Het is misschien prematuur en redelijk vroeg in het seizoen, maar de Nederlandse wielrenners die in de voorbereidingswedstrijden ’in de zon’ meedoen, hebben hun plaats schijnbaar al weer gevonden. Jarenlang, doen ’we’ in de grote ronden soms slechts met een kopman mee en is de rest van onze inbreng terug te vinden op het ’tweede blad’. Dat is, in de uitslagenlijst, het tweede A4’tje dat vanaf plaats honderd gaat in de dagrangschikking.
Nadat Lars Boom een vorstelijke opening verzorgd had namens de Rabobankploeg, moest hij gisteren afstand doen van de leiderstrui. Twee dagen eerder was hij al serieus aangevallen en hield de nonchalant ogende Brabander zijn shirt droog: hij pareerde aanvallen van grote meneren en deed dat knap.
Op dinsdag spartelde een aantal Rabobankrenners achteraan in het peloton en gisteren was het raak; geen van zijn ploeggenoten kon de klassementleider langs de coupures in de grote groep lozen. De aanwezige Rabobankers zijn niet sterk genoeg om deze moeilijke klussen te klaren.
Gisteren verbleef alleen Tankink in de buurt van Boom; de anderen zwommen als vissen op het droge achter de hoofdmacht aan. Boom zelf, met alleen maar laconiek zijn verwerf jezelf geen toppositie in deze wereld, kon het gat niet dicht krijgen. De eerste Nederlander van de bankploeg in Parijs-Nice eindigde gisteren als 76ste. Dat betekent dat de helft van het hele peloton vóór die plaats finishte.
Alleen de Hoogerland scoorde beter. Hij werd 32ste op lichte achterstand, nog wel bij de beste renners in de buurt. Hoe ze verder eindigden? Tankink 79, Postuma 122 en Moerenhout 124 op 2.23, Van Emden 134, Leezer 136 op 2.26, Flens 156 op 4.40 en Van Winden 162 op 12.15. Zes man op het tweede blad.
Snel even naar Tirreno-Adriatico gekeken. Resultaat van de eerste etappe? Voor de Rabobank: Gesink 56, Nuyens 62, Tjallinghi 66, Stamsnijder 70, Langeveld 104, Martens 111, allen in dezelfde tijd als de winnaar. Niermann 128 op 1.01 en Freire 152 op 4.59.
Ook hier speelden de oranjemensen geen rol in de finale. Alleen het vrolijke veulen Terpstra liet zijn neus in de wind zien en toog ten aanval. Al het oranje gebroed bleef veilig in de boezem van het peloton. De altijd wat slaperige Freire liet zich eenvoudig uit de wielen rijden. Voor hem is deze koers een springplank naar Milaan-SanRemo en Freire is er eentje van ’waarom zou ik me druk maken’. Oké, ik geef toe: als hij over negen dagen maar ’mee is’, want dan telt het.
Wat ik wil stellen: dat ’we’ een prachtig georganiseerde ploeg hebben waar ’we’ trots op zijn, maar die mannen doen niet mee in de finales van de koersen van nu. Ze kunnen amper volgen, bungelen eraan, zijn onzichtbaar en zijn weinig spraakmakend.
Het zou zo goed zijn als de Rabo- renners dat juk eens af zouden gooien en mee zouden rijden voor de ereplaatsen en in de voorste groepen zouden eindigen. Gewoon zevende of 17de of eervol 29ste worden. Mee kwakken en duwen, meezitten in ontsnappingen.
Meerijden kan iedereen. Opvallen is slechts aan goed getrainden gegeven. Een profrenner die zo goed behandeld wordt als al die jongens bij de bank, zou geen genoegen moeten nemen met het tweede blad. Dat zou zijn eer te na moeten zijn.
Het seizoen is nog vroeg, ik weet het, maar gisteren viel me dat op bij het controleren van de uitslagen. Herstel: het viel me weer op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.