’WorkingTitles’ van Ivana Müller. Nog te zien op 13/3 Breda, 23/4 Eindhoven, 11/5 en 12/5 Utrecht, 19/11 Maastricht.
De personages in ’WorkingTitles’ van Ivana Müller spreken niet. Dat is nogal wiedes als je geen hoofd hebt, en ook nog eens een pop bent. Toch gaan de manshoge, identiteitsloze poppen leven, maar dan wel op een manier die continue onze perceptie kantelt en onze zucht naar betekenis fileert.
De poppen Adam, Eva, João, Tina, Tom, Vicky en Zoé worden door vier performers op- en afgedragen. Dialogen, beschrijvingen en subteksten worden als boventiteling op de achterwand geprojecteerd en sturen – als ambassadeurs van een autoritair soort taligheid – onze beleving. We lezen dat ’Adam’ in de textielindustrie werkt, (overdag) niet drinkt en met overgewicht kampt. Op deze manier krijgen alle poppen hun exposé, in dezelfde grove omschrijving als die in film- of tv-scenario’s wordt toegepast. Tot in het belachelijke worden de poppen ’belichaamt’ met betekenisdragers: Vicky-model-wordt-chagrijnig-als-ze-haar-middagtukje-niet-heeft-gehad.
Maar de poppen blijven natuurlijk poppen, lege omhulsels waarop we van alles projecteren, en vooral wíllen projecteren, toont Ivana Müller aan. Ontregelend, als de dummy’s in de boventiteling iets blijken te ’zijn’ wat we er nooit in ’zagen’. Confronterend als dat bijvoorbeeld ras betreft.
De conceptuele theatermaker en festivallieveling Ivana Müller legt met ironische distantie de vinger op de zere plekken van onze informatiecultuur: hoe laten wij ons manipuleren als het om ’betekenis’ gaat, of doorgetrokken: om onze werkelijkheid? De acht scènes van ’WorkingTitles’ worden ingeluid met een ’betekenisvolle’ werktitel waarin het verloop wordt aangekondigd. Tijdsaanduidingen worden gegeven, ontmoetingen en conflicten gesuggereerd: preludes voor romantiek, drama, een terroristische aanslag zelfs. Zonder veel omhaal wordt het ’verhaal’ ten tonele gevoerd waarbij de talige stereotyperingen ironisch worden gestript. De ’aanslag’ bestaat uit niet meer dan een stel op de vloer uitgespreide poppen, waar een performer naambordjes bijzet.
Mooi is dat Müller een meerlagige wisselwerking tussen pop en performer creëert, om die tegelijk weer af te breken. Natuurlijk verwachten we een relatie tussen pop en degene die ze aanstuurt. Maar de performers zijn niet meer dan simpele aangevers om als ’bankje in het park’ te fungeren. Tegelijk toont de performer zich oppermachtig door een pop in het ’verhaal’ te plaatsen of hem er arbitrair uit te verwijderen.
De vervangbaarheid van pop en performer staat voor Müllers al te nihilistische motieven, die echter aankomen omdat ze gortdroog worden doorgetrokken. Dat geldt ook voor de humor die het gezicht het volle uur op lachstand houdt. Er blijft alleen niet veel aan magie over bij dusdanig fileren van suggestie. Het mag houtsnijden; jammer is het ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.