Ze buigen zich dagelijks over het Kwaad: misdaadschrijvers Tomas Ross, Saskia Noort en Peter de Zwaan. Alle drie zijn ze genomineerd voor de Gouden Strop 2003, die zondag wordt uitgereikt. Maar in hun boeken heeft het Kwaad verschillende gezichten. Een gesprek over klein kwaad, anoniem kwaad, scharrelkwaad, doorzonkamerkwaad, vrouwelijk en mannelijk kwaad.
Moordenaars hoeven heus niet altijd dertig en viriel te zijn, vond misdaadschrijver Peter de Zwaan (59). En dus bedacht hij Opa, een keiharde 80-plusser met een kunstgebit.
Opa laat winden, wordt vergeetachtig en moet zich laten wassen door de thuishulp. Maar intussen regisseert hij wel de ene na de andere misdaad. In 'De klusjesman' krijgt hij hierbij hulp van Jeff, die ook al weinig scrupules heeft. Toch zijn Jeff en Opa geen onmensen, vindt De Zwaan: ,,Wij noemen ze wel klootzakken, maar dat komt doordat we aan de andere kant van de lijn staan. Dat ligt aan onze iets te fatsoenlijke perceptie van de wereld.'
De Zwaan heeft een zwak voor de scharrelaars en hun scharrelkwaad, de misdaad in de marge. Slechteriken die per ongeluk hun eigen kinderen ombrengen en vervolgens naast de buit grijpen. Als schrijver probeert hij de lezer juist voor deze amorele losers te winnen. Ook al omdat de good guys helemaal niet zo veel van de bad guys verschillen. De Zwaan: ,,De mens is nu eenmaal geneigd om dingen te doen die niet deugen. We zijn niet allemaal moeder Teresa en zelfs bij haar heb ik mijn twijfels.'
Ook debutant Saskia Noort (36) ziet de grens tussen goed en kwaad niet zo scherp: ,,Iedereen kan gekmakend woest worden. Stel je maar een aardige moeder met een huilbaby voor. Als die baby acht weken blijft huilen, komt er een heel gevaarlijke emotie los. Dan treedt er een bewustzijnsvernauwing op.' En in zo'n situatie kan het zomaar mis gaan, in een fractie van een seconde, ook bij heel gewone mensen. De Zwaan: ,,Er is alleen een gradueel verschil: de klootzakken doen wat jij wel eens denkt. Alleen is de vraag: doe jij het niet omdat je normen en waarden hebt? Of omdat je te laf bent?'
Noort draait die vraag liever om: wat drijft iemand tot moord? Hoe bezeten moet je zijn om je hele schoonfamilie af te knallen? Wat haar intrigeert is het kleine kwaad dat in één persoon of in een familie huist. In haar beklemmende thriller 'Terug naar de kust' wordt zangeres Maria, moeder van twee jonge kinderen, bedreigd door een anonieme stalker. Pas (te) laat realiseert zij zich dat het gevaar van heel dichtbij komt. Dan is Maria al helemaal aan haar vijand overgeleverd en heeft iedereen haar voor gek verklaard. Misschien is dat wel haar eigen grootste angst, zegt Noort: ,,De controle verliezen, overgeleverd zijn aan een gek, terwijl niemand je meer gelooft.'
Het gaat Noort en De Zwaan om het individuele kwaad, dat het leven op microniveau vernietigt of ontwricht. Om het kwaad tussen de oren. Zij wagen zich niet aan het grote werk: de oorlogen, de terroristische aanslagen, de politieke complotten. Toch verschillen hun boeken erg van elkaar. Noort werkt de psychologie van haar personages bijvoorbeeld goed uit, terwijl De Zwaan het kwaad liever gewoon laat zien. Hij wil zijn lezers namelijk niet betuttelen: ,,Ik kan er zelf ook niet tegen als schrijvers mij vertellen wat ik van de hoofdpersonen moet vinden.'
En dat is nou zo'n typerend verschil tussen mannelijke en vrouwelijke thrillerschrijvers, zegt Tomas Ross (59), die al een indrukwekkend oeuvre van faction-thrillers (met een mengeling van fictie én feiten) en scenario's bij elkaar schreef: ,,Ik weet dat ik nu generaliseer, maar vrouwen zijn een meester in suspense en psychologie. Mannen zijn weer beter in de plotontwikkeling.' Volgens Ross schrijven vrouwelijke auteurs het liefst over het 'doorzonkamerkwaad': de misdaden op de vierkante meter. Bij hen komt het kwaad van binnenuit, vloeit de wandaad voort uit de psyche en het karakter van de moordenaar. In de boeken van mannelijke auteurs komt het kwaad van buitenaf en is het vaak van politieke orde.
Tot die typisch mannelijke categorie rekent Ross ook zijn eigen boeken: ,,Wat mij intrigeert is het grote, politieke spel op de achtergrond. Mijn hoofdpersonen doen er niet toe, ze zijn slechts inzet van dat spel.' En daarom bevat zijn roman 'De zesde mei', een prikkelende reconstructie van de moord op Pim Fortuyn, ook geen uitgebreide karakterstudie van Volkert van der G. Ross: ,,Een vrouwelijke auteur had misschien de psychologische kant van Volkert gepakt. Maar ik heb niet op hem gefocust, hij is een instrument.'
In 'De zesde mei' lijken Fortuyn en zijn moordenaar niet veel meer dan stukken in een smerig schaakspel. Politieke belangen overstijgen die van het individu, de regie van dat spel berust bij een veel groter systeem. Bijvoorbeeld dat van de binnenlandse veiligheidsdienst, waarin het 'landsbelang' soms ook misdrijven rechtvaardigt. Dat is wat Ross fascineert: het anonieme, ongrijpbare kwaad, het systeem waarin een groter doel de middelen heiligt. Ross: ,,Het zogenaamde goede en het zogenaamde kwade hanteren precies dezelfde middelen. Ze zijn spiegelbeeldig.'
Volgens Ross vloeit het kwaad vaak voort uit een 'ontzettend indringende levensovertuiging', die de persoonlijke ethiek kan wissen of bevriezen. En dus kan ook een BVD-agent een onschuldig meisje neersteken, zonder in gewetensnood te raken. Mensen als Osama bin Laden, terroristen en terroristenjagers, ze bedienen zich van hetzelfde kwaad. En ze maken hun eigen gevoelens ondergeschikt aan het collectieve doel. Ross: ,,Je gelooft toch niet dat dat soort mensen gewetensbezwaren heeft?'
Noort zoomt liever in op de psyche van de solist: ,,Jaloezie is een belangrijke drijfveer voor wandaden als moord. Die emotie kan allerlei vormen hebben: jaloezie in de liefde, hebzucht, je onmachtig voelen. Het werkt steeds hetzelfde: je neemt niet jezelf kritisch onder de loep, maar iemand anders.' Jaloezie is volgens Noort een typisch vrouwelijke bron van kwaad. Dat geldt ook voor het Münchhausen by proxy-syndroom. Naar deze psychiatrische aandoening deed zij uitgebreid onderzoek voor 'Terug naar de kust'. Het syndroom heet ook wel 'verpleegstersziekte': vrouwen waken dag en nacht aan het bed van hun zieke kind, zijn het toonbeeld van opofferingsgezindheid. Maar intussen maken ze dat kind wel zelf ziek.
Moorddadige jaloezie, het Münchhausen by proxy-syndroom, waar komen ze vandaan? Noort zoekt het antwoord ook in de maakbare samenleving: ,,Die maakt dat iedereen alles wil hebben. Alles moet maar kunnen, van ivf tot 'Make Me Beautiful'. En als je het dan nog niet voor elkaar krijgt. . . Dat creëert heel veel kwaad.' 'Vrouwelijke Volkerts' - die hun slachtoffers om politieke redenen vermoorden - zijn volgens Noort heel zeldzaam: ,,Ik denk dat vrouwen zich meer laten leiden door hun gevoel, ook in het kwaad. Zij kiezen geen anonieme slachtoffers, werken het meer in hun directe omgeving uit.'
In de genomineerde boeken worden slachtoffers gevild, kaalgeschoren en tot waanzin gedreven, of in koelen bloede afgemaakt. Toch zijn er nog genoeg vormen van kwaad waarover de misdaadschrijvers nooit willen schrijven. Noort: ,,Geweld tegen kinderen, daar word ik onpasselijk van. Verkrachtingen vind ik ook heel moeilijk.' Een roman met in de hoofdrol een pedofiele moordenaar, dat is voor haar 'een station te ver'. De Zwaan kan niets met nazi's of met groepen: ,,Al die kneusjes die pas dapper zijn als ze omringd zijn door 25 andere kneusjes. . . Ik hou niet van de domheid van groepen, die van individuen is veel leuker.'
Het geweld dat ook zijn 'eigen binnenhuisje' zou kunnen raken, dat houdt Ross het liefst buiten zijn boeken: ,,Ik beschrijf liever geen verkrachtingen, omdat ik dochters heb in die leeftijd. En als je schrijft, dan visualiseer je natuurlijk.' Al het geweld tegen kinderen, zinloos geweld op straat, dat is te dichtbij om over te schrijven: ,,Want dan stel ik me voor dat mijn zoon het slachtoffer is.'
Het grootste kwaad is het kwaad tegen kinderen, tegen alles wat weerloos en onschuldig is. Daarover zijn de drie misdaadschrijvers het eens. De Zwaan gruwelt ook van de volstrekte onverschilligheid van bommengooiers, die het op één man gemunt hebben en dan een heel gebouw opblazen. Maar als zij toch over wandaden schrijven, dan liefst zo sober mogelijk. In geweldsscènes moet je meer suggereren dan laten zien, zegt Ross: ,,Je moet alle adjectieven wegschrappen. De zin 'Hij kwam dreigend op haar af en ze begon te gillen' is meer pageturning dan wanneer je gedetailleerd het hoofd afhakt en in stukken snijdt. Geweld moet je doseren.'
Schrijven over het kwaad kan verontrustend zijn, maar gek genoeg ook geruststellend. Voor Noort, die zichzelf wat 'bangelijk' noemt, is het een manier om haar eigen angsten te bezweren: ,,Sinds ik thrillers schrijf, ben ik veel minder bang. Op de een of andere manier is een thriller een voorbereiding op allerlei enge dingen. Ken je vijand; misschien is dat het wel.' De Zwaan ziet het schrijven van misdaadboeken ook als een sublimatie van zijn eigen driften: ,,Ik heb wel eens gedacht: die hufter zou ik van de trap willen donderen. Dat doe ik dan op papier. Tussen droom en daad staan wetten in de weg. Maar geen boeken.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.