*

 

Zelfs de armste Dominicanen helpen buurland

Corry Hancké − 21/01/10, 00:00

De Dominicaanse Republiek, buurland van Haïti, zamelt van alles in voor de slachtoffers van de aardbeving. „Het zijn onze broeders.”

Ayudemos a nuestro hermano pais Haiti (We helpen ons broederland Haïti) staat er op de container die op het dorpsplein is neergezet. Sinds het nieuws over de aardbeving in buurland Haïti bekend geraakte, willen vele inwoners van de Dominicaanse Republiek helpen. Een benefietactie van de nationale tv-zender heeft bijna één miljoen euro opgebracht.

In Puerto Plata brengen de inwoners pakken met flesjes water, fruitsap en medicijnen naar het bureautje van de Defensa Civil. Terwijl CNN Español nieuwe beelden uit Haïti toont, regelen de vrijwilligers een nieuwe vrachtwagen. Onmiddellijk na de aardbeving zijn ze materiaal gaan inzamelen en nog geen twintig uur later was de eerste vrachtwagen onderweg. Sindsdien zijn al acht ladingen naar Haïti vertrokken.

Verpleger Juan Anderson Martinez was een van de eersten die de grens overstak. Hij is verpleger en is gisterochtend in allerijl naar het rampgebied vertrokken. „Ik heb levenden onder het puin vandaan gehaald en eerste hulp toegediend”, vertelt hij.

Vorige zondag is hij naar huis teruggekeerd. Het was te gevaarlijk geworden. In een land waar een groot deel van de bevolking straatarm is, vormen vrachtwagens met hulpgoederen een begeerde buit. „Ik heb gezien hoe zo’n vrachtwagen onder vuur werd genomen. Een hulpverlener is aan zijn verwondingen overleden, de ander heb ik nog kunnen verzorgen.”

Toch is Juan van plan om vandaag weer naar Haïti te vertrekken. „Het zijn onze buren. We vormen één eiland en we moeten solidair zijn.”

De Dominicaanse Republiek vormt het welvarender deel van het eiland Hispaniola. Een Italiaanse krant schreef deze dagen over de verschillen tussen de buurlanden: „Op de ene helft van het eiland vallen doden, op de andere helft speelt men golf”.

Toegegeven, het verschil tussen het armoedige Haïti en de golfterreinen in de Dominicaanse Republiek geeft een schok, maar de inwoners van de betere helft van het eiland steken de handen uit de mouwen om hun buren te helpen. „Zelfs de armen van de Dominicaanse Republiek kopen water om naar Haïti te laten brengen”, vertelt een Belg die hier woont.

De president van de Dominicaanse Republiek heeft onmiddellijk na de ramp hulpverleners gezonden en zijn regering opgedragen om soepel te zijn als vluchtelingen het land willen binnenkomen.

Marc Van Wynsberge, VN- coördinator in de Dominicaanse Republiek, probeert de hulpverlening in het grensgebied in goede banen te leiden. Zijn kantoor ligt aan de grensovergang die het dichtst bij Port-au-Prince ligt. „We staan voor ongekende problemen, omdat we nog nooit zoveel chaos hebben gezien”, zegt hij aan de telefoon vanuit het grensstadje Jimani. Vooral het gebrek aan coördinatie – door de talloze slachtoffers onder het lokaal bestuur en hulporganisaties op Haïti – speelt hem parten. „Het is fantastisch dat iedereen zijn steentje wil bijdragen om de Haïtianen te helpen, maar we kunnen niet ongestructureerd te werk gaan want dat leidt tot niets”, zegt hij.

Op dit moment valt de toestroom van vluchtelingen aan de grensovergang nog mee, maar de VN weten niet hoeveel Haïtianen Port-au-Prince verlaten hebben. Veel inwoners van de Haïtiaanse hoofdstad hebben hun toevlucht gezocht bij familie die op het platteland woont.

mailIcon print |