Vandaag moeten we het hebben over de lichtheid van het bestaan. Dat klinkt natuurlijk direct al fout: moeten. We moeten niks. Laat ik dus zeggen: willen we.
Dat hoorde ik van de kansel ook wel eens: we willen nu lezen Job 5, vers 8 tot en met 11. Bedoeld was dan ’moeten’, maar de spreker deed of iedereen vrijwillig deelnam. Ondraaglijk noemt Milan Kundera de lichtheid van het bestaan, en dat geldt geloof ik voor veel mensen. Het is geen hooggewaardeerd spul, zeker niet in Nederland.
Kranten komen zelden met iets lichts op de voorpagina, want dan lijkt het of ze de zaken niet serieus nemen, en op televisie is het ook maar een zware bedoening. Een enkel kwisje kan nog wel eens iets lichts uitstralen, maar meestal zien we talkshows met mensen die iets belangrijks hebben mede te delen, of iemand wandelt naast iemand anders en stort z’n bezwaarde hart uit, de camera volgt een dokter om te horen wat ons mankeert, een dame of heer vertelt ons welke bedrijven ons de afgelopen tijd allemaal belazerd hebben, of we moeten justitie en politie helpen door inlichtingen over misdrijven door te geven.
Zeker, er bestaat ook een lichte muze, maar als je vraagt welke dat dan wel is en hoe ze heet, zwijgt iedereen stil. Ook wij Schoutens zijn van nature niet licht. Mijn vader, om maar eens iemand te noemen, was, op wat onverwachte uitschieters na, een zorgelijk mens, en diverse verre familieleden van me eindigden zwaarmoedig in een inrichting. Toch heb ik altijd gezocht naar lichtheid. Toen ik een jaar of zeventien was, en genoeg had van mijn romantische gezwalp en puberale ongeluk, dacht ik: dit is niks zo, ik ga het anders aanpakken. Ik ga lichter leven, vanzelfsprekender. Soms voel je in een flits even waar die lichtheid ’m in zit, een paar maten bij Mozart of Chopin, een guirlande op een oud Romeins fresco. Zo moet het, pardon, zo zou je het willen: Sprezzatura. Het is een (Italiaanse) term die in de zestiende eeuw door Castiglione in ’Het boek van de hoveling’ werd gebruikt voor de ideale houding van de hoveling, en het betekent iets als ’moeiteloze spontaniteit’, ’nonchalance’.
Dat laatste staat bij ons al niet gunstig meer bekend, maar mij lijkt het wel wat, schijnbaar achteloos accepteer je de dingen zoals ze zijn en probeer je ook bij de ander dat gevoel over te brengen. In de film ’La vita è bella’ probeert Roberto Benigni zijn zoontje te vrijwaren voor de ellende van de oorlog en de concentratiekampen door te doen alsof het allemaal één groot spel is. Nogal wat kijkers vonden dat een ongepaste houding tegenover zoiets ernstig als de Holocaust, maar mij deed het denken aan sommige wandschilderingen uit Pompeï: de lichtheid van het bestaan, ook als het zo zwaar is.
Enfin, ik doe mijn best en misschien voelt dat al fout want geforceer,d maar ook Castiglioni heeft het niet over een vanzelfsprekende eigenschap maar over een houding, die je zou kunnen aanleren. Misschien niet voor alles in het leven, maar als het tegenzit of je bent opeens de weg kwijt: sprezzatura. Echt, het schaadt niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.