*

 

Nucleaire studies weer open voor Iraniërs

Bart Zuidervaart − 04/02/10, 00:00

Iraniërs mogen niet categorisch worden uitgesloten van nucleaire studies, oordeelde de rechter gisteren. De Sanctieregeling Iran is van tafel.

Discriminerend, ongeoorloofd, disproportioneel. De rechtbank in Den Haag laat weinig heel van de sanctieregeling die Iraanse studenten verbiedt om specifieke nucleaire studies te volgen. De regeling, die in juli 2008 door de ministers Verhagen (buitenlandse zaken) en Plasterk (onderwijs) werd ingevoerd, was vanaf het begin omstreden. Het kabinet noemde het studieverbod voor Iraniërs noodzakelijk en verwees naar resolutie 1737 die de VN-Veiligheidsraad in december 2006 aannam. Daarin wordt lidstaten opgedragen te voorkomen dat Iran aan gevoelige nucleaire informatie komt, en zo een atoombom kan fabriceren.

Het Nederlandse besluit leidde tot protest van honderden wetenschappers, uit binnen- en buitenland. Een van hen was Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hoogleraar rechtsociologie Ashley Terlouw noemde de maatregel ’stigmatiserend’ en ’schadelijk voor de reputatie van Nederland’.

De sanctieregeling betekende dat de installaties van Urenco, de kernreactoren in Delft en Petten, de kerncentrale in Borssele en negen masteropleidingen aan universiteiten anderhalf jaar lang verboden terrein waren voor Iraniërs. Door de rechterlijke uitspraak van gisteren zal dit verbod moeten worden opgeheven.

Voor de Haagse rechter weegt zwaar dat de regeling alleen mensen met een Iraanse nationaliteit treft. „Het gaat in deze zaak dan ook om een bij voorbaat verdacht onderscheid”, staat in het vonnis. De rechtbank noemt dat „geen geoorloofd middel om proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten door Iran door kennisoverdracht te verhinderen”. De ministers gaan er in hun maatregel ook aan voorbij dat ook mensen met een andere nationaliteit zich hieraan schuldig kunnen maken.

Volgens de rechter zijn er minder ingrijpende alternatieven die hetzelfde effect kunnen hebben, zoals scherpere beveiliging en individuele screening en beperking van het verlenen van visa aan Iraniërs. Denemarken en Frankrijk doen dat ook. De Nederlandse regeling is ’disproportioneel’.

De zaak was aangespannen door een groep Iraanse studenten die klaagde over discriminatie en belemmering van de vrije studiekeuze. Hun advocaat, Jelle Klaas, noemt het een ’dappere uitspraak, die juridisch wel logisch is’. „Een regeling die alleen – en ook nog álle – Iraniërs treft, is volstrekt onhoudbaar. Gelukkig ziet de rechter dat ook.” Buitenlandse Zaken bestudeert de uitspraak, zegt een woordvoerder.

mailIcon print |