorèbe) en Charlotte Hellekant (Anna).

Het paard van Troje is hier een omineuze, gestileerde paardenkop. Die keert aan het slot van de opera terug, nog steeds bloedrood, maar nu in brand vliegend. Daarmee lijkt Audi te willen zeggen dat elke beschaving, of die nu op horizontale dan wel verticale pijlers rust, zijn eigen Trojaanse paard heeft. Een even ware als tijdloze boodschap.

mailIcon print |