Zijn breuk met de PvdA, in 1971, was een tragedie voor Willem Drees. De socialistische ex-premier voelde zich tot hoge leeftijd gekwetst door de aanvallen op zijn persoon. ,,De nieuwe garde vond hem een 'vervelende man'. Maar Drees was juist boeiend', zegt Hans Daalder. Gisteren verscheen het eerste deel van zijn Drees-biografie.
Een van de beroemdste verhalen over premier Drees gaat over een Mariakaakje, een anecdote uit 1947. In dat jaar reisden de Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers Harriman en Hoffman door Europa om de Marshallhulp toe te lichten. Ze kregen overal een groots onthaal. In Rome werden ze ontvangen in prachtige pallazzi. Een dag later reisden ze naar Den Haag. Premier Drees ontving de heren gewoon thuis, aan de Beeklaan 512 in Den Haag. Hij schonk, zo wil het verhaal, thee met een Mariakaakje. ,,Aan een land waarvan de minister-president zo eenvoudig woont en leeft, is elke dollar goed besteed!”, zei Harriman na afloop in de auto.
Maar Drees-biograaf professor Hans Daalder verrast met de mededeling: ,,Dat verhaal van dat Mariakaakje is een mythe. Het lijkt me althans hoogst onwaarschijnlijk. Om de eenvoudige reden dat de familie Drees altijd goede koekjes en chocolaatjes serveerde.'
Hans Daalder (1928) werkt sinds zijn emeritaat als hoogleraar politieke wetenschap aan de biografie van de socialistische oud-premier Willem Drees (1886-1988). Gisteren verscheen het eerste deel, over de jaren 1940-1948.
Het verhaal over het Mariakaakje is juist zo'n onuitroeibare mythe omdat het de spreekwoordelijke eenvoud van Drees typeert. Biograaf Daalder heeft in zijn boek een onuitputtelijke reeks anecdotes over Drees' bescheidenheid geboekstaafd. ,,Drees was terughoudend en bescheiden in zijn optreden, misschien zelfs ietwat verlegen. Tegen mijn vrouw zei hij eens dat hij in zijn functie met zoveel interessante mensen kennis had kunnen maken. Churchill, de Britse Labour-ministers, Adenauer, Mollet. Onze ambassadeur in Parijs, oud-minister Beyen, regelde na zijn aftreden ook een gesprek van Drees met de Franse president De Gaulle, van misschien twintig minuten tot een half- uur. Dat was toch wel heel bijzonder geweest, zei de man die in 1904 op de Socialistische Internationale de grote voorlieden Jean Jaurés en August Bebel met elkaar had zien debatteren. Tekenend voor zijn bescheidenheid was zijn afwerende gebaar toen mijn vrouw hem de retorische vraag stelde: 'Drees, zou het niet kunnen zijn dat anderen het interessant vonden u te ontmoeten?' '
Daalder heeft Drees persoonlijk gekend. Hij maakte hem mee toen de PvdA-politicus als premier aan het Haagse Plein 1813, nummer 4, zetelde. Nadien ontmoette hij hem regelmatig, tot aan Drees' overlijden in 1988. Hij heeft Drees in al die jaren nooit op een buitenissigheid kunnen betrappen. ,,Eerder vond ik bevestigingen van zijn eenvoud. Hij was geheelonthouder, zonder daarover ostentatief te zijn. Bij een bezoek in 1945 of 1946 aan de Russische ambassadeur stond er een grote hoeveelheid drank klaar. Eerlijk zei hij dat hij niet dronk. Hij kreeg ook een sigaar aangeboden. Na afloop zei Drees tegen zijn vrouw: 'Ik zal toch af en toe eens een sigaret opsteken. Voor de gezelligheid.' En sindsdien is hij sporadisch gaan roken. Niet thuis, wel als hij in de ministerraad onder spanning stond.'
Die crises deden zich vaker voor dan het stereotiepe beeld van de rustige en overzichtelijke jaren vijftig doet vermoeden. Drees zat tussen 1948 en 1958 vier kabinetten voor. ,,De crises gingen met name over de Indonesië-politiek. 'Vier jaar nachtmerrie', kenschetste Drees die traumatische periode. Hij was tegen gewapend optreden tegen de Indonesische rebellen. Maar hij werd meer dan eens overstemd. En je hoeft de andere vraagstukken maar te noemen: de zuivering, de angst voor een nieuwe totalitaire bedreiging in de gedaante van het communisme, de defensiepolitiek, de Navo, de Duitse herbewapening. Het was geen tijd van gezapigheid en eensgezindheid.'
,,Drees was veel sterker emotioneel betrokken bij politieke kwesties dan je zou denken met het beeld van de oude, wijze vader Drees voor ogen. Hoewel hij ook door andere partijen is geroemd om zijn onpartijdigheid en wijsheid, stond hij lang niet altijd in het midden van het kabinet. Zijn stem was lang niet altijd beslissend. Niet zelden werd hij overstemd of moest hij de portefeuillekwestie stellen. Dat deed zich ook voor als hij zijn socialistische denkbeelden inbracht. Hij heeft zijn programma van nationalisatie van bedrijven niet kunnen realiseren. Hij had meer van dat soort vergaande ideeën. En hij stak ze niet onder stoelen of banken.'
Drees hechtte aan socialistische ideeën én symbolen, zegt Daalder. ,,Tot verontwaardiging van De Telegraaf stak hij thuis op 1 mei de rode vlag uit, naast de Nederlandse driekleur. De problemen die Drees in de jaren zestig had met Nieuw Links, waaruit uiteindelijk zijn breuk met de PvdA voortkwam, zijn mede terug te voeren op zijn socialistische overtuigingen. Nieuw Links wilde bijvoorbeeld 99 procent successierechten heffen op erfenissen. Drees vond dat kinderachtig: 'Waarom geen 100?' Hij ergerde zich ook aan het streven om de PvdA met andere progessieve, niet-socialistische partijen te laten opgaan in één volkspartij. Dat zag hij als het opgeven van socialistische denkbeelden.'
In 1971 stapte de 'oude Drees' uit zijn partij. ,,De breuk was een van de grootste tragedies in zijn lange leven. En mogelijk meer nog voor zijn echtgenote. De traumatische ervaring heeft haar zwaar aangegrepen. Temeer daar de 'eigen' Vara en de politiek verwante krant het Vrije Volk op de persoon speelden.'
Drees was door gezondheidsproblemen die jaren al minder actief in de partij. ,,Hij was als dank voor al zijn verdiensten gekozen tot partijbestuurder voor het leven. Tussen 1959 en 1966 was hij zeer actief in partijbestuur. Helaas ging dat daarna niet meer. Hij kon de stukken niet goed meer lezen en kon door zijn slechte gehoor niet meer deelnemen aan vergaderingen.'
Precies in die periode kwam Nieuw Links op, de groep die de PvdA intern wilde vernieuwen. ,,Drees vond hun optreden een verwording van hoe in een fatsoenlijke partij besluiten worden genomen. Mensen met grote verdiensten werden weggestemd nadat de nieuwkomers zich meester hadden gemaakt van de afdelingsvergaderingen. Dat heeft hem enorm dwarsgezeten. Op het Haagse partijcongres in 1969 voerde André van der Louw in triomf zijn berendans op nadat Nieuw Links zo ongeveer het partijbestuur had overgenomen. De afgevaardigden ervoeren bijna een soort stemdwang. Als je niet op Nieuw Links stemt. . .'
,,Dat congres nam ook een anti-KVP-resolutie aan: de PvdA zou niet meer regeren met de Katholieke Volkspartij. Dat zat Drees hoog. Hij vond het onhoudbaar dat een minderheidspartij als de PvdA zomaar een partij als de KVP uitsloot. Bij de deur zei hij in die tijd eens tegen mij over zijn verhouding tot KVP-leider Carl Romme: 'Daalder, je moet een ding goed bedenken: Romme kon altijd zonder mij, ik kon niet zonder Romme.' Drees was opgegroeid in een periode, eind 19de, begin 20ste eeuw, waarin minderheden zich dankzij hun eigen organisaties en partijen emancipeerden en een positie in de samenleving bevochten. Sinds 1904 was hij lid van de SDAP. Zijn kennis van de Nederlandse verhoudingen ging letterlijk terug tot de tijd van De Savornin Lohman, Kuyper, Troelstra. Hij had ook de bezetting meegemaakt, een tijd zonder regels.'
Drees vond dat Nieuw Links zich bezondigde aan het brutaliseren van anderen. ,,De interne verwording, het omhelzen van onmogelijke standpunten, het pleidooi van Han Lammers om de DDR te erkennen, de vergoelijkende woorden van Ien van den Heuvel over de Berlijnse Muur - dat alles deed de deur dicht.'
,,Wat hem en zijn vrouw enorm heeft verwond, waren de persoonlijke aanvallen. De verguizing was enorm. Oud-fractievoorzitter Van der Goes van Naters en hij waren ooit goede vrinden. Samen zijn ze in de oorlog opgepakt als gijzelaar. Nu noemde Van der Goes hem 'een stiekem ventje' en maakte hem verwijten over alles en nog wat. Heel pijnlijk. Drees heeft zich in zijn reacties altijd zeer beheerst. Maar tot heel hoge leeftijd heeft hij zich gekwetst gevoeld. Het is diep gaan zitten.'
De Vara en ingezonden-brievenschrijvers in het Vrije Volk beweerden dat Drees over de rug van de arbeiders was opgeklommen tot zijn hoge positie. ,,Hij was 'alleen maar een vervelende man'. Dat is allemaal over hem geschreven en gezegd. D66-minister Gruyters zei mij een keer: 'Hoe kan je nu met zo'n vervelende man bezig zijn?' Ik vind hem niet vervelend. Drees was boeiend. Ik leer nog elke dag van hem. Hij was een uniek waarnemer van de politieke verhoudingen, drong door tot de kern en bleef zich altijd bewust van de context.'
In dezelfde tijd kreeg Drees de reputatie van een echte staatsman. Maar die lof kreeg hij vooral van buiten de kring van de socialisten, van degenen die zagen dat links zich vertilde aan de eigen machtsaspiraties. Drees had die zorg ook. ,,Hij zag al halverwege de jaren zestig dat de uitgaven aan sociale zekerheid uit de hand dreigden te lopen: 'Dat gaat fout, dat gaat helemaal fout. Ze zijn gek geworden!' Drees nam het woord 'verzorgingsstaat' liever niet in de mond. Hij had meer het idee van een waarborgstaat. Inderdaad, de politicus die wordt gezien als een van de architecten van de verzorgingsstaat, vond het de verkeerde kant uitgaan. De sociale zekerheid moest mensen bij werkloosheid, ziekte en ouderdom ondersteunen, vond hij. Maar het ergerde hem dat mensen betaald werden om niet te werken. Zo ver had het nooit mogen komen.'
,,Drees was een bescheiden man, van wie niemand op het eerste gezicht zei dat hij een groot profetisch vermogen had. Maar ook dat beeld verdient nuancering. Hij was een buitengewoon realistisch waarnemer en daarmee visionair in de onderkenning van toekomstige problemen. In 1977 heeft hij echt gehoopt dat er een nieuw kabinet-Den Uyl zou komen. Waarom? Het was zo fout wat er allemaal gebeurd was, alleen een man als Den Uyl kon het helpen terugdraaien. Drees begreep werkelijk niet dat Duisenberg zijn regel dat de staatsfinanciën met een procent per jaar mochten groeien, als een 'linkse' norm introduceerde. Drees was zeer tegen groeiende overheidsuitgaven. In 1981, op zijn 95ste, heeft Drees Beatrix geadviseerd Zijlstra voor het premierschap te benaderen. Hij zag in Zijlstra, minister van economische zaken in zijn derde kabinet en nadien president van de Nederlandsche Bank, de man die orde op zaken kon stellen. Tot zijn teleurstelling weigerde Zijlstra.'
,,Ik nam hem in 1971 mee naar mijn studenten. We reden naar huis en ik vroeg hem in de auto: 'Drees, als je zelf nu minister zou zijn gebleven, denk je dan werkelijk dat het voor het peil van de overheidsuitgaven veel had uitgemaakt?' Drees, hoe bescheiden ook, zei: 'Ja, dat had miljarden gescheeld. Miljarden.' Dat meende hij echt. En ik denk dat het waar is.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.