*

 

Het milieu kan niet zonder echte democratie

Maaike van Houten − 09/03/10, 00:00

China maakt milieu-activisten jaloers: alles lijkt daar sneller te gaan dan in het Westen. Een dictatuur in Nederland wil niemand, maar is de parlementaire democratie wel een geschikt middel om de duurzaamheidscrisis op te lossen?

  • De subsidiepot voor particulieren om zonnepanelen op het dak te zetten, is altijd erg snel leeg. In zo'n geval zouden burgers meer druk op hun politici moeten zetten. (FOTO LEX VAN LIESHOUT, ANP)
  • De subsidiepot voor particulieren om zonnepanelen op het dak te zetten, is altijd erg snel leeg. Stichting Urgenda doet er wat aan: het maakt de panelen gewoon een stuk goedkoper. (Trouw)

Prima dat mensen thuis een spaarlamp indraaien. Maar liever had Mirjam de Rijk, directeur van Natuur en Milieu, dat consumenten hun tijd ook gebruiken om de politiek te overtuigen van de ernst van het milieuprobleem. Want een parlementaire democratie heeft actieve kiezers nodig, anders gebeurt er niks.

Thuis heeft De Rijk aan den lijve ervaren hoe belangrijk het is milieuvriendelijk gedrag te combineren met het bewerken van de politiek. Met vijftien andere huishoudens in hun Amsterdamse straat, hebben ze zonnepanelen op de daken gezet. De straat kreeg van het stadsdeel 60.000 euro subsidie voor de panelen, maar daarmee was de lokale subsidiepot voor zonne-energie leeggeroofd. Dus moesten De Rijk en haar buren óók het stadsdeel zien te motiveren meer geld uit te trekken voor duurzame energie. „Dit voorbeeld bevestigt voor mij dat het leuk is als mensen zelf zich inzetten voor een beter milieu, maar dat het ook nodig is om politieke kracht te mobiliseren”, zegt De Rijk. „Een parlementaire democratie heeft een actief electoraat nodig, dat de politici met de neus op het belang van duurzaamheid drukt.”

Juist over rol van de politiek is in de milieubeweging discussie. De politiek, dat is in Nederland de parlementaire democratie, waarin partijen het volk vertegenwoordigen in het parlement, dat de regering controleert en medewetgever is. Deze parlementaire democratie voldoet niet om het klimaatprobleem op te lossen, vinden critici.

Het meest uitgesproken is Ruud Koornstra, ondernemer in energiezuinige ledlampen. Jaloers op China –  waar de zonnepanelen en windmolens als warme broodjes van de band rollen, maar waar ook zonder enig pardon voor lantaarnpalen ledlampen worden voorgeschreven – riep hij bij een Volkskrant-debat: ’Vijf jaar een duurzame dictator zou helpen’.

Ook een andere topper uit Trouws Duurzame 100, hoogleraar duurzame ontwikkeling Louise Fresco, liet zich onlangs in Trouw kritisch uit over de parlementaire democratie. Dit model is volgens haar niet in staat fundamentele crises op te lossen. Het probleem is volgens haar dat iedereen opkomt voor deelbelangen, en niemand voor het algemeen belang. En de ’duurzaamheidscrisis’ kan alleen opgelost worden als er oog is voor het algemeen belang: het gaat om problemen die pas in de (verre) toekomst gaan spelen. En dat ook nog eens veelal niet hier, maar ver buiten onze landsgrenzen. Dat vereist een aanvulling op het parlementaire stelsel, vindt Fresco. Zij ziet veel in de coöperatie, een vorm waarbij gelijkgestemde mensen samen een idee proberen te verwezenlijken. Daarin zou meer aandacht zijn voor oplossingen die ten goede komen aan volgende generaties, ook elders in de wereld.

Net als Koornstra, kijkt Fresco weleens jaloers naar China. De dictatuur verafschuwt ze, maar zij ervoer in Shanghai wel een ’enorme daadkracht’. In elf maanden werd in China’s grootste stad een complete metro de grond in gestampt. Kom daar in Amsterdam eens om!

Van dat gedweep met China moet de Delftse hoogleraar bestuurskunde Michel van Eeten helemaal niets hebben. „Er klinkt bijna wellust in door, de fantasie dat ze aan de macht zijn. We moeten juist heel dankbaar zijn dat we een systeem hebben dat dit soort fantasieën probeert te ondermijnen. Ik moet er niet aan denken dat er een duurzaamheidselite aan de macht komt, die bepaalt wat hier moet gebeuren. Overigens blijkt uit onderzoek dat ook in China de daadkracht deels schijn is: de voorkant van een proces dat vergeven is van gepolder.”

Democratie, doceert Van Eeten, is geen systeem om maatschappelijke problemen op te lossen, maar om macht te verdelen. En dat gaat eigenlijk heel aardig, vindt de bestuurskundige. Als hij het huidige gezondheids- en welvaartspeil beziet, kan volgens hem geen verstandig mens volhouden dat de parlementaire democratie faalt. „Als je democratie afrekent op de vraag of het grote problemen snel kan oplossen, schiet die altijd tekort”, zegt Van Eeten. „Er zijn allemaal controlemechanismen ingebouwd, zodat nooit één groep zoveel macht krijgt dat die een verandering door kan drukken. De geleidelijkheid die dat met zich meebrengt, moet je accepteren. Het is een gebrekkig systeem, zonder garanties voor de toekomst. Iedereen die wat anders belooft, moet je wantrouwen.”

Politicologen hebben het idee, dat er zoiets als een algemeen belang bestaat, al in de jaren vijftig afgezworen, zegt Van Eeten. „Het algemeen belang is een fictie. Door jouw belang als algemeen belang te benoemen, kun je anderen afserveren en sta je erboven. Dat kan niet. Ik hoef Louise Fresco niet als opperbewaker van de democratie.”

Van Eeten vergelijkt de milieudenkers met andere activisten, bij voorbeeld tegen kindermishandeling. Ook die zeggen dat Den Haag te weinig aandacht voor hun probleem heeft, en dat hun probleem zo nijpend is dat het eerder dan alle andere moet worden aangepakt. Gelet op alle uiteenlopende kwesties en belangen die om voorrang strijden, vindt de hoogleraar het juist waardevol dat er een instantie is – de politiek – die bepaalt hoe urgent een probleem is en of het bovenaan de lijst komt. Wat dat betreft heeft het milieu volgens Van Eeten geen klagen: er ís al veel aandacht voor.

Ondanks zijn kanttekeningen, wil Van Eeten Fresco’s verhaal niet afdoen als onzin. „Er moeten nieuwe verbanden komen, en die komen er ook”, vindt hij. Daarom zit er volgens hem ook best wat in het verhaal van Herman Wijffels, de architect van het onlangs gesneuvelde kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. Wijffels, die ook kritisch is over het parlementaire systeem, verwacht veel van stelsels waarbinnen professionals en burgers zelf hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Oud-minister van milieu Pieter Winsemius (VVD) heeft al uitgewerkte ideeën over de rol van de burgers. Hij ziet voor hen op vijf terreinen een hoofdrol weggelegd. Allereerst kunnen burgers hun invloed aanwenden bij het aanschaffen van producten en diensten. „Kijk eens hoeveel succes een kopersstaking kan hebben. Moberg en Albert Heijn, kinderarbeid en Nike, Birma en Heineken: acties hebben effect.”

Bedrijven worden ook beïnvloed door hun kapitaalverschaffers en aandeelhouders. Ook dat zijn geen abstracties, aldus Winsemius, maar mensen van vlees en bloed, die duurzaam handelen kunnen afdwingen. De grootste belofte is, ten derde, volgens Winsemius de arbeidsmarkt, waar werknemers bewuste keuzes maken waar ze willen werken, en waar niet. „Jonge mensen willen het gevoel hebben dat ze bij een goed bedrijf werken, waar ze zich niet voor hoeven te schamen en waar ze op een verjaardagspartijtje mee aan kunnen komen. Reken maar dat ze zich bij energiereus Exxon een tijdlang de moeite konden besparen toptalent te werven. Goeie mensen wilden helemaal niet werken bij een bedrijf met zo’n slechte naam.”

Winsemius wijst ook op de burger als buurman, bijvoorbeeld van een groot bedrijf. „Vroeger vonden mensen rook uit de schoorsteen misschien het mooiste wat er was – vooral omdat de fabriek werk bracht – maar nu zeggen ze: hè, dat is smerig. Als een bedrijf niet past in de omgeving, is het een Fremdkörper en kan het de goodwill van de buren wel vergeten. Ze investeren dus in een goeie relatie met de mensen in de omgeving, anders krijgen ze bij uitbreiding veel te veel gedonder.” En dan is, ten vijfde, de burger ook nog eens kiezer: in het stemhokje kan hij laten weten hoe belangrijk hij het milieu vindt.

De vijf terreinen overziend, concludeert de oud-minister dat de parlementaire democratie een deel van het antwoord is, maar niet hét antwoord: de burger kan zoveel meer dan alleen maar stemmen. En er gebeurt zoveel buiten de overheid om; het ene voorbeeld na het andere rolt uit de mond van Winsemius. Greenpeace tegen de palmolie van Unilever, de duurzame katoen van C & A, Oxfam Novib en de duurzame chocola.

„Ik zou de parlementaire democratie nooit willen afschaffen, maar ik zeg wel: dit systeem is niet voldoende. Die aanvulling buiten de politiek op het parlementaire stelsel is er, die is noodzakelijk en die kan je ook versnellen”, zegt Winsemius, die net zomin als Van Eeten iets moet hebben van het Chinese model. „Ik geloof niet dat de burger alleen naar zichzelf kijkt, en dat de politiek ook alleen met zichzelf bezig is. Dat zou beide onrecht doen. Stemmers hebben hun eigen belang, maar u en ik praten nu al een kwartier over iets wat niet ons eigen belang is, maar kennelijk wel onze zorg. Wij zijn daarin echt niet uniek.”

Verwacht Winsemius veel van de burgers in hun verschillende rollen, natuur- en milieudirecteur De Rijk zet haar kaarten op de politiek. „Juist omdat het bij duurzaamheid gaat om een belangenoverstijgend probleem, heb je een belangenoverstijgend orgaan nodig: het parlement.” Fundamentele problemen heeft De Rijk, voorheen voorzitter en senator van GroenLinks, niet met de parlementaire democratie. Maar die levert voor het milieu wel het meeste op als burgers politici met hun wensen bestoken. Vaak weten mensen niet hoe ze dat kunnen aanpakken, zegt De Rijk. De milieubeweging zou hun ook meer handvatten moeten geven. De Rijk: „Een parlementaire democratie heeft een actief electoraat nodig, dat niet alleen met de portemonnee zwaait. Het is voor het oplossen van het klimaatprobleem in het huidige politieke systeem essentieel dat mensen aangeven hoe belangrijk ze het milieuprobleem vinden. Politici moeten op verjaardagsfeestjes horen dat mensen er wel wat voor over hebben, en dat ze ongeduldig zijn. Ik hoop dat er politici zijn die draagvlak gaan vergroten, en dat er meer mensen zijn die opstaan en die de politiek overtuigen dat ze in actie moet komen. Het gaat erom dat niet alleen de consumenten vergroenen, maar dat er ook politieke kracht wordt gemobiliseerd.”

Dat kan, zegt De Rijk, door massaal te mailen naar politieke partijen en bedrijven als er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen. Dat helpt. „Toen Shell aankondigde met duurzame energie te stoppen, had het bedrijf het het echt wel vervelend gevonden als het 200 boze mailtjes had gekregen.”

Burgers moeten in haar ogen verbinding zoeken met de politiek. De politiek op haar beurt moet duidelijk maken dat het haar ernst is met het klimaatprobleem. Ze kan wat dat betreft wel wat van Wilders leren, vindt De Rijk. „Wilders laat zien dat je draagvlak kunt maken en vergroten, en dat je een onderwerp op de agenda kunt zetten. Zo moet je voor het milieu ook het lef hebben het met overtuiging neer te zetten.”

mailIcon print |