*

 

’Nieuwe boeken of films vergeet ik zo’

Inge Jacobs − 21/01/10, 00:00

Een beroerte wordt niet altijd door artsen herkend. Henry Dittmar kon hierdoor pas na anderhalf jaar met revalidatie beginnen.

Acht weken in het gips en je gebroken arm is weer genezen. En na enige tijd rust, kun je na een burn-out weer aan het werk. Maar de gevolgen van een beroerte blijven altijd.

Het overkwam Henry Dittmar (54) in december 2006. Hij vermoedde dat hij enkele tia’s had gehad en ging op advies van de huisarts naar het tia-spreekuur in het ziekenhuis van Leiderdorp. De neuroloog reageerde daar sceptisch op. „Als u er tien heeft gehad, zou u hier echt niet meer staan”, vertelde de arts. Maar witte vlekken op de CT-scan bewezen dat hij wel degelijk meerdere tijdelijke beroertes gehad had.

Dittmar ging naar huis, in afwachting van de MRI-scan die anderhalve maand later gemaakt zou worden. Zo lang hoefde hij niet te wachten, twee dagen later vielen zijn rechterarm en -been een aantal uren uit. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis, op de ’stroke-kamer’. Dittmar bleek in totaal veertien tia’s te hebben gehad.

Uit de MRI bleek dat de binnenwand van de halsslagader gesprongen was. Als de buitenwand ook sprong, zou hij dat niet overleven. Een gesprongen slagader is een hersenbloeding en dus een beroerte, maar dat werd de patiƫnt niet verteld. De buitenwand van de slagader hield het en na vijf dagen stuurde de neuroloog hem naar huis.

Dittmar kreeg geen advies mee van de arts. Rusten was niet zo belangrijk en zelf autorijden – wettelijk verboden na een beroerte – was geen probleem.

Dittmar had samen met zijn vrouw een eigen zaak en werkte tachtig uur in de week. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering had hij niet. Hij zocht op internet uit wat een tia was en las dat het minder ernstig was als een beroerte. „Ik kon een normaal leven leiden, dus ik ging weer aan het werk. Ik werd sneller moe en simpele dingen kosten me veel meer moeite, maar dan werkte ik een paar uur extra door.”

Dat ging mis. In oktober 2007 viel opnieuw de rechterkant van zijn lichaam uit. De neuroloog, die Dittmar eerder had behandeld, vond het weer niet zo erg. Wel was er net even iets anders en Dittmar moest voor controle naar de cardiologe. Zij zag dat de man een bloedprop in zijn linkerhartkamer had en dat dit een beroerte had veroorzaakt. Het was de eerste keer dat iemand Dittmar vertelde dat hij een beroerte had gehad. Sterker nog, hij had anderhalf jaar geleden al revalidatie moeten krijgen.

In het revalidatiecentrum voelde Dittmar zich niet echt op zijn gemak. „Iedereen daar zat in een rolstoel of zag er heel ziek uit. Ik wist niet wat ik daar deed.” Tot hij een foldertje las over de effecten van een beroerte. „Mijn vrouw en ik zaten allebei te huilen. Het kon mijn dagboek wel zijn.”

Het revalidatiecentrum heeft de familie enorm geholpen. Ook Dittmars vrouw en drie zoons gingen mee. „Ik heb enorm veel aan de psycholoog gehad”, vertelt echtgenote Wally. „Ik heb er geschreeuwd en gehuild. Ik hoorde in de winkel vaak: het gaat goed, he? Maar het ging niet goed.”

Het gedrag van Dittmar was veranderd. Hij wordt om de kleinste dingen kwaad, kan nog maar een ding tegelijk en zijn korte geheugen werd heel slecht.

Ook is zijn vocabulaire veel minder geworden en hij verloor zijn schaamtegevoel. Wally: „Hij zei tegen klanten dat ze slecht gitaar speelden. We leerden pas bij de revalidatie dat dit normale gevolgen waren van een beroerte.”

Dittmar is ook erg moe en krachteloos, al ergeren die uitdrukkingen hem. „Zeshonderd meter lopen lukt net. Mensen zeggen dan dat ik krachttraining moet doen, maar zo werkt het niet. Mijn been luistert gewoon niet meer, hij doet niet meer wat ik wil.”

In het revalidatiecentrum leerde Dittmar omgaan met die beperkingen. „Ik wilde eerst veertig uur werken. Niemand zei me ooit dat zoiets nooit zou lukken, maar na vijf maanden realiseerde ik me dat ik nooit meer kan werken.”

De winkel moesten ze opgeven. Voor Dittmar zijn de dagen van de week nu gevuld met het uitlaten van de hond, lezen van boeken en tv-kijken. Alleen maar herhalingen, want nieuwe boeken of films vergeet hij onmiddellijk. „Ik leef een beetje in het verleden. Maar ik verveel me niet. De dagen zijn kort en gaan heel snel.”

Dittmar weet dat hij nooit meer zal kunnen wat hij vroeger kon en heeft zich daarbij neergelegd. „Ik heb drie hernia’s, huidkanker en zware migraine gehad en dat heeft me er niet onder gekregen. Maar die beroerte is het gelukt.”

Na twee uur praten, is Dittmar op. „Het wordt niet makkelijker, maar we leren het te accepteren”, vertelt zijn vrouw.

mailIcon print |