Zelfroosteren neemt een vlucht. Maar eenmaal begonnen gaat het in kleine stapjes, blijkt uit onderzoek bij bedrijven. „Het is wennen.”
’Zelfroosteren’ kan een wezenlijke bijdrage leveren aan langer doorwerken. Oudere werknemers nemen in de praktijk vaker de vroegste diensten voor hun rekening en hoeven minder mee te draaien in de voor hen belastende avond- en nachtdiensten. Dat blijkt uit onderzoek van TNO Kwaliteit van Leven.
Samen met FNV Formaat en het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie nam het onderzoeksinstituut de stand van zaken onder de loep bij het ’zelfroosteren’. Dit houdt in dat mensen hun eigen werkrooster invullen. Via een computerprogramma worden die wensen op elkaar afgestemd.
Hoewel de ontwikkelingen op dit onderdeel van slimmer werken ’schoorvoetend’ verlopen, melden betrokken bedrijven en medewerkers positieve effecten als ze er eenmaal een tijdje mee werken, constateert Erik Jan van Dalen, senior adviseur bij TNO. Zo raken werknemers duidelijk meer betrokken bij hun bedrijf en nemen ze meer verantwoordelijkheid. Hun mogelijkheden om arbeid en privé beter te combineren, nemen toe en dat leidt ook tot meer tevredenheid op het werk. Er zijn ook –zij het nog beperkt– signalen van bedrijven dat ze efficiënter kunnen werken dankzij grotere flexibiliteit van het personeel. Volgens Van Dalen is op dat punt nog veel winst te boeken bij bijvoorbeeld de politie en in de zorg. De resultaten van het onderzoek worden vandaag tijdens een bijeenkomst in Utrecht gepresenteerd.
De belangstelling voor zelfroosteren bij werkgevers neemt toe. Aanvankelijk zagen ze het als een kans om aantrekkelijker te zijn bij het werven van (schaars) personeel. Maar sinds de crisis groeit de interesse vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbesparing.
Hoewel een voorhoede zegt vrij ver te zijn bij het aanbieden van maatwerk in arbeidstijden, blijkt uit het onderzoek van TNO, FNV Formaat en NCSI bij vijftien bedrijven dat de ontwikkeling in de praktijk in kleine stappen gaat. In de zuivere zin van het woord is er volgens de onderzoekers in Nederland zelfs geen sprake van zelfroosteren. Medewerkers bepalen dan binnen de richtlijnen van de Arbeidstijdenwet en de minimum- en maximumbezettingseisen helemaal zelf hun rooster.
Wel is er een groeiend aantal bedrijven die medewerkers –soms verregaande– zeggenschap geven in hun dienstrooster. Zelf noemen de organisaties dat zelfroosteren. Leidinggevenden en roosteraars houden echter meestal een vinger aan de pols. „De term lijkt aan inflatie onderhevig”, concluderen de onderzoekers. Want zelfs organisaties die vastomlijnde diensten van acht uur blijven hanteren, spreken van zelfroosteren.
TNO-adviseur Van Dalen heeft er wel een verklaring voor. „Deze veranderingen hebben heel wat voeten in de aarde. Het is een ware omslag.” Voor leidinggevenden omdat ze het roosterproces aan hun medewerkers moeten overlaten. Zo kan het gebeuren dat agenten Piet en Jan die zo goed samen de zaak bestieren in de moeilijke zaterdagavonddiensten, niet meer samen staan. Het maakt ook uit of er een grote afstand is tussen het management en de werkvloer en of er al een zekere individuele cultuur is in het bedrijf. Van Dalen: „Voor medewerkers is het ook wennen omdat ze niet langer moeten aangeven, wanneer ze geen dienst willen, maar wanneer ze wel willen werken.” Die omschakeling vergt minstens een half jaar, blijkt uit ervaringen van organisaties die al verder zijn met het zelfroosteren.
Er is veel koudwatervrees en de angst om het verlies van onregelmatigheidstoeslagen speelt een rol bij terughoudendheid van werknemers, stelt Van Dalen. „Maar als bij het individueel roosteren een zekere inconveniëntie wegvalt, ligt een discussie hierover voor de hand”, meent hij. Daar rust nu nog een taboe op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.