*

 

’Niemand mag dit liedje spelen’

Erdal Balci − 02/04/10, 00:00

De Turkse militairen, die in het najaar van 1980 een coup pleegden, hebben weinig politiek actieve linkse jongeren over het hoofd gezien. Zij werden in de gevangenissen gegooid. Een van die jongeren was de toen 21-jarige Cem Yilmaz. Met een tiental kameraden werd Yilmaz naar de beruchte Metris gevangenis in Istanbul gestuurd. Terwijl ze al leuzen roepend de eerste lange hal van de gevangenis in kwamen, bestormden de militairen de nieuwe ’aanwas’ en sloegen ze met hun knuppels, zo lang dat de militairen moe werden en niet meer verder konden.

Eenmaal in hun kamers dachten de gevangenen te kunnen uitrusten en te kunnen bekomen van hun verwondingen. Maar zodra de deuren dichtgingen, werd er op het knopje van de cassettespeler gedrukt. Muserref Akay, de bekende zangeres die tot de dag van vandaag achter de coup zegt te staan, begon te zingen: ’Turkije o Turkije, je bent een paradijs Ons volk is het beste We zijn omringd door de vijanden’

Cem Yilmaz heeft inmiddels de leeftijd van 51 bereikt. Zijn volle snor verraadt zijn linkse politieke voorkeuren. Ook de posters van revolutionaire muziekgroepen aan de muren van zijn werkplek spreken boekdelen. De politieke gevangene van weleer, tegenwoordig muziekproducer, heeft hart voor de politieke zaak. Hij heeft twee grote doelen in het leven: goede muziek uitbrengen en verhinderen dat het liedje ’Turkiyem’ van Muserref Akay wordt afgespeeld.

„Het martelen begon in de eerste kamers aan die lange hal. Totdat wij aan de beurt waren moesten we twee uur lang het schreeuwen van de anderen aanhoren. Maar erger dan die kreten en de knuppels was het liedje Turkiyem”, vertelt Yilmaz. „Jarenlang hebben ze het op zijn hardst afgespeeld. We werden er werkelijk gestoord van. Ik denk dat de generaals het nummer speciaal hebben laten maken om het bij de folteringen in te zetten. We konden wel kotsen van die melodie.”

Na drie jaar kwam Yilmaz uit de gevangenis, als een gebroken man. Om te overleven moest hij geld verdienen en ging op een karretje cassettes verkopen in Istanbul. Een paar jaar later kreeg hij de mogelijkheid om een muziekwinkeltje over te nemen. Hij leerde bekende artiesten kennen en begon langzaam aan zijn carrière van muziekuitgever. ,,Ik heb altijd van muziek gehouden. Ook toen ik jarenlang naar Turkiyem moest luisteren. Wat we in de gevangenis deden was uit de volle borst andere liedjes zingen”, zegt Yilmaz.

De kans van zijn leven kreeg hij twee jaar geleden. Zijn medewerkers duwden een lijst van nummers die te koop stonden onder zijn neus. Yilmaz bestudeerde die lijst en sprong op toen hij de naam ’Turkiyem’ zag. Hij twijfelde geen moment en kocht de rechten van het liedje. Met als doel om het nergens meer te laten afspelen.

Trots verkondigt Yilmaz nu: ,,Niemand mag dit walgelijke nummer meer draaien. Mochten ze het doen, dan begin ik meteen een rechtszaak. Dit liedje is het symbool van het fascisme.”

Heeft zijn politieke strijd dan enkel de rechten van Turkiyem opgeleverd? Yilmaz reageert enigszins beledigd: ,,Onder die vreselijke martelingen bleven mijn kameraden en ik leuzen roepen. Dankzij die leuzen is Turkije een democratischer land geworden.”

mailIcon print |