Twintig jaar geleden smeedde Helmut Kohl de twee Duitslanden tot één natie. Nu hij tachtig wordt, eert Duitsland hem als de kanselier van de eenheid, maar op warme gevoelens hoeft hij niet te rekenen.
’Die vraag is niet meer aan de orde’, zegt bondskanselier Angela Merkel koeltjes wanneer een tv-reporter haar voorstelt Helmut Kohl het erevoorzitterschap van haar CDU terug te geven. De ernstig zieke Kohl wordt morgen tachtig. Duitsland eert hem met onderscheidingen en biografieën. Een tv-documentaire toont zijn opkomst en ondergang, maar aan het slot daarvan misgunt Merkel hem het laatste eerherstel.
Merkel is de vrouw die híj groot maakte en die hém klein maakte. In 1999 liet ze Kohl weten dat het zo wel genoeg was. Zestien jaar was hij bondskanselier geweest. Nauwelijks had hij de verkiezingen verloren of er opende zich een beerput vol corruptie rond zijn persoon. Merkel, die hij ooit als ’het meisje’ in zijn regering haalde, regisseerde het einde van zijn politieke loopbaan. Zes jaar later bracht zij de CDU opnieuw aan de macht.
Wat blijft, is Kohls heldenrol gedurende elf maanden van zijn leiderschap: van november 1989 tot oktober 1990. Toen verwierf hij de titel ’kanselier van de eenheid’. Historici, journalisten en collega-politici zijn het erover eens: zonder het eigenzinnige en eigenmachtige optreden van Kohl was de hereniging van de beide Duitslanden nooit zo snel en soepel verlopen.
Vorig jaar, toen Duitsland herdacht dat twintig jaar eerder de Berlijnse Muur was gevallen, leek het alsof Kohl de Muur persoonlijk had omgeduwd, zo prominent stond de ’reus uit de Pfalz’ in de schijnwerpers. Maar aan de ’zachte revolutie’ had Kohl part noch deel. Het waren de vluchtende en demonstrerende massa’s die op 9 november 1989 de Muur deden vallen.
Op die historische dag was Kohl nietsvermoedend op bezoek in Polen. De nieuwe DDR-leider Egon Krenz had hem kort tevoren nog telefonisch verzekerd dat er wel een wending op komst was maar geen revolutie. De Poolse vakbondsleider Lech Walesa zei echter tegen Kohl dat de Muur binnen een week of twee zou vallen. Walesa zat ernaast, de Muur viel nog diezelfde avond.
Kohl spoedde zich prompt naar Bonn om met zijn collega’s in Londen, Parijs, Washington en Moskou te bellen. Thatcher, Mitterrand en Bush maakten zich grote zorgen, maar Gorbatsjov stelde hem gerust. De sovjetleider sprak van ’historische veranderingen’, maar zijn leger op Oost-Duits grondgebied zou daar geen rol in spelen. De angst van de westerse leiders voor een wereldoorlog was bezworen.
Toen nam Kohl het initiatief. Nog diezelfde maand werkte hij thuis in Oggersheim, in gezelschap van enkel zijn vrouw Hannelore en zijn twee beste vrienden, tien stappen uit die tot de Duitse hereniging moesten leiden. Zonder ook maar een van de wereldleiders te consulteren, laat staan zijn collega in de DDR, legde hij zijn tienpuntenplan voor aan een overrompelde Bondsdag.
Pas nadat de Bondsdag zich vrijwel unaniem achter zijn plan had geschaard – alleen de Groenen sputterden tegen – ging Kohl op pad om internationale steun voor zijn herenigingspolitiek te verwerven. Hij deed dat op zijn Kohls: niet met politieke argumenten maar met sentimenten. Kohl bedreef politiek vanuit zijn machtige buik, niet vanuit zijn peervormige hoofd.
Dus maakte hij een strandwandeling met François Mitterrand, bezocht hij Michail Gorbatsjov op diens datsja in de Kaukasus, trakteerde hij Margaret Thatcher op zijn lievelingsgerecht (gevulde varkensmaag) en dronk hij een glas Pfalz-wijn met George Bush sr. Ze werden allen vrienden voor het leven, behalve Thatcher, die Kohls boerse maaltijd niet wist te waarderen. Kleinere dwarsliggers, zoals de Nederlandse premier Lubbers, negeerde hij.
Kohl wierp zich op als uitvoerder van de volkswil. Zijn telkens herhaalde argument luidde: ’De mensen willen het’. De demonstranten in de straten van de DDR vervingen de leus ’Wij zijn het volk!’, waarmee ze het regime hadden uitgedaagd, door ’Wij zijn één volk!’. Daarmee drukten ze hun verlangen uit naar de welvaart van hun westerse volksgenoten. Kohl beloofde hen ’bloeiende landschappen’.
Wat de politici in de DDR wilden, interesseerde hem niet. De oppositiegroepen die de socialistische eenheidspartij op de knieën hadden gedwongen, verzamelden zich in december 1989 aan zogeheten ’ronde tafels’, een soort voorlopige parlementen die de al even voorlopige DDR-regering controleerden tot de eerste democratische verkiezingen zouden plaatsvinden.
In Kohls masterplan speelden die ronde tafels geen rol. In het spel om de macht deden alleen de verkiezingen ertoe. Kohl lijfde de ’Oost-CDU’, die veertig jaar gemene zaak had gemaakt met het DDR-regime, in bij zijn eigen CDU en stortte zich in de campagne. In zes grote steden hield hij vlammende toespraken voor ruim een miljoen mensen. De eigenlijke lijsttrekker, Lothar de Maizière, zette hij volledig in de schaduw.
Maar liefst 93 procent van de kiesgerechtigden ging op 18 maart 1990 naar de stembus. Kohls CDU haalde ruim 40 procent, de oppositiegroepen bleven tezamen onder de 10 procent steken. Het volk had gesproken: het wilde geen hervormde DDR, het wilde Kohls BRD, preciezer: de D-mark. „Komt de D-mark, dan blijven we. Komt die niet, dan gaan we zelf naar de D-mark”, riep het dreigend.
Om de massale vlucht naar de Bondsrepubliek te voorkomen, zette Kohl vaart achter de invoering van de D-mark in de DDR. Wederom geheel eigenmachtig en tegen het advies in van al zijn economische adviseurs, gaf Kohl op 1 juni de DDR-burgers de kans hun Oostmarken tegen de fantasiekoers van één op één tegen de D-mark in te wisselen. Dat hij daarmee de totale instorting van de DDR-economie inluidde, vond hij van ondergeschikt belang.
Het handwerk liet hij over aan premier De Maizière. De onaanzienlijke advocaat en violist ploeterde zeven maanden om de wettelijke grondslag voor de Duitse eenheid te leggen. Speciale wensen van De Maizière, zoals invoering van het (mooie) Oost-Duitse volkslied in heel Duitsland, veegde Kohl resoluut van tafel. Tot op de dag van vandaag verbijt De Maizière zijn woede over de manier waarop Kohl hem behandelde.
Op 3 oktober 1990 om 0.00 uur vierde Duitsland de hereniging. Met vochtige ogen nam Kohl de toejuichingen van de honderdduizenden in ontvangst die bij de Brandenburger Tor waren samengestroomd. „Een droom is werkelijkheid geworden”, sprak hij. Daarmee doelde hij ook op zijn eigen droom: hij had als kanselier van de eenheid een plaats in de geschiedenis veroverd. Hij kon op zijn lauweren gaan rusten, maar bleef nog acht jaar bondskanselier.
Het werden acht jaren van stilstand. Zijn enige, overigens niet geringe, verdienste was dat hij de integratie van Duitsland in Europa krachtig versterkte en het Duitse volk zelfs de impopulaire euro in de maag wist te splitsen. Maar voor de noodzaak van binnenlandse hervormingen had hij geen oog. Kohl zat als een boeddha op zijn kanselierszetel, onbeweeglijk gefixeerd op dat ene doel: het behoud van de macht.
Na het verkiezingsdebacle van 1998 en het verlies van zijn CDU-erevoorzitterschap hield Kohl zich volgens kritisch biograaf Hans-Joachim Noack alleen nog met zijn eigen roem bezig. In zijn memoires, waarvan drie delen zijn verschenen, zoekt men vergeefs naar een politieke visie. „Duizenden bladzijden met alleen maar ijdele zelfrechtvaardigingen”, aldus Noack.
Kohl is een levend monument. De mensen kijken er met respect naar. Maar met liefde? Nou nee.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.