Peter Henk Steenhuis volgt de ontwikkeling van de taal bij zijn zoon. Aflevering 26: De redenatie.
Wanneer woorden gebruikt worden om te redeneren gaat er een nieuwe fase in van het eeuwigdurende gesprek. Dat dacht ik een halfjaar geleden. Maar het ligt toch ingewikkelder. Want een taal leren gaat met vallen en opstaan. Bij de kleine baas kwam de eerste redenatie vrij vroeg, maar daarna duurde het maanden voordat hij zich het plezier van het redeneren meester maakte. Nu ontdekt hij dan toch de manipulatieve mogelijkheden van het eigen gelijk.
De kleine baas wil graag televisie kijken, vooral de video van Winnie the Pooh. Soms verbieden we dat, soms proberen we hem te foppen. 'Beer Pooh slaapt nog. Beer Pooh slaapt heel braaf totdat de lampen buiten uit zijn. Dat zou jij eigenlijk ook moeten doen.'
De kleine baas is stil, een minuut, twee minuten. Totdat hij opveert: 'Mama, papa, alle lampen uit. Beer Pooh is wakker geworden, ik mag televisie kijken.'
Een week later was hij op bezoek bij een vriendin van zijn moeder. Na een paar kopjes thee begon de kleine baas zich te vervelen. Tijd om het vloerkleed op te rollen. Zo gedacht, zo gedaan, het vloerkleed werd een prachtige rol. Maar helaas zat aan het einde van het kleed de vriendin. 'Kun jij opstaan?'
De vriendin antwoordde ontkennend, voelde er duidelijk weinig voor. Omdat het bezoek bleef aandringen vroeg ze: 'Waarom dan?'
De kleine baas: 'Dan kan ik de mat beter oprollen.'
De mooiste redenatie gaf hij zijn grootmoeder ten beste: 'Oma, ga jij de melk omgooien?'
Oma, verbaasd: 'Nee, joh, ik ben niet gek!'
Hij: 'Oma, mag ik de melk omgooien? Ik ben wel gek!'
Uit bewondering voor zoveel redeneertalent zou ik hem meteen het glas hebben laten omgooien. Gelukkig liet oma zich niet uit het veld slaan, zij liet de kleine baas in verbijstering achter door te antwoorden: 'Nee, joh, jij bent ook niet gek.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.