Uit cijfers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) blijkt donderdag dat het aantal abortussen dat boven de dertien weken wordt uitgevoerd in ziekenhuizen is verdrievoudigd sinds 2000. Volgens de IGZ komt dit vermoedelijk door de zogenoemde 20-wekenecho.
Deze echo krijgen vrouwen sinds 2007 standaard na twintig weken zwangerschap aangeboden. Als na nader onderzoek wegens afwijkingen ouders besluiten de zwangerschap af te breken, gebeurt dit meestal in een ziekenhuis.
De cijfers van het IGZ wijzen verder uit dat het grootste deel van de abortussen, 94 procent, plaatsvindt in een abortuskliniek. Zes procent wordt in ziekenhuizen uitgevoerd.
Tegelijkertijd meldt de Rutgers Nisso Groep donderdag dat vrouwen die een abortus ondergaan, hier in een steeds vroeger stadium voor kiezen.
Uit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep blijkt dat 73 procent van de vrouwen die kozen voor een abortus in 2008 de ingreep onderging in de eerste zes weken van de zwangerschap. Dat is een stijging van achttien procent ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens de Rutgers Nisso Groep is door betere testen en echo's eerder vast te stellen of en hoe lang een vrouw zwanger is.
Het aantal abortussen is in 2008 wel gelijk gebleven, zo blijkt uit de cijfers van zowel de Rutgers Nisso Groep als van de IGZ. In totaal lieten 33 duizend vrouwen een abortus uitvoeren, bijna negen op de duizend vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Dit cijfer is sinds 2002 stabiel, meldt het kenniscentrum op het gebied van seksualiteit.
Het abortuscijfer onder tieners daalde volgens de Rutgers Nisso Groep in 2008, net als in voorgaande jaren. In 2007 ondergingen nog 7,4 op de duizend meisjes van 15 tot 19 jaar een abortus. Een jaar later was dit verder gedaald tot 7,1 op de duizend.
Van de vrouwen die kiezen voor een abortus heeft een op de drie er al een of meerdere gehad. Bij vrouwen met een Afrikaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond is dit meer dan de helft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.