*

 

Een race over 'hoge heuvels'

Fred Troost − 15/11/03, 00:00

AMSTERDAM - Hij is zakenman en dorpsbestuurder, doet aan liefdadigheid en presenteert zich als pater familias, maar hij staat bekend als langeafstandsloper. Tien of vijftien kilometer, cross-country's en marathons; in alle disciplines heeft hij zijn sporen verdiend. Morgen loopt hij in Nijmegen de Zevenheuvelenloop: Paul Tergat uit Kenia.

Gistermorgen arriveerde hij op Schiphol; een paar uur later stond hij de pers te woord. Een lange man (1.82 meter), schraal, goedlachs, alert. Hij nam royaal de tijd voor antwoorden, rad sprekend, en keek of hij het jammer vond toen de gespreksleider aankondigde dat het welletjes was.

Tergat start morgen als een van de favorieten op de vijftien kilometer, maar weet concurrentie in de buurt: Assefa Mezgebu uit buurland Ethiopiƫ, die in Sydney achter hem en winnaar Gebreselassie op de 10000 meter derde werd, en de jonge Tanzaniaan Fabiano Joseph.

In 1994 liep hij in La Courveuse de snelste tijd op de vijftien kilometer (42.13), een tijd die hij vier jaar later in Milaan verbeterde: 42.04. In 2001 liep zijn landgenoot Felix Limo een dikke halve minuut sneller (41.29), uitgerekend in Nijmegen, waar ook Gebreselassie en Salim Kipsang onder zijn recordtijd doken. Nu, twee jaar verder, is het tijd dat recordverlies recht te zetten.

Tergat is voor de derde maal in Nederland. Van de Zevenheuvelenloop weet hij niets; tijd om het parcours te verkennen, was hem nog niet gegeven. ,,Hoge heuvels'', zo had hij gehoord. Dat kan hem, gewend aan de Keniaanse hoogte -hij leeft op 1100 meter-, morgen nog behoorlijk tegenvallen.

Voor Tergat is de race in Nijmegen ook een nieuw begin na zijn wereldrecord op de marathon dat hij 28 september in Berlijn vestigde: 2.04.55. Hij is goed hersteld en voelt zich sterk genoeg voor een snelle race in Nijmegen.

Na dat wereldrecord viel hem in zijn geboorteland een vorstelijke ontvangst ten deel. Aanzien had hij al, maar de 34-jarige atleet worden zo langzamerhand bovenmenselijke eigenschappen toegedicht. Die dwingt hij ook af door zijn optreden als lid van de gemeenschap waarin hij verkeert: hij werd geïnstalleerd in de raad van oudsten van zijn geboortedorp Riwo, en hij stond al bekend als een man die zijn in het buitenland verdiende honorarium deels aanwendde voor charitatieve doeleinden. Voor Tergat is die rol een logisch uitvloeisel van zijn verantwoordelijkheden als topsporter in een ontwikkelingsland.

Vierendertig is hij al, en dat hij nog altijd aan de top staat, schrijft hij toe aan passie, discipline, talent en motivatie. Hij aarzelt zijn Berlijnse record het hoogtepunt van zijn carrière te noemen; eigenlijk moet dat nog komen: de marathon op de Olympische Spelen, volgend jaar. ,,Athene is mijn laatste kans en het zal ook het laatste optreden voor mijn land zijn. Diep in mij weet ik dat de potentie aanwezig is. Het is mijn ambitie en mijn wens in Athene te winnen, maar een marathon kun je niet plannen. Daarvoor moeten alle factoren goed zijn.''

Hij zal de olympische marathon ,,met zorg benaderen, want als je dat niet doet, crash je op de laatste kilometers. Er kan onderweg van alles gebeuren. Ik weet dat en ik realiseer me dat als ik denk aan de pijn die ik leed.''

Zelfs de tijd valt nog wel te verbeteren, denkt Tergat: ,,Een lage 2.04 is mogelijk; eronder moet ook kunnen.''

Voorlopig eerst maar de vijftien kilometer van Nijmegen. Hij heeft er zin in, omdat hij altijd gemotiveerd is te lopen. Zijn rivalen ziet hij als collega's: ,,Sport is niet iets voor vijanden, maar een middel om tot vrede te komen. Lopen is prima; je hebt alleen je benen nodig. Daarom kun je overal lopen in dienst van de vrede, ook in Irak of Colombia.''

Filosofische woorden, toegepast op politiek. Of hij soms na zijn carrière president van Kenia wil worden, wordt hem gevraagd. Daar moet hij om lachen, schalks alsof hij niet wil verraden wat zijn ware ambities zijn.

mailIcon print |