Thailand en Cambodja hebben al jaren een grensconflict rond de elfde-eeuwse Preah Vihear tempel. Deze week werd er weer geschoten.
De Thaise militair lacht uiterst vriendelijk, maar blijft onverbiddelijk: „Nee, nee, het spijt me voor u, maar ik mag u niet doorlaten.”
Met vier collega’s in vol gevechtstenue bewaakt hij een controlepost op de weg naar de Preah Vihear, een monumentale elfde-eeuwse hindoetempel waar Thailand en oostelijke buur Cambodja al een eeuw onmin over hebben. „Het risico is te groot, stel dat de Cambodjanen gaan schieten”, zet de militair zijn woorden nog eens kracht bij. De slagboom blijft dicht en de geplande visite aan de beroemde tempel is helaas van de baan.
Het tempelcomplex zelf, een kilometer of acht verderop, blijft door dichte bossen aan het oog onttrokken. Preah Vihear is door het Internationale Hof van Justitie in Den Haag in 1962 aan Cambodja toegewezen, maar nationalistische Thais kunnen dat nog steeds moeilijk verkroppen. De jongste ruzie gaat over de paar vierkante kilometer rond de toegangstrap van de tempel, gebied dat door Thailand wordt opgeëist.
De kwestie laaide in de zomer van 2008 weer op toen Cambodja de Preah Vihear als werelderfgoed voordroeg bij de internationale cultuurorganisatie Unesco. Thailand steunde de voordracht, maar trok die later in onder druk van Thaise nationalisten. Bangkok stuurde troepen naar de grens, Cambodja deed hetzelfde, en bijna brak er een oorlog uit.
Nog steeds staan de militairen zowat neus tegen neus in het betwiste gebied, en bij een aantal korte schermutselingen zouden zeven doden zijn gevallen. Na relatief rustige maanden was er afgelopen zondag een nieuw vuurgevecht dat tien minuten zou hebben geduurd. Slachtoffers vielen er niet.
De spanningen in de streek zijn duidelijk merkbaar. De militaire controlepost is met rollen scheermesdraad versterkt. Langs de weg er naartoe zijn hier en daar bunkertjes gegraven tegen mogelijke artillerieaanvallen. Af en toe rijdt er een vrachtwagen vol militairen voorbij.
De inwoners van deze arme grensstreek hebben veel last van het conflict. De inkomsten uit het toerisme en de handel worden node gemist. „Er was veel handel over en weer, maar dat is nu allemaal gestopt”, zegt Boonrak (50) die ten zuiden van Kantharalak woont, een stadje bij de grens. „De markt bij de tempeltrap waar rijst, kippen en dat soort zaken werden verhandeld, is gesloten.”
Vorig jaar oktober kwam een grote groep nationalistische Thais naar het grensgebied om te betogen tegen Cambodja. Zij wilden het land rond de toegangstrap bezetten, want ze zijn bang dat Cambodja dat inpikt, vertelt Boonrak, die de demonstranten voorbij zag komen.
„Het waren er wel duizend”, zegt ze. „Maar niemand hier had zin in die demonstratie, want wij zijn bang dat de situatie escaleert en we willen geen oorlog hier. Toen wij de betogers probeerden tegen te houden brak er een groot gevecht uit waarbij nogal wat gewonden zijn gevallen.”
Een paar kilometer verderop verwoordt zijdespinster Phan Kham (46) wat veel mensen in deze streek vinden over het gebied rond de tempel. „Als we kunnen bewijzen dat het ons land is, dan willen we het terug. Maar als dat een oorlog oplevert, laat dat stuk land dan maar gaan.”
De Thaise premier Abhisit probeert escalatie te voorkomen, maar een oplossing is nog niet in zicht. Dat stoort veel zakenlui, zegt de Thaise econome Pasuk Phongpaichit. „Zij beginnen te protesteren want de economie lijdt schade doordat de handel tussen beide landen stil ligt.”
Toch is de kans op een oorlog afgenomen, denkt Pasuk, die ook hoopgevende signalen ziet. „De situatie aan de grens is al een tijd relatief rustig en er zijn geen zware gevechten uitgebroken. Het lijkt er soms zelfs bijna op alsof ze daar spelletjes met elkaar spelen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.