amsterdam – - De wederopbouw van Haïti gaat volgens de VN decennia duren. „We moeten niet beginnen met niks, maar met nog minder dan niks”, zei de interim-leider van de VN-missie in het land, Edmond Mulet, tegen de BBC.
Mullet noemt de hulpverlening een hels karwei. Dat komt onder meer door het gebrek aan infrastructuur en een tekort aan voertuigen. De logistiek van de hulpoperatie is een ’nachtmerrie’, maar volgens hem gaat het elke dag beter.
Haïti werd op 12 januari getroffen door een zware aardbeving, waardoor mogelijk 200.000 doden vielen. Zeker 1,5 miljoen mensen raakten dakloos. Volgens de VN moet 75 procent van de hoofdstad Port-au-Prince weer worden opgebouwd.
Ook buiten de Haïtiaanse hoofdstad zijn massale investeringen nodig. De VN riepen gisteren op om op korte termijn voor ongeveer een half miljard euro te investeren in landbouw. In anderhalf jaar moet daardoor de voedselproductie in het land weer op peil zijn gebracht. Bovendien ontstaat er dan snel werkgelegenheid in het land waar de economie vrijwel tot stilstand is gekomen en waar veel mensen de hoofdstad Port-au-Prince ontvluchten vanwege gebrek aan eten, onderdak en werk.
Hoogste prioriteit heeft de invoer van zaden, kunstmest en landbouwwerktuigen. Dat moet het mogelijk maken om in maart te beginnen met het planten van gewassen. Daarna staan het herstel van een suikerraffinaderij en van irrigatiewerken op het programma.
Intussen worden nog steeds lichamen geborgen, maar overlevenden zijn gisteren niet meer aangetroffen. De dag ervoor werd nog een meisje van zestien jaar oud levend onder het puin gehaald. Zij maakte het gisteren goed.
Het eerste slachtoffer dat Nederlandse reddingswerkers redden in de hoofdstad Port-au-Prince in Haïti, Paula, blijkt deze week alsnog te zijn overleden. Vanwege bloedvergiftiging waren haar beide onderbenen geamputeerd, maar uiteindelijk wist zij het toch niet te redden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.