*

 

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 01/11/03, 00:00

Als ik politicologe Anne Graumans moet geloven, is de bespotting van de premier van dit land grenzeloos. Nooit eerder is een Nederlandse regeringsleider zoveel satirische hoon ten deel gevallen. Ik geloof Graumans op haar woord. Van Youp tot Jiskefet, Paul de Leeuw tot Kopspijkers, men snelt voor een ordinaire eurocent naar de eerste rij om op Balkenende zoveel mogelijk drek af te scheiden. Of lauwe urine. Een paar dagen geleden zag ik hoe twee Jiskefetjes hun ridicule plassertjes op de blote rug van hun derde kompaan gingen richten. Op die rug stond het portret van JP getekend. De pis van die walgelijke tv-hooligans kletterde secondenlang neer op het portret dat vervaagde en in een plas langzaam verdween. Over achterlijke cultuur gesproken.

Ik vind bespotting van hooggeplaatste personen doorgaans prikkelend, maar hier naderen we de grenzen van de haat en de domme wansmaak. Wat me echt begin te storen aan de inflatie aan Balkenende-bashing, is dat er niets inhoudelijks of politieks aan zit. Het gaat om een vorm van weinig subtiele discriminatie: op uiterlijk en origine. De hoofdstedelijke verachting richt zich allereerst op de Zeeuwse komaf van de premier. Die 'intense (provinciaalse) burgerlijkheid' wordt door Van 't Hek zo verwoord: ,,Ik weet niet wat hij in zijn Zeeuwse jeugd gedaan heeft. Volgens mij heeft hij niets gedaan. Die mocht niet eens buiten naar een boot kijken.'' Ziezo het gereformeerde Zeeuwse jongetje, met nog geen 150 000 euro aan jaarsalaris, dat de Gooise tv-miljonairs fatsoen denkt bij te brengen. Volgens psycholoog Van Ginneken is het zijn 'calvinistische achtergrond en voorgeschiedenis' die het belachelijke uiterlijk van Balkenende heeft bepaald: 'het brave koorknapenkapsel, af en toe fronsende wenkbrauwen, het wijsneuzige studentikoos-professorale brilletje en die zuinige lippen.'

De randstedelijke minachting voor een van de mooiste Nederlandse provincies en haar inwoners geeft te denken. Je ziet die vetgemeste elites kronkelen van het lachen, maar in feite zit achter hun vulgaire leedvermaak een existentialistische vracht aan frustraties en vertwijfelingen verborgen. Hoe kan het toch dat het die houterige Zeeuwse calvino telkens weer lukt ons in een hoekje terug te boksen? Hoe kon hij binnen een jaar twee keer de verkiezingen winnen? En hoe kon hij zo snel en zo gemakkelijk de luchtbel van ons modieuze gidslandje doorprikken?

mailIcon print |