De Rotterdamse stemmen van de raadsverkiezingen van 3 maart worden vandaag herteld. Onderwijl gaat het gevecht tussen Leefbaar Rotterdam en de PvdA door en heeft burgemeester Ahmed Aboutaleb het moeilijk.
Om half negen ’s avonds op de verkiezingsdag 3 maart vroeg een clubje journalisten aan burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam naar de opkomst in zijn stad. Die viel wat tegen, zei de burgemeester en, voegde hij er aan toe, zeker zo vervelend was dat in sommige stembureaus onregelmatigheden hadden plaatsgevonden.
„Ik heb voor zover ik weet als eerste burgemeester van Nederland een heel stembureau moeten vervangen en elders ook nog een voorzitter”, zei Aboutaleb neutraal. Maar zijn blik verried zorg en irritatie.
Hij wees erop dat voorzitters en medewerkers van de bijna driehonderd stemdistricten in Rotterdam tevoren strenge instructies hadden gekregen over het naleven van de Kieswet. Vier jaar geleden immers was er, achteraf en te laat voor maatregelen, nogal wat te doen geweest over kennelijke wanorde in stembureaus, in Rotterdam, maar ook in Amsterdam. Dit maakte het dubbel spijtig dat ook nu, vier jaar later, niet ieder stembureaulid, of iedere voorzitter, doordrongen bleek van de waarschuwende boodschap.
Het ingrijpen op stembureaus door Aboutaleb was het begin van een voor Rotterdam onrustige periode. De chaos kwam écht op gang toen de burgemeester aan het slot van de verkiezingsavond, even na middernacht, vertelde dat de definitieve uitslag nog bijna anderhalve dag op zich zou laten wachten. Op dat moment deden in de Burgerzaal van het stadhuis al veel verhalen de ronde over misstanden in stembureaus. In één geval zouden zelfs stembiljetten zijn gestolen op het moment dat een lid van het stembureau een epileptische aanval kreeg en op de vloer werd verzorgd.
Dat in de voorlopige uitslag de PvdA een voorsprong op de grote concurrent Leefbaar Rotterdam had van een paar honderd stemmen, en de zetelverdeling voor beide op veertien bleef steken, maakte de aanwezige politici van de twee grootheden nog nerveuzer. In zijn eerste reactie op de voorlopige uitslag zei Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam dat ’hertelling van de stemmen’ was gewenst en hij voegde hieraan toe dat Nederland ’geen bananenrepubliek’ is.
Dominic Schrijer van de PvdA, de voorlopige winnaar, wilde in zijn reactie alleen ’vooruitkijken’ en benadrukte – opnieuw – dat de plannen van zijn partij haaks op die van Leefbaar staan. Een coalitie tussen Leefbaar en de PvdA? Geen denken aan, memoreerde Schrijer, niet eens een gezamenlijke bak koffie. Andere partijen, zoals GroenLinks, D66 en VVD waren in hun reacties minder uitgesproken. „Er moet recht worden gedaan aan de verkiezingsuitslag”, vertolkte lijsttrekker Arno Bonte van GroenLinks zijn mening en die van anderen.
De donderdag na de verkiezingen ging het in Rotterdam niet over de (voorlopige) uitslag maar over de wanorde in stemlokalen. Leefbaar vroeg Rotterdammers, die misstanden hadden ervaren bij het uitbrengen van hun stem, zich met hun verhaal te melden. Uit verscheidene deelgemeenten sijpelden berichten door dat ook daar het stemmen niet vlekkeloos was verlopen. Er doken filmbeelden op, van ontgoochelde en aangeslagen leden van stembureaus, van mensen die zich met zijn tweeën, drieën of vieren in stemhokjes bevonden, van discussies in dezelfde hokjes, van heel veel dat fout ging.
Burgemeester Aboutaleb zei vrijdag 5 maart, als hoofd van het centraal stembureau in Rotterdam, aan de hand van processen-verbaal, dat er fouten waren gemaakt. Zoveel was uit een belronde onder een groot deel van de voorzitters van de bijna driehonderd stembureaus in de stad wel gebleken. Aangezien de onregelmatigheden niet van invloed zouden zijn op de zetelverdeling in de gemeenteraad en het feitelijke aantal incidenten toch beperkt was gebleven, zag Aboutaleb geen juridische aanleiding om tot hertelling of herstemming over te gaan.
Hij kwam dinsdag op dat besluit terug. Enerzijds omdat de ’juridische werkelijkheid’ nu eenmaal niet dezelfde is als de ’maatschappelijk werkelijkheid’. Anderzijds was de druk op de burgemeester flink opgevoerd, met onder meer een opmerkelijke rol van zijn voorgangers Bram Peper en Ivo Opstelten. Zij hielden een publiek betoog om de stemmen te hertellen. Dat gevoegd bij de stroom van, overigens veelal oncontroleerbare, verhalen over de misstanden in stembureaus, was er voor Aboutaleb geen andere mogelijkheid om alsnog tot de hertelling van alle in de stad uitgebrachte stemmen te adviseren.
Het leverde de PvdA-burgemeester na zijn installatie van ruim veertien maanden geleden zo ongeveer het eerste compliment op van Leefbaar Rotterdam. „Een winst voor de democratie en een winst voor de stad”, jubelde raadslid Ronald Buijt van de Leefbaren over Aboutalebs advies de stemmen te hertellen. Buijt was aangever van de eerste misstanden in Rotterdamse stemlokalen door op verkiezingsdag poolshoogte te nemen. Toen hij de indruk kreeg dat incidenten lang geen uitzondering vormden, vond hij meer partijgenoten bereid om op pad te gaan en raakte het stemdossier allengs dikker van omvang. Dat sneeuwbaleffect bleek niet te stoppen, met als gevolg een steeds luidere roep om herstemming.
Het compliment uit onverwachte hoek betekent voor Aboutaleb niet dat hij van de zijde van Leefbaar op enige toenadering of clementie kan rekenen. Feitelijk is de positie van de burgemeester van Rotterdam vanaf zijn allereerste werkdag in de stad bijzonder complex, en ondankbaar. Het was fractievoorzitter Peter van Heemst van de PvdA die hem vanuit het kabinet naar Rotterdam loodste. Dat was een regelrechte verrassing, die binnen Leefbaar en bij een deel van de Rotterdammers tot gemengde reacties leidde. Dit onder meer vanwege zijn islamitische achtergrond en, opmerkelijk genoeg, veel minder vanwege zijn politieke achtergrond als lid van de PvdA, de partij die in 2006, na vier jaar Leefbaar, de macht in Rotterdam weer overnam.
Fractievoorzitter Marco Pastors van Leefbaar stemde in met de benoeming van Aboutaleb. Partijgenoot Ronald Sörensen maakte na de bekendmaking ernstig en luid bezwaar. De PvdA-fractie zag en ziet kwade wil in de destijds door Sörensen aangevoerde bezwaren en houdt deze actueel door ze regelmatig publiek uit te leggen als ’verdachtmakingen’ aan het adres van de burgemeester.
Aboutaleb weet zich onder een vergrootglas gelegd door Leefbaar. De PvdA neemt het altijd op voor de burgemeester, maar looft hem zelden in het licht van de schijnwerpers. De sociaal-democraten hebber er echter een gewoonte van gemaakt om in de raad en daarbuiten telkens terug te komen op, in hun ogen onterechte, boude of schandalige uitspraken van Leefbaren over de burgemeester. Binnen de raad, voor het oog van de overige raadsleden geeft dat aanleiding tot fricties en andere onaangenaamheden tussen PvdA en Leefbaar en vooral tussen Pastors en zijn opponent Van Heemst.
Hierin speelt mee dat Rotterdam het afgelopen jaar meermalen te maken kreeg met ernstige incidenten en politiek gevoelige onderwerpen. Daar waren onder meer de strandrellen in Hoek van Holland en het daarop volgende voor gemeente en politie kritische COT-rapport, de huidige verkiezingsaffaire en de conflicten rond de door de gemeente weggestuurde islamdeskundige Tariq Ramadan. Het zijn of waren affaires waarin de rol van Aboutaleb niet buiten schot bleef en waarin hij kritiek oogstte.
De politieke strijd over deze en andere onderwerpen wordt door PvdA en Leefbaar over het hoofd van Ahmed Aboutaleb uitgevochten. Het verklaart wellicht deels dat de burgemeester dinsdag nog zei dat hij zich na een jaar Rotterdam nergens meer over verbaast, als het gaat over de strijd die de twee lokale politieke grootmachten met elkaar uitvechten. In de gemeenteraad is Aboutaleb regelmatig inzet van deze machtsstrijd. Hij fungeert als een soort menselijk schild, dat de sociaal-democraten verdedigen en de Leefbaren aanvallen.
Anders dan over zijn portefeuille van openbare orde en veiligheid kan de burgemeester zich inhoudelijk niet mengen in raadsdebatten. De regelmatig terugkerende discussies over zijn functioneren, en soms zijn achtergrond, moet hij daarom lijdzaam aanvaarden. Exemplarisch voor zijn positie is het volgende voorbeeld. Van Heemst stelt dat Pastors, tijdens een raadsdebat in september vorig jaar, Aboutaleb zou hebben aangemerkt als ’eerste moslimburgemeester van Europa, die extra in de gaten gehouden moet worden als het om veiligheid gaat’. Pastors ontkent ten stelligste dat hij dit destijds zo heeft gezegd, is hier boos over en stelt zwart op wit dat het citaat anders was: ’Hij is de eerste moslimburgemeester in Europa en verantwoordelijk voor de op één na grootste stad van het land, die zich op dit gebied niet al te veel kan veroorloven’.
Het gevolg van zulke controverses is dat de sfeer in de ’oude’ raad slecht was en de verstandhouding tussen Pastors en Van Heemst ijzig. Dat nu lijsttrekker Dominic Schrijer de touwtjes voor de PvdA voorlopig in handen heeft, lijkt geen verschil te maken. De partijprogramma’s van PvdA en Leefbaar, die inhoudelijk niet eens veel verschillen, doen er niet (meer) toe. Schrijer zei na de wens van Leefbaar om tot hertelling van de stemmen over te gaan, dat hij die partij een slechte verliezer vindt. Zijn boodschap komt erop neer dat Leefbaar alleen maar wantrouwen uitstraalt naar Aboutaleb en niet moet zeuren. Dit wekt weer irritatie en woede bij de Leefbaren, en hoofdzakelijk onbegrip bij andere fracties met als gevolg op veel fronten een niet of nauwelijks meer te doorbreken patstelling.
Ivo Opstelten, de voorganger van Aboutaleb, had van dat alles in het geheel geen last. Dat had vermoedelijk niets met de kwaliteiten van hem of die van Aboutaleb te maken, maar alles met de partijherkomst. De VVD’er Opstelten was voor de PvdA en Leefbaar nooit een speelbal, hij was geen machtsfactor in de toen al heersende rivaliteit tussen beide partijen. Aboutaleb is juist aanhoudend en in toenemende mate die speelbal. Deze voor hem ondankbare, niet te benijden rol verklaart wellicht deels zijn gespannenheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.