Volgens de Nederlandse dirigent Daniel Reuss kon de Zwitsers/Nederlandse componist Frank Martin (1890-1974) mooi schrijven voor de menselijke stem. „De ligging waarin Martin de stemmen laat zingen valt voor iedere stemsoort precies in het goede gebied, waardoor je de stemmingswisselingen in de kleur van de stem kunt terug horen. De muziek krijgt daardoor een ongelofelijke expressiviteit en een bijzonder humane kant.”
Reuss is de laatste jaren een beetje uitgegroeid tot een Martin-specialist. De door hem gedirigeerde opname van Martins ’Messe pour double choeur a cappella’ met het RIAS Kammerchor bleef niet onopgemerkt. Het Franse label Harmonia Mundi kwam bij Reuss terug voor een opname van Martins ’Le vin herbé’, een vocaal drama gebaseerd op het verhaal van Tristan en Isolde. En onlangs verscheen een gloednieuwe opname van Martins oratorium ’Golgotha’, geschreven tussen 1945 en 1958 op teksten van de vier Evangelisten en van Sint Augustinus.
Voor deze nieuwe opname werkt Reuss samen met zijn eigen koor Cappella Amsterdam, met het Ests Philharmonisch Kamerkoor en met het Nationaal Symfonie Orkest van Estland. De solistische hoofdrol van Christus wordt op bewonderenswaardige manier gezongen door bariton Mattijs van de Woerd. Hij wordt omringd door sopraan Judith Gauthier, alt Marianne Beate Kielland, tenor Adrian Thompson en bas Konstantin Wolff.
Na de twee vorige opnamen is ’Golgotha’ wederom een bijzonder geslaagd project te noemen, waarbij de muzikale groepen uit Estland en Nederland fantastisch samenwerken. Alles onder de bezielende leiding van Reuss.
De dirigent vertelt dat hij in zijn studietijd kennismaakte met ’Le vin herbé’ in een uitvoering door het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Eric Ericson. „Ik kon van de muziek niets bakken. Ook met ’Golgotha’ had ik eerst niets. Alsof er een grauwsluier over de muziek lag, alsof er iets niet klopte. Nu weet ik dat de uitvoering die ik er toen van hoorde veel te dik en te wollig was. Je moet deze werken benaderen vanuit de Franse muziek, en dan speciaal vanuit Debussy’s opera ’Pelléas et Mélisande’. Martin is daar zelf, voor zijn eigen toontaal, ook van uitgegaan. De muziek is op het woord geschreven, het is taalmelodie. Er zijn geen tekstherhalingen en de melodievoering is heel natuurlijk. Uiteindelijk hebben wij het met een flink koor gedaan, maar dat bestaat uit twee kamerkoren, die gewend zijn aan subtiel zingen, en waar nodig ook een keel kunnen opzetten.”
Martin liet zich voor ’Golgotha’ door Bach inspireren, maar durfde het eigenlijk niet aan om zijn eigen passie te componeren. De inspiratie kwam toen hij de ets ’De drie kruisen’ van Rembrandt zag.
„Ik heb eerlijk gezegd tijdens dit project weinig aan Bach moeten denken”, zegt Reuss. „Er zitten verwijzingen naar Bachs Johannes- en Matthüus-Passion in, maar Martin wilde iets maken dat naast het werk van Bach kon staan. In ’Golgotha’ heeft hij zich helemaal geconcentreerd op Christus. Zo heeft hij bewust de tranen en de verloochening van Petrus eruit gelaten, omdat dat zou afleiden van het lijden van Christus. De muziek van de Evangelist wordt daarom ook niet door één zanger gezongen, maar door steeds een ander, door twee zangers tegelijk of door het koor.”
Voor Martins andere grote koorwerk ’Le mystère de la Nativité’ heeft Reuss nog geen uitnodiging gehad. „Ik weet ook niet zo goed of dat stuk nu nog wel zo goed begrepen zou worden. Het is een veel grotere partituur en vanwege de rechten ook duurder om uit te voeren. Maar Cappella Amsterdam ziet het als taak om Nederlandse muziek – en dat is die van Martin toch in wezen ook – internationaal uit te brengen, zodat die muziek de wereld over kan gaan. We hebben ’Golgotha’ nu nieuw leven in geblazen, en daar ben ik trots op. Ik dirigeer graag stukken waarover iedereen schrijft, maar die nooit uitgevoerd worden.” (PvdL)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.