*

 

Lezers smullen van kleurrijke autisten

Door: redactie − 02/04/10, 00:00

Tienduizend docenten en 75.000 jongeren kregen tijdens de Boekenweek het eerste deel van ’Marcelo en de echte wereld’ van Francisco X. Stork. Cadeautje van uitgeverij Lemniscaat en het CJP. Een originele actie om kinderen aan het lezen te krijgen én om autisme meer bekendheid te geven.

Het boek gaat over de 17-jarige Marcelo Sandoval, een autistische jongen die zich het liefst met paarden bezighoudt, maar die door zijn vader wordt aangemoedigd om op een advocatenkantoor te werken. Volgens vader wordt het tijd dat Marcelo uit zijn veilige wereld kruipt en zich in het echte leven begeeft.

’Marcelo en de echte wereld’ is het zoveelste in een reeks boeken over autisme die de laatste jaren is verschenen. Blijkbaar zijn autisten een dankbaar onderwerp voor auteurs: veelkleurig, veelzijdig en bijzonder. Dat vindt ook ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma, maar hij ziet ook nadelen aan de literaire aandacht voor autisme.

„Aanvankelijk kwamen vooral moeders van autistische kinderen aan het woord, zoals in het boek ’De dinoman en het muziekmeisje’ van Ginette Wieken”, weet Breeuwsma. Recent ook autisten zelf. Als uithangbord noemt hij Daniel Tammet, de ’savant’ die lijdt aan het Asperger-syndroom, een vorm van autisme. Tammet schrijft in zijn eerste boek ’Op een blauwe dag geboren’ (2007) hoe hij weet dat hij op een woensdag geboren werd: die dag is in zijn hoofd ’als de kleur blauw opgeslagen’. Alle woensdagen zijn in zijn hoofd blauw. Letterlijk krijgt de lezer in ’Op een blauwe dag geboren’ een kleurrijk beeld van autisme.

Toen Tammet in het praatprogramma ’Pauw en Witteman’ aanschoof, mocht hij zijn ’trucje’ laten zien en vertelde hij de aanwezigen – cabaretier Dolf Jansen, minister Ronald Plasterk en de heren Pauw en Witteman – zonder veel bedenktijd op welke dag zij waren geboren.

„In zijn tweede boek, in het Nederlands vertaald als ’De wijde lucht omvatten’, treedt Tammet wel heel letterlijk als deskundige op”, constateerde Breeuwsma. „Kun je nagaan: een autist die moeite zou hebben om letterlijke van figuurlijke uitspraken te onderscheiden en die zich niet in anderen zou kunnen verplaatsen, schrijft zelf een boek over zijn stoornis!”

Breeuwsma vraagt zich af wat Tammets volgende stap zal zijn: een roman, misschien? De bijzondere kunsten van Tammet werpen de vraag of of autisten over hun stoornis heen kunnen groeien.

Breeuwsma genoot van Tammets boeken, maar er kleven ook risico’s aan die ervaringsliteratuur, vindt hij. „Het is mogelijk dat de deskundigenliteratuur ondergesneeuwd raakt door de ervaringsliteratuur. En dat lijkt me niet goed.” Hij ziet het nu al in de boekhandel: ervaring en wetenschap staan zij aan zij, maar wetenschap is in de minderheid. Hij begrijpt het ook wel: er is een markt voor. „Uitgevers hebben liever geromantiseerde dan droge literatuur.”

Met de ervaringsliteratuur kwam ook de fictie op, waarin autisten een hoofdrol vervullen. Vaak in een sterk geromantiseerde vorm. In Mark Haddons ’Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ lezen we over de 15-jarige Christopher die veel van cijfers weet, maar weinig van mensen. In Paulo Giordano’s ’De eenzaamheid van de priemgetallen’ maken we kennis met de angstig slimme Mattia. In ’Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’ van Jonathan Safran Foer blijft het bij de suggestie dat hoofdpersoon Oskar Schell naast vroegwijs, misschien ook licht autistisch is.

Minder bekend en een stuk explicieter is ’De autist en de postduif’ van de Iraakse schrijver Rodaan Al Galidi: Geert krijgt het in dit licht surrealistische boek voor elkaar om violen te bouwen van de houten banken die hij in de kringloopwinkel aantreft waar zijn moeder werkt.

Vorig jaar verscheen het boek ’De paardenjongen’ van Rupert Isaacson, over een vader die in de belevingswereld van zijn autistische zoon kruipt. Het boek werd verfilmd als ’The Horse Boy’.

Priemgetallen zijn oververtegenwoordigd in de fictie, de autisten zijn stuk voor stuk kleurrijk, aandoenlijk en slim. „Schrijvers zien autisten als dankbaar subject om een verhaal aan op te hangen”, constateert Gerrit Breeuwsma. „Je vált voor de hoofdpersonen, het zijn bijzondere kinderen die onze harten stelen. Maar een reëel beeld van de werkelijkheid krijgen we niet.”

En dat is de keerzijde van de populariteit van autisten in boeken en films. Gerrit Breeuwsma: „Het grootste deel van de mensen met een stoornis in het autistische spectrum kan niet in de schaduw staan van Rainman – het grote internationale symbool – van de paardenjongen, of een van de sterk geromantiseerde literaire personages. Zo kleurrijk zijn de meeste autisten niet. De werkelijkheid is schrijnender.”

mailIcon print |