*

 

Leeuwerik verslaat koperwiek

Koos Dijksterhuis − 22/01/10, 00:00

Merel, nachtegaal en zanglijster vormden de top-3 van de vogelzangverkiezing laatst, van Vara’s Vroege Vogels. ’Bekend maakt bemind’, vat de redactie Nico de Haans analyse samen. Nico heeft gelijk – wie kiest er nou een geluid dat hij nooit hoort? Aan de andere kant: wie hoort er nog een nachtegaal? En merel en zanglijster zingen nou eenmaal voortreffelijk.

  • Koperwiek (Wim Köhler)

Ik heb dit jaar nog geen merel gehoord en hoor al uit naar de eerste neuzelende lentezang van deze melancholicus. In februari beginnen de zanglijsters weer met hun prachtige opvolging van refreinen. Zanglijsters herhalen geslaagde strofen altijd twee, drie, vier keer. De nachtegaal laat nog op zich wachten, maar de veldleeuwerik (op 8) zingt ook in februari al. Als er nog leeuweriken zijn. Als we één vogel hebben weggepest, is het de veldleeuwerik wel. In dertig jaar tijd wisten we die soort van één van ’s lands algemeenste broedvogels tot rariteit te degraderen. Kijk op oude schilderijen, lees gedichten van voor 1975 en u komt de leeuwerik tegen. Alouette, je te plumerai.

Veldleeuwerikenzang is misschien wel het aller-allermooiste vogellied, al hoef ik gelukkig niet meer te kiezen. Dat deed ik al onder dwang van Rob Buiter, die namens Vroege Vogels een microfoon onder mijn snufferd hield. Nee, de leeuwerik had al een aanhanger. De grutto ook. Ik koos het subtiele piepje van de koperwiek. Van de koperwiel en zijn ’dzie’ word ik altijd blij.

„Ik vrees dat de koperwiek de enige vogel-met-ambassadeur was die buiten de top-100 is gebleven”, liet Rob me weten. Niet eens de top-100?! „Vat het niet persoonlijk op”, beurde Rob me op, „de groslijst telde 140 soorten.”

mailIcon print |