*

 

’Verborgen keuzes leiden tot rassenjustitie’

Peter Henk Steenhuis − 02/04/10, 00:00

opinie Hoe ontrafel je argumenten? Wat is de waarde van een mening? Vandaag: politiek filosoof Evert van der Zweerde over VVD-leider Rutte en zijn uitspraak over ’luisteren naar de mensen’.

Tijdens een van de verkiezingsdebatten, hoorde politiek filosoof Evert van der Zweerde VVD-leider Mark Rutte zeggen: „Als mensen vinden dat er een lik op stuk beleid moet zijn voor allochtone jongeren die over de schreef gaan, dan moet je daar als politicus naar luisteren.”

„Op het eerste gehoor,” zegt Van der Zweerde, „klinkt deze uitspraak van Rutte logisch. Rutte refereert aan burgers die hun zorgen uiten. En hij zegt vervolgens dat je als politicus de taak hebt naar deze burgers te luisteren, je moet hun zorgen serieus nemen. Het is inderdaad de taak van een politicus te luisteren naar zorgen van burgers, maar moet een politicus dat op deze manier doen?”

„Argumentatief zit de stellingname van Rutte redelijk complex in elkaar, althans er worden meer dingen tegelijk gezegd. Je kunt deze stelling als volgt ontrafelen: „Als mensen X zeggen dan moet je dat als politicus serieus nemen”, waarbij geldt: X = iets dat die mensen echt heel belangrijk vinden, dus X is een formeel begrip voor „dingen die burgers echt belangrijk vinden”. Tegen deze stelling voer ik geen bezwaar aan. Maar je moet ook kijken naar de specifieke inhoud van X.”

„Als ik nauwkeuriger naar de stelling kijk, dan zie ik dat het verschil moet zitten tussen de algemene formulering X en de specifieke formulering van Rutte, die we even A noemen: dat er een lik-op-stuk-beleid moet komen voor allochtone jongeren die over de schreef gaan.” Nu wil ik het niet hebben over de normatieve vraag of er inderdaad een lik-op-stuk-beleid moet komen.

Daar kun je over twisten, maar dat doen we nu niet. Ik wil het hebben over het tweede deel van de stelling: er moet een lik-op-stuk-beleid komen voor P. En nu nader ik mijn bezwaar, want in P zit een verborgen politieke keuze: P = P-allochtoon en niet P-autochtoon.

De tegenstelling tussen autochtoon en allochtoon sluipt dus mee in het vertoog van Rutte. En ik vind dat een politicus dat niet moet doen, zeker in tijden van polarisatie niet. Rutte had de klacht moeten herformuleren tot: ’Als mensen vinden dat er een lik-op-stuk-beleid moet zijn voor jongeren die over de schreef gaan [P], dan moet je daar als politicus naar luisteren.”

Want het is onbestaanbaar dat er een lik-op-stuk- beleid zou kunnen komen enkel en alleen voor allochtone jongeren die over de schreef gaan. Dat zou simpel discriminatie zijn. Als er zo’n beleid moet komen, dan voor álle jongeren die over de schreef gaan [P], allochtoon of autochtoon.”

„Nu krijg ik wel eens de tegenwerping: maar wat als het hier inderdaad slechts allochtone jongeren betreft die over de schreef gaan? Dan mag je dat toch wel benoemen? Als dat niet mag, dan gaan we terug in de tijd, toen we de problemen met Marokkanen niet durfden te zien en te benoemen. Die tegenwerping lijkt hout te snijden, maar doet dat niet.

Stel: de dag voor een tentamen geef ik een laatste advies: ’Ik raad alle vrouwelijke studenten aan de teksten over Plato nog een keer extra te bestuderen.’ Dat advies zou onmiddellijk en terecht tot protest leiden, zelfs als het zo zou zijn dat bij eerdere tentamens alleen vrouwelijke studenten problemen ondervonden met teksten van Plato.”

„Waarom, zo zou je je af kunnen vragen, want dan verwijs ik toch naar de werkelijkheid? Nee, want ’de werkelijkheid’ bestaat niet. Dit type werkelijkheid bestaat alleen tijdelijk.

Dus op moment T bestaat er een kans dat uitsluitend allochtone jongeren over de schreef gaan, zoals er een kans bestaat dat alleen vrouwelijke studenten op moment T moeite hebben met teksten van Plato. Maar op een volgend moment kan die werkelijkheid er weer heel anders uit zien.”

Daarom herformuleert een goed politicus de klacht van de burger, die vaak voortkomt uit een eigen ervaring, zo dat hij voor iedereen opgaat, nu, maar ook in de toekomst. Een politicus moet klachten van burgers serieus nemen, maar niet automatisch op de manier waarop die burger de klacht formuleerde.

Verstandig herformuleren is deel van de professionaliteit van de politicus. Dat deed Rutte niet, waardoor in zijn stelling een verborgen keuze verscholen bleef: het gaat om allochtone jongeren, niet autochtone. Dergelijke verborgen keuzes leiden tot rassenjustitie, en die is net zo erg als klassenjustitie.”

mailIcon print |