*

 

Een olympisch zwembad per jaar

Kees de Vré − 06/04/10, 00:00

De Nederlander verbruikt duizenden liters water per dag. Het meeste zit verborgen in aardbeien uit Spanje of T-shirts uit India. De watervoetafdruk moet de consument, én bedrijven, daarvan bewust maken.

De zomerkoninkjes die de West-Europese consument zo nodig ’s winters wil eten, komen voor 80 procent uit de Coto Doñana.

Dat is een groot, waterrijk natuurgebied in het zuidwesten van Spanje, in de delta van Guadalquivir. De plek waar Columbus ooit het Europese continent verliet op weg naar de ontdekking van Amerika.

Door klimaatverandering en intens watergebruik wordt zuidelijk Spanje droger en droger waardoor de rivier binnen enkele decennia een derde minder water zal bevatten. Kreken en moerassen in de Coto Doñana, schuilplaats voor de zeldzame Iberische lynx, de even schaarse keizerarend en miljoenen water- en trekvogels, vallen droog.

De aardbeienteelt vergt veel water en vergroot daarmee het watertekort dat gaat ontstaan als er niets gebeurt. Daarom werkt het Wereld Natuurfonds (WNF) samen met supermarktketens uit Nederland en Duitsland aan verduurzaming van de aardbeienteelt. Irrigatie wordt verbeterd, teelten worden verplaatst naar minder kwetsbare gebieden en illegale teeltgronden worden gesloten. Dat moet een waterbesparing van 20 tot 30 procent opleveren.

Sinds kort is er de watervoetafdruk, die per product kan aangeven hoeveel water er is gemoeid met de productie, verpakking, en vervoer ervan. „Die watervoetafdruk maakt het voor bedrijven en consumenten heel inzichtelijk wat hun activiteiten en gedrag aan water kost”, zegt Esther Blom, hoofd van het waterprogramma van het WNF. „Er is nu een helder instrument dat het waterverbruik per product door de hele keten aangeeft. Zo’n simpel cijfer heeft impact, dat blijft hangen. Met die watervoetafdruk in handen is ook bij het WNF het besef doorgedrongen dat de zorg om water niet kan blijven steken in louter beheer van beschermde gebieden, omdat die vaak afhankelijk zijn van water uit de omringende (landbouw)gronden. Je ziet nu heel duidelijk dat water wordt geëxporteerd en geïmporteerd in de vorm van bijvoorbeeld aardbeien uit Spanje of een T-shirt uit India. Je kunt dan met die afdruk op bedrijven en andere belanghebbenden afstappen en in gesprek gaan om er samen iets aan te doen. Het gaat niet alleen om het productieproces van dat ene bedrijf, maar om de hele omgeving: welke andere bedrijven zitten er, waar komt het water voor de productie vandaan, welke invloed heeft dat op de omliggende natuur. Zo’n integrale kijk wordt nu mogelijk.”

Volgens Arjen Hoekstra, hoogleraar watermanagement aan de Universiteit Twente en ontwerper van de watervoetafdruk, wordt de relatie tussen water en handel duidelijk gemaakt. „Water blijkt een mondiale grondstof. Het wordt in de vorm van producten de hele wereld over gesleept. Die handel verplaatst de vraag naar water. Je ziet sneller waar er schaarste ontstaat en waardoor. De watervoetafdruk van de Nederlander ligt voor 89 procent in het buitenland.”

Gebrek aan zoet water is een groot probleem aan het worden. Naarmate de bevolking groeit en de welvaart toeneemt worden meer producten en diensten afgenomen die allemaal water nodig hebben om te worden gerealiseerd. Met name de productie en verwerking van levensmiddelen vergen veel water, 70 procent van het totale verbruik. Sommige deskundigen voorzien al dat de druk zo hoog wordt dat er sprake zal zijn van wateroorlogen.

Waterkenner Hoekstra wil dat relativeren. „Het is niet zoals met olie dat het opraakt. Het regent elk jaar weer. Uit neerslagcijfers blijkt dat de hoeveelheid regen door de jaren heen tamelijk constant blijft, maar het gebruik neemt voortdurend toe. Het verbruik moet dus worden afgebogen naar een duurzaam niveau.”

Daarmee ben je er echter nog niet. Er is veel handel in voedsel en dus de indirecte verplaatsing van veel water vanuit plekken waar het soms toch al schaars is. „Zeker. En door die watervoetafdruk gaan bedrijven en consumenten dat begrijpen en worden zij hopelijk geprikkeld om hun gedrag aan te passen.”

Hij kan nog niet zeggen of dat al gebeurt. „Het bestaan van de afdruk is nog te pril, maar milieu-organisaties hebben alert gereageerd.” Esther Blom van het WNF: „Wij richten onze pijlen in de eerste plaats op bedrijven. Dat is overigens al langer de bedoeling. We proeven ook dat zij belangstelling hebben. Dat is zo gek niet. Die zien aankomen dat zoet water schaars wordt en de kosten daarmee oplopen. Ook voelen zij reputatieschade bij de steeds kritischer reagerende consument als onnodig veel water wordt verbruikt.”

De consument aanspreken op het gebruik van producten die veel water kosten, is voor het WNF niet aan de orde. Blom: „We passen ervoor om morele oordelen te vellen. Bovendien heeft de consument nog geen keus. We hebben katoen nodig, we drinken koffie. Wij opereren graag pragmatisch. Laten we er dan voor zorgen dat die ketens zich verduurzamen, onder meer door het waterverbruik zo ver als mogelijk terug te dringen.”

De WNF-waterexpert constateert dat juist financiële instellingen zich melden met de vraag hoe het zit met het waterverbruik van bedrijven. „Zij investeren in of lenen geld aan bedrijven die van water afhankelijk zijn. Bij watertekorten worden de risico’s groter. Zij hebben er dus alle belang bij die risico’s goed in kaart te brengen en daar hun beleid op af te stemmen. Een grote bank als het Britse HSBC heeft al watercriteria geformuleerd voor investeringen boven de 20 miljoen pond sterling.”

Die initiatieven naar bedrijven toe pakt het WNF het liefst aan in groepsverband, met de hele sector tegelijk. „In de katoensector, die een hoog waterverbruik kent, zijn we bezig met waterstandaarden af te spreken binnen het Better Cotton Initiative. Ook bij suiker en rijst gebeurt dat. Dat is soms helemaal niet zo ingewikkeld. Bij de rijstteelt bijvoorbeeld zetten boeren na het zaaien het land onder water om concurrerende planten geen kans te geven. Wij leren die boeren dan om de plantjes eerst in potjes op te kweken en dan pas te planten. Dan is die waterverspilling niet nodig en het scheelt ook nog eens pesticiden. Het vergt wel meer handen, maar dat is in Azië nou juist geen probleem.”

Bij rijst is zo’n verbetering tamelijk eenvoudig, zegt Blom. „Katoen daarentegen is een echt mondiaal product waarbij niet alleen de teeltmethode, maar ook de hele productieketen moet worden doorgelicht en de bewustwording bij de consument moet worden aangepakt. Dat laatste kan bijvoorbeeld door een plakkertje op het etiket. Dat gebeurt niet binnen het Better Cotton Initiative. Het wordt aan bedrijven zelf overgelaten hoe zij met hun consumenten communiceren.”

Blom is er niet bang voor dat daarvan misbruik wordt gemaakt. „Wij zijn zeer alert op onterechte reclame voor verduurzaming. Met de katoensector is het contact nog pril, we zitten in de aftastende fase. Is er echter een contractpartner dan zullen we niet aarzelen te breken met zo’n bedrijf.”

Hoekstra ziet de belangstelling snel toenemen en daarmee ook de mogelijkheid dat bedrijven zich goed gaan verkopen zonder dat ze zich werkelijk verduurzamen. „Het Water Footprint Network telt inmiddels 100 partners – bedrijven en instellingen. Het WNF brengt al die partijen aan tafel. Het verrast mij hoe snel dat gaat. Maar verduurzaming is een sexy onderwerp. De vraag blijft dus hoe gauw er vervolgstappen worden gezet nadat die watervoetafdruk is gemaakt. Een Fins bedrijf – margarinemaker Raisio – voert al een WFP-etiket. Dat betekent niets want na het maken van die afdruk is stap twee nog niet gezet.”

mailIcon print |