Het Zweedse tennis is lelijk in verval geraakt. Op Robin Söderling na is het akelig stil in het land dat vorige eeuw topper na topper voorbracht.
Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat Zweedse tennissers in hun rooftocht naar titels het profcircuit onveilig maakten. Ook in Rotterdam zijn de herinneringen aan de gouden jaren van het Zweedse tennis tastbaar, met kampioenen als Björn Borg (1979), Joakim Nyström (1986), Stefan Edberg (1987 en ’88) en Anders Jarryd (1993). Maar de tijden zijn veranderd. Anno 2010 heeft Zweden met Robin Söderling slechts één speler bij de beste tweehonderd tennissers van de wereld.
Het had niet veel gescheeld of de naam van Söderling was ook blijvend zichtbaar geweest in Ahoy, waar alle winnaars op de balustrade van de tweede ring zijn vereeuwigd. In 2008 verloor hij echter in de finale na drie spannende sets van de Fransman Michael Llodra. Ruim een jaar later vestigde Söderling definitief zijn naam. Hij drong door tot de eindstrijd van Roland Garros, na ondermeer een sensationele overwinning op viervoudig titelhouder Rafael Nadal.
Na die triomftocht op het Parijse gravel raakte de carrière van Söderling in een stroomversnelling. Hij drong de mondiale toptien binnen en plaatste zich voor de ATP World Tour Finals in Londen. Begin dit jaar betaalde de 25-jarige Zweed de tol voor het geleverde overwerk. Een korte vakantie van twee weken kon hem niet bevrijden van mentale en fysieke vermoeidheid. In de eerste twee toernooien van 2010, in Chennai en Melbourne, kwam hij niet verder dan de eerste ronde.
„Ze moeten iets aan het schema veranderen, want het seizoen is echt te lang”, zei Söderling gisteren na zijn overwinning op Igor Sijsling (7-6 en 6-3) in de tweede ronde van het ABN World Tennis Tournament. „Terwijl het jaar nog moest beginnen, voelde ik mij in Australië al bijzonder vermoeid.” Terug in Europa – de Zweed woont in Monte Carlo – had hij twee weken nodig om de accu op te laden. Enigszins hersteld vroeg hij aan toernooidirecteur Richard Krajicek een wild card.
Söderling was in het eerste decennium van deze eeuw niet de enige Zweed die een grandslamfinale haalde. Zijn huidige coach, Magnus Norman, speelde in 2000 in de eindstrijd op Roland Garros en de inmiddels gestopte Thomas Johansson veroverde in 2002 in Melbourne de titel op de Australian Open. Die incidentele successen konden het verval van het Zweedse tennis niet verbloemen. Niets herinnert meer aan de tijden dat de Zweedse toppers elkaar in groepsverband tot grote hoogtes opstuwden. In de Davis Cup, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zesmaal een prooi voor Zweden, is het Scandinavische land geen vaste waarde meer in de wereldgroep.
„We hebben in het verleden als klein land heel veel goede spelers gehad”, aldus Söderling, de nummer acht van de wereld, die een verklaring voor het totale gebrek aan goede landgenoten schuldig moest blijven. De overdaad was destijds misschien inderdaad wel opmerkelijker dan de schaarste van nu. „Het is natuurlijk jammer dat er zo weinig topspelers zijn, maar er komt wel een goede lichting aan. Over een paar jaar hebben we weer een aantal toppers.” Een veelbelovend talent is Daniel Berta, met zeventien jaar de nummer één op de wereldranglijst bij de junioren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.