utrecht - – Een ’familieruzie’. Dat woord in het verslag van de internationale dialoogcommissie van de rooms-katholieke en de oud-katholieke kerk leidde tot een geanimeerd gesprek. Woensdag kwamen in Utrecht van beide kerken de kapittels bijeen. De beide adviesraden van kanunniken – wijze priesters, die ieder de eigen aartsbisschop adviseren – spraken over wat hen bindt en wat hen scheidt. Op tafel lag een document van de internationale dialoogcommissie, dat afgelopen najaar verscheen en waaraan vijf jaar is gewerkt.
Wie dat document leest, concludeert dat de familieruzie tussen beide kerken ooit begonnen is over bevoegdheden van de paus in Rome, maar dat het nu vooral de vrouwen zouden zijn die de kerken gescheiden houden. Niet alleen over de wijding van vrouwelijke priesters, ook over de twee Mariadogma’s is groot verschil van inzicht. Over de positie van de paus van Rome is minder meningsverschil dan bijvoorbeeld tijdens het Eerste Vaticaans Concilie, dat in 1871 de onfeilbaarheid van de paus tot dogma verhief.
„In de praktijk ligt het toch wel weer anders”, zegt Joris Vercammen, de oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht, die bij de ontmoeting tussen de kapittels aanwezig was. De positie van de paus gaf de kanunniken meer aanleiding tot gesprek dan de vrouwelijke priester, hoewel een van de oud-katholieke kanunniken zelf een vrouw is.
Vercammen: „Wij oud-katholieken hebben nooit bezwaar gehad tegen de paus die als bisschop van Rome het gezicht is van de wereldkerk. We willen alleen geen paus die zonder overleg kan ingrijpen in een lokale kerk. Dan maakt hij zich los van het bisschoppencollege.”
En met de Mariadogma’s loopt het zo’n vaart niet, volgens Vercammen. Oud-katholieken gunnen iedereen Mariadevotie, maar het gaat ze te ver om het als absolute waarheid te zien dat Maria onbevlekt is ontvangen en ten hemel is opgenomen. Vercammen: „In de praktijk speelt dat nauwelijks een rol.”
Over Maria is het laatste woord nog niet gesproken, zegt aartsbisschop Vercammen. De oud-katholieke internationale bisschoppenconferentie gaat ermee verder. „Maar ik weet niet of dat dit jaar al is.”
De ontmoeting tussen de adviesraden van wijze priesters vindt eens per twee jaar plaats. Besluiten nemen de oud-katholieke en rooms-katholieke kanunniken dan niet. Het gesprek leidt er wel toe, zegt aartsbisschop Vercammen, dat de dialoog tussen beide kerken wortel schiet. „We bouwen dan aan een dynamiek van vertrouwen.”
De gesprekken over de familieruzie verliepen in een vriendelijke sfeer, zegt Vercammen. „We horen tot dezelfde communio, tot dezelfde gemeenschap van kerken. De band is groot. Wel denken we verschillend over de positie van de lokale kerk. Die valt bij ons niet onder het centrale gezag.”
Ook de kanunniken konden woensdag weer het verschil tussen beide kerken merken. Het oud-katholieke kapittel kiest zelf nieuwe leden, zonder tussenkomst van de bisschop. Bij de rooms-katholieken kan de bisschop naast gekozen kanunniken ook zelf nieuwe adviseurs aanwijzen als hij dat nodig vindt.
Verschil zit er ook in de aantallen. De oud-katholieke kerk telt in Nederland een kleine 6000 leden. Er zijn meer dan vier miljoen rooms-katholieken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.