Sinds ik in Canada ben heb ik meer ijshockey op de televisie gezien dan ooit. De National Hockey League (NHL), de leidende profafdeling in Noord-Amerika, mag nog een paar dagen zijn veelheid aan wedstrijden uitspuwen, vanaf volgende week staan de olympische landenploegen in het middelpunt van de belangstelling.
In Nederland is ijshockey een kleine sport. We weten er eigenlijk niets van, behalve dan dat we geleerd hebben dat Canada, historisch gezien, hockeyland nummer 1 is. Wat we niet weten is dat Finland ook ijshockey als nationale sport ziet (net boven skispringen en ’s zomers voetbal) en dat de Russen hun nationale competitie op zijn minst net zo sterk vinden als de NHL.
Neen, wij zijn van het schaatsen en daarom is een stoomcursus ijshockey nuttig.
In een gemiddelde Canadese krant worden vier tot zes pagina’s gevuld met aan ijshockey gerelateerde verhalen. Van NHL tot onderbond, met veel oog voor de jeugd. Iedere Canadese stad heeft ploegen, hallen en organisaties die zich met hockey (de Noord-Amerikanen laten ice weg) bezighouden. Naschoolse activiteiten voor bijna iedere Canadese jongen betekent hockeytrainingen en niets anders.
IJshockey (laat ik onze term voor het gemak aanhouden) is niet alleen de nationale sport, het zit zo diep ingevroren in het Canadese leven, dat je van een onuitroeibare sportcultuur mag spreken.
Waar wij gek gaan doen als er natuurijs ligt en de handen keurig op de rug leggen als we schaatsen, daar moet en zal een Canadees op een kleine, rechthoekige baan staan met een stick in de hand en ijshockeyschaatsen aan.
Van Friese doorlopers heeft in Canada nog nooit iemand gehoord. Ik schaatste ooit in Ottawa met long blades (Noren dus) en werd voor een Marsmannetje aangezien.
Nu de NHL de deuren dus voor twee weken dicht doet en de allerbeste spelers van de wereld in Vancouver zijn om (naar verwachting) het allerbeste toernooi ooit te gaan spelen, kan ik niet achterblijven en lees ik me wild en kijk naar alles wat met topijshockey te maken heeft.
Het eerste wat opvalt tijdens een avond televisie kijken: de sport is zo blank als maar kan. Ook in de vele Amerikaanse steden waar NHL-ploegen hun basis hebben (in het moederland zijn de traditionele ploegen uit Quebec en Winnipeg gewoon gekocht door rijke Amerikaanse zakenlieden en verhuisden die teams alsof er niets aan de hand was) zie je geen gekleurde mensen op de tribune. IJshockey is de meest blanke sport ter wereld, dat weet ik zeker. In de NHL zie je heel soms donkere spelers, maar iedereen weet dat het de uitzonderingen op de regel zijn.
Hoe het ook zij, het ijshockey gaat, zeker in downtown Vancouver, de belangrijkste olympische happening worden. Van het ’gedoe’ in Richmond, waar mensen in een ovaal over het ijs schaatsen en bodychecks niet bestaan, wil men in Canada heel weinig tot niets weten. Wat toppers als Jeremy Wotherspoon en Cindy Klassen ook betekenen. Wat Catriona LeMay of Gaetan Boucher ook betekenden.
Sinds dinsdagochtend giert het gerucht door de stad dat ijshockeygrootheid Wayne Gretzky de olympische vlam zal aansteken. Wij halen onze schouders op, maar voor de Canadezen zou dat een hemels moment van her- en erkenning zijn. Gretzky wordt niet voor niets The Great One genoemd.
Kaartjes voor de grote ijshockeywedstrijden kosten op straat een vermogen, hoorde ik net. En wacht even, Neil Young schijnt vrijdag ook in de stad op te treden.
Vancouver lijkt op de hemel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.