opinie Zodra je de website opent beginnen de vogeltjes te kwetteren. Deze idylle heeft een naam: Park Bloeyendael. Het gaat hier om een chique woonwijk voor welgestelden: de prijzen variĆ«ren van euro845.000 tot en met euro1.675.000. Maar voor dat geld krijg je dan ook wat. De toekomstige eigenaren wordt ’een royale oase aan de rand van Utrecht’ beloofd.
’Wandel op uw gemak naar binnen en laat de wereld even achter u.’ Het klinkt als een wervende foldertekst van een willekeurig vakantiepark. Hier is echter geen sprake van metaforisch taalgebruik.
In Bloeyendael komt de boze buitenwereld namelijk daadwerkelijk niet binnen. Daar zorgen het hek bij de entree van de wijk en de brede slotgracht wel voor. We hebben te maken met een zogeheten gated community, al jaren een vertrouwd fenomeen in de Verenigde Staten, maar nu dus ook aangespoeld in ons land.
Hoe moeten we deze ontwikkeling duiden? Een vertrouwde reflex is minzaamheid jegens de aanstaande huizenbezitters. Laat het bekende repertoire aan pejoratieven maar aanrukken. Provincialisme!, heet het dan, ze verschuilen zich achter de dijken. Natuurlijk is het in de stad geen pais en vree. Maar de ware kosmopoliet laat zich niet afschrikken door graffiti in de metro, fietsendiefstal en intimidatie in het openbaar vervoer.
Ik wil zelfs niet uitsluiten dat de kosmopoliet heimelijk geniet van de chaos. Die fungeert namelijk als een lakmoesproef voor zijn eigen wereldwijsheid. Is de rotzooi niet juist een teken van grootstedelijkheid? Deze constatering stemt zo tevreden dat ze zweemt naar een zelffelicitatie.
De terugtrekkende beweging van de rijke burger simpelweg veroordelen is mij een te lichtzinnige benadering. Liever zie ik haar als een symptoom van een ander fenomeen: de overheid die tekortschiet in de handhaving van de openbare orde.
Dat wordt ook bevestigd door een recent artikel in NRC Handelsblad van journalist Paul Anderson Toussaint. De strekking is tamelijk onthutsend: onderzoeksdata wijzen uit dat er maar weinig Europese landen zijn waar burgers zo’n grote kans lopen op geweld en bedreiging als hier. Alsof dat niet al schokkend genoeg is, schat Toussaint dat van alle delicten maar 1,25 procent in behandeling wordt genomen. 1,25 procent!
Echt desastreus voor het vertrouwen in de rechtsstaat is echter de reactie als je desondanks de moeite neemt aangifte te doen. ’Meneer, zou u dat nou wel doen?’, was het advies toen Toussaint een doodsbedreiging kwam melden. ’Wij gaan er toch niets mee doen en het OM ook niet.’
En zeg nu niet dat het hier een ongelukkige uitzondering betreft. Daarvoor hoor je de verhalen net iets te vaak: mensen die naar het bureau komen om de diefstal van hun fiets aan te geven worden nog net niet in hun gezicht uitgelachen. Hoe naïef!
Van alle denkbare reacties is deze wel de onmogelijkste: als een slachtoffer niet op het politiebureau terecht kan, waar dan wel? Hier wordt het sociaal contract, dat de staat met haar burgers heeft gesloten, eenzijdig opgezegd. Dit contract zag er als volgt uit: burgers laten de honkbalknuppel thuis en in ruil voor deze terughoudendheid bekommert de overheid zich om de veiligheid van burgers.
Wil de afspraak effectief blijven, dan is het van cruciaal belang dat burgers niet te vaak nul op het rekest krijgen als ze aangifte komen doen. Als de overheid verzaakt, dient zich de vraag weer aan die dankzij het sociaal contract goeddeels onschadelijk was gemaakt: toch maar eigen maatregelen treffen?
De gated community is gebaseerd op deze gedachte. Doodzonde alleen dat veiligheid op deze manier een luxeartikel wordt. Het kenmerk van de openbare orde is namelijk dat iedereen het kwetterende vogeltjesgevoel tot op zekere hoogte kan genieten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.