*

 

’Leer de bijsluiter van je eigen kind kennen’

Iris Pronk − 04/02/10, 00:00

Den Haag heeft sinds gisteren een opvoedingscanon. Om kennisleemtes op te vullen over, bijvoorbeeld, eetgedrag van peuters en puberteit.

  • Een leerling van basisschool Liduina in Den Haag bekijkt, tijdens zijn lunch, de gisteren verschenen opvoedingscanon. ( FOTO JOÿL VAN HOUDT)

De achtjarige Sharaeel doet wel eens iets stouts, zoals voetballen in huis. Dat mag niet van zijn ouders, en dat begrijpt hij best. Dat hij dan even in de hoek moet, vindt Sharaeel ’wel goed’: „Anders ga ik er niks van leren.”

Sharaeels ouders zijn prima opvoeders, vindt hun zoon. Dat geldt ook voor verreweg de meeste andere Haagse vaders en moeders, benadrukt Sander Dekker, VVD-wethouder jeugd in deze stad. De opvoedingscanon, die hij gisteren presenteerde in basisschool Liduina, is dan ook geen ’voorschrift’ of ’belerende vinger’.

Wél een ’handreiking’, en een ’overzicht van recente wetenschappelijke kennis’ op het gebied van opvoeding. Verantwoordelijk hiervoor is René Diekstra, lector jeugd en opvoeding aan de Haagse Hogeschool. Hij en zijn medewerkers ondervroegen duizend ouders, en lieten vele duizenden anderen online meedenken. Zij bleken, zegt Diekstra, ’een dorst naar kennis’ te hebben.

Daarin zitten volgens Diekstra ’leemtes’. Zo vindt twee derde van de ondervraagde Hagenaars dat een tweejarige pas van tafel mag als de maaltijd afgelopen is. Terwijl een peuter nog niet zo lang kan stilzitten. Ook denken verreweg de meeste ouders dat één keer flink straffen effectiever is dan vaker lichte straf. Niet dus.

Een topdrie van ’opvoedingsmisverstanden’ heeft Diekstra niet. Wel is hem opgevallen dat ouders hun invloed op pubers onderschatten. „Ouders ervaren de puberteit als een situatie van stuurloosheid en machteloosheid”. De opvoedingscanon, die behalve in boekvorm ook online beschikbaar is, biedt hen tips voor het ’constructief omgaan met conflicten’.

Op een ander gebied overschatten ouders hun invloed weer. Dat hun kind terughoudend is in de omgang, of snel schrikt van onverwachte gebeurtenissen, of ’s ochtends erg sloom is, ligt vast aan de opvoeders. ’We zullen wel iets verkeerd doen’, vrezen die. Maar kinderen worden ook gewoon geboren met een temperament. Volgens de opvoedingscanon zijn er drie typen: het makkelijke kind, het moeilijke kind en het langzaam startende kind. „Leer de bijsluiter van je kind kennen”, zo adviseert Diekstra.

De kans is groot dat ’probleemouders’ van probleemkinderen de opvoedingscanon juist niet gaan bestuderen, beamen Dekker en Diekstra. Maar toch verwacht de laatste ook voor hen een positief effect: „Naarmate de gemiddelde kennis over opvoeding stijgt, zal het aantal opvoedingsproblemen – met vertraging – ook voor deze ouders afnemen.” Diekstra gaat vervolgonderzoek doen, om te kijken of deze verwachting uitkomt.

Directeur Ellen Hal van de Liduinaschool – ’juf Ellen’ voor Sharaeel – vindt het ’mooi’ dat er nu een opvoedingscanon is. Al denkt ze dat ouders met ’gezond verstand’ en een ’warm kloppend hart’ ook een heel eind komen.

Ouders vormen met hun kinderen een ’eigen biotoop’, zegt ze. Haar wenkbrauwen fronsen wel eens tijdens een huisbezoek, bijvoorbeeld als een wandvullende flatscreen-televisie voortdurend aanstaat. Maar ja, zegt ze, er is ook nog zoiets als ’de eigenheid van de opvoeder’.

mailIcon print |