*

 

Remake van cultklassieker is vooral een slapstick

Belinda van de Graaf − 11/03/10, 00:00

De Duitse regisseur Werner Herzog voegt met Nicolas Cage als politie inspecteur in New Orleans een kleurrijk karakter toe aan zijn kabinet van excentrieke maniakken. Op het afgelopen filmfestival van Rotterdam, waar ’Bad Lieutenant’ al even te zien was, lag het publiek dubbel van het lachen bij de aanblik van de vuilbekkende agent die alles naar binnen werkt wat hem maar kan verdoven: cocaïne en heroïne, crack en smack, en vooral scheepsladingen van de pijnstiller vicodin.

  • Nicolas Cage (links) werkt alles naar binnen wat hem maar kan verdoven: cocaïne en heroïne, crack en smack, en de pijnstiller vicodin. (Trouw)
  • Nicolas Cage (links) werkt alles naar binnen wat hem maar kan verdoven: cocaïne en heroïne, crack en smack, en de pijnstiller vicodin. (Trouw)

Anders dan Abel Ferrara’s cult-klassieker ’Bad Lieutenant’ (1992) – waarin Harvery Keitel een fabelachtige rol speelde als de New Yorkse junk met politiepapieren – houdt Herzogs versie zich verre van religieuze connotaties, en zeker van de katholieke schuldvraag die bij de Italiaans-Amerikaanse Ferrara juist prominent aanwezig was.

]]>

Meest memorabel is dat Cage met chronische rugpijn door New Orleans wandelt, net na de orkaan, en Herzog brengt eerder een vrolijke parallel tussen de verwoeste stad en de verwoeste man. Met opgetrokken schouders en een van pijn vertrokken gezicht volgen we Cage bij het gokken, snuiven, slikken, schelden en intimideren – net zo lang tot het slapstick wordt.

Bij Herzog kunnen we langs de weg ook opeens een gigantische alligator treffen, verdwaald, en waarschijnlijk los gebroken uit de naburige rivier, de Mississippi. Het is alsof het beest het aardse tranendal gadeslaat, met de ogen knippert, en er dan snel vandoor gaat.

mailIcon print |