*

 

Van eerherstel mag niet worden gesproken

Henk Hoijtink − 15/11/03, 00:00

Wat er vandaag in Glasgow en woensdag in Amsterdam ook gebeurt, rehabiliteren kan Oranje zich niet in de play-offs tegen Schotland. Daarvoor is de waarheid voor deze zogenaamde week van de waarheid al te vaak getoond.

GLASGOW - In weer een zogenaamde week van de waarheid is het goed in herinnering te roepen waar het allemaal om te doen was, nadat twee jaar geleden in dat geval een dag van de waarheid, in Dublin, in duisternis was geëindigd.

Het ging om rehabilitatie, na de onterende uitschakeling voor het WK als gevolg van de 1-0 nederlaag tegen Ierland. Interessant is nu de vraag of Oranje zich rehabiliteert als het zich deze week alsnog plaatst voor het Europees kampioenschap.

Het antwoord kan, wat er vandaag in Glasgow en woensdag in Amsterdam ook gebeurt, moeilijk bevestigend luiden. De ultieme hoon kan weliswaar worden afgewend, maar van eerherstel mag niet worden gesproken na een bewogen kwalificatiereeks die méér dan door al dan niet opgeblazen incidenten door repeterende tekortkomingen in het veld, tactische én technische, werd gekenmerkt.

Tekortgedaan is Oranje geenszins met een hachelijke herkansing, als een belegen ploeg -tien dertigers in de selectie!- die in het dynamische en geestdriftige Tsjechië zijn meerdere moest erkennen. Perspectief ontbreekt bovendien goeddeels. Mogelijkheden voor werkelijke verfrissing zijn er nog altijd nauwelijks.

De vertrouwde kern is bij Oranje al sinds het midden van de jaren negentig bijeen, en de oud-ajacieden nog langer. Daardoor, door buitensporige en te laat verstomde lof, door even buitenproportionele beloningen én door intrinsieke mentale gebreken ontbreekt het vermogen om, los nog van de tegenstander, in eerste instantie elkaar te beproeven en zo op te stuwen - om, kort gezegd, structureel als een homogene ploeg te opereren. Aanleiding om aan te nemen dat dat eventueel op het EK anders zou zijn, is er niet.

Daarvoor is de waarheid al te vaak getoond: het meest recent tegen Tsjechië in Praag, daarvoor in Dublin én in de halve finale van Euro 2000 waarin tegen het gekortwiekte Italië tal van gunstige omstandigheden niet werden uitgebuit. De vorige bondscoach Louis van Gaal analyseerde na het demasqué in Ierland dat de Nederlandse internationals op cruciale momenten tekortschieten, vooral door een gebrek aan optimale geestelijke scherpte.

Ze kunnen de wil niet omzetten in wilskracht, betoogde hij, om zodoende het werkelijk allerbeste in zichzelf naar boven te halen. Hoe ze verbaal ook tegenspartelen, op het veld hebben de spelers van Oranje die woorden niet kunnen weerleggen. Het zou ook daarom verrassend zijn als ze daartoe nu wél in staat zouden zijn. Ze zouden bondscoach Dick Advocaat ermee de best denkbare dienst bewijzen, nadat ze ook hem met een (door Van Gaal aangekondigd) verval tot wanhoop hebben gedreven - na aanvankelijk acceptabele resultaten aan vrij degelijk spel te hebben gekoppeld.

Het voornaamste is vandaag níet wie er in de spits van Oranje speelt, Van Nistelrooij, Kluivert, of toch beiden. Of Van der Vaart hen voedt, of Seedorf, of er vleugelspitsen staan opgesteld - niets van dat al doet er wezenlijk toe. Het gaat om de instelling. Dat zou banaal zijn en bijkans onwaardig, in de zogenoemde Nederlandse voetbalopvatting dan, maar pas als Oranje zich (eindelijk) geestelijk wapent kan het kwaliteitsverschil met de Schotten worden uitgebuit - in welke samenstelling dan ook.

In beproevingen met meer allure kan die garantie al niet meer worden gegeven. Daarvoor is de kwaliteit van Oranje over de gehele breedte ontoereikend. Bevreemdend is het telkens weer dat in de oeverloze discussies over opstelling en strijdwijze vaak argeloos voorbij wordt gegaan aan de onloochenbare hiaten van Oranje. Zelfs al zou voor het meest besproken vraagstuk, dat van de spitsen, ten langen leste een oplossing worden gevonden, dan nog is daarmee succes waarachtig niet gewaarborgd.

Op tal van posities kan Oranje niet voldoen aan de eisen op het topniveau. Het gaat al langer op voor de backs, maar inmiddels bepaald niet meer voor hen alleen. Niet voor niets worden Nederlandse internationals bij hun clubs in toenemende mate naar de reservebank verwezen. Ook dat draagt bij tot de ontmaskering van wat ooit, met karakteristieke en hoopvolle overdrijving, (weer) een gouden generatie werd genoemd.

Deze lichting, niet toevallig in Oranje nog zonder prijs, is niet van goud. Het is een door het WK-echec gebrandmerkte generatie, gemankeerd bovenal door een gebrek aan zelfstandigheid - door het onvermogen om zélf krachtig en sturend op te treden en zichzelf, in én buiten het veld, te corrigeren.

Nee, een week van de waarheid is het niet. Hooguit een week waarin de aandacht slechts even van de waarheid zou kunnen worden afgeleid - als dat al lukt.

mailIcon print |