Aziatische steden worden genoemd als nieuwe financiële centra van de wereld. Al is niet iedereen overtuigd van dit scenario.
Als westerse landen hun rol als financiële centra kwijtraken, waar wordt die dan overgenomen? De strikte regels waaraan de bankensector in de Verenigde Staten en Europa onderworpen wordt, zou volgens analisten de positie als financieel centrum verzwakken. En dat biedt kansen voor andere delen van de wereld. Met name steden Singapore en Hong Kong, waar de regeldruk minder is, zouden ervan profiteren. „Die steden zullen al het talent wegkopen”, schrijft een analist uit Hong Kong in de Financial Times.
„Onzin”, zegt econoom Sweder van Wijnbergen, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Een paar mensen zullen misschien verkassen. Maar dat is echt een marginaal deel van het totale personeelsbestand van westerse banken.”
Dat de mondiale financiële centra straks in het Oosten staan, of in andere opkomende landen als Brazilië, is voorlopig niet aan de orde meent de econoom. „Singapore en Hong Kong zijn redelijk grote financiële centra, maar de rest van de regio, vooral China, houdt zijn kapitaalmarkt gesloten.”
Zo blijft het voor buitenlandse banken en andere financiële instellingen moeilijk om zich te vestigen in China en als ze al toestemming krijgen, is zaken doen niet gemakkelijk. Morgan Stanley bijvoorbeeld, die een banklicentie heeft gekregen omdat het een lokale bank heeft gekocht, moet voor ieder nieuw product die het introduceert goedkeuring krijgen van de Chinese overheid. Dat kan maanden duren.
Na de Aziëcrisis hebben veel Aziatische landen hun kapitaalmarkten gesloten voor buitenlandse investeerders. „Ze waren bang dat er te veel speculatief kapitaal naar het land zou stromen, ook wel hot money genoemd (één van de oorzaken van de Aziëcrisis, red.)”, zegt Van Wijnbergen.
Om die reden hebben weinig Aziatische landen behoefte grote financiële centra op te richten. „Dat lijkt me een verstandige houding”, zegt Van Wijnbergen. „De huidige crisis en de Aziëcrisis tonen aan dat het hebben van een te grote financiële sector voor ellende kan zorgen.”
In een rapport van de Asian Development Bank (ADB) pleit Roberto de Ocampo, verbonden aan de ADB, ervoor dat het verbeteren van regionale kapitaalmarkten veel meer prioriteit moet krijgen dan het inrichten van een paar grote financiële centra. „Het ontwikkelen van een sterke regionale financiële sector helpt bij een bloeiende regionale handel.” Shanghai is een voorbeeld van zo’n regionaal financieel centrum. Naar Europees voorbeeld hopen de Aziatische landen in de toekomst dan ook een gemeenschappelijk handelsblok te gaan vormen.
Vorig jaar, in de storm van de financiële crisis, werd daartoe een regionaal noodfonds in het leven geroepen dat deel uitmaakt van het Chang Mai Initiative. Dit fonds is tien jaar geleden opgericht met als doel dat Aziatische landen in tijden van economische crises toegang krijgen tot elkaars geldreserves om de handel in de regio overeind te houden. Het Chiang Mai Initiative moet gaan dienen als geldschieter in nood en in de toekomst moet het zelfs uitmonden in een Aziatisch Monetair Fonds, dat een gemeenschappelijke Aziatische munt moet gaan introduceren.
De Ierse econoom Brian Lucey, verbonden aan het Trinity College in Dublin, is van mening dat niet alle Aziatische landen focussen op regionalisering van kapitaalmarkten. „Een stad als Mumbai (India) heeft wel degelijk de ambitie om uit te groeien tot mondiaal financieel centrum. Hoewel de beurshandel in India nog onderontwikkeld is, zijn er verschillende indicatoren dat Mumbai een groot financieel centrum in de wereld gaat worden. Het economisch en technisch onderwijs is extreem goed in India en de technologiesector staat hoog in aanzien wereldwijd. Buitenlandse banken zullen daar op afkomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.