*

 

Verlangen naar wat werkelijk is

René van Woudenberg − 06/05/03, 00:00

René van Woudenberg, hoogleraar ken- en zijnsleer, leidt tweewekelijks een oefening in denken.

Sinds enige tijd ben ik in gedachten bezig met het gegeven dat wij mensen verlangens hebben. Mijn gedachten hierover gingen en gaan verschillende richtingen op. Telkens echter wanneer ze één bepaalde richting opgingen, besefte ik dat als die gedachten correct zouden zijn, ze bijna te mooi zouden zijn om waar te wezen. Ik kan ze het beste samenpersen in een korte en overzichtelijke redenering. Zoals elke redenering, heeft mijn redenering een conclusie. En zoals elke redenering heeft mijn redenering bepaalde uitgangspunten, of (zoals wij in de filosofie zeggen) premissen. Mijn redenering heeft naast een conclusie twee premissen. En wat ik beweer is dat die conclusie volgt uit deze premissen. Ook denk ik dat er enige reden is om te denken dat die premissen wáár zijn. En dus is er ook enige reden om te denken dat de conclusie waar is. Ik zal nu eerst de redenering op overzichtelijke wijze weergeven. Daarna zal ik de twee premissen en de conclusie van enige toelichting voorzien.

De redenering luidt als volgt:

1) Voor elk natuurlijk verlangen dat we hebben geldt dat er werkelijk bestaande objecten zijn die dat verlangen kunnen vervullen.

2) Wij mensen hebben een natuurlijk verlangen (en ik noem dit verlangen voor het gemak Sehnsucht) dat zodanig is dat het door niets op aarde vervuld kan worden.

Conclusie: Er is een werkelijk bestaand object dat onze Sehnsucht kan vervullen.

Ter toelichting van premisse 1: de verlangens waaraan ik hier denk noem ik 'natuurlijk' omdat ze aangeboren zijn. Het zijn verlangens naar eten en drinken, kennis en schoonheid, seks en vriendschap. Naar deze dingen verlangen we 'op een natuurlijke manier', evenals we 'op een natuurlijke manier' ons afwenden van hun tegendelen: honger, onwetendheid, eenzaamheid en wat lelijk is.

Lang niet al onze verlangens zijn 'natuurlijk', vele zijn 'kunstmatig' en 'aangeleerd', zoals het verlangen naar een Rolls Royce, of het verlangen minister-president te zijn of om als Batman door de lucht te kunnen zweven of om met Mozart in gesprek te zijn. (Dat natuurlijke verlangens 'aangeboren' zijn, betekent uiteraard niet dat ze al gelijk in de wieg zichtbaar zijn. Het verlangen naar vriendschap is niet reeds in de wieg zichtbaar, wél aangeboren net als het tweede gebit, na de melktanden.)

Ik ben geneigd om te denken dat deze twee soorten verlangens in ten minste twee opzichten van elkaar verschillen. Het eerste opzicht heb ik al aangeduid met de tegenstelling natuurlijk-kunstmatig. Maar ik kan dit nog iets nader preciseren door eraan toe te voegen dat de natuurlijke verlangens 'van binnen uit' komen, 'uit onze natuur', terwijl de kunstmatige verlangens 'van buiten af' komen, opgewekt worden door de samenleving waar we deel van uitmaken, door de reclames waarmee we bekogeld worden, door de romans die we lezen en door de films die we zien.

Het tweede opzicht waarin natuurlijke verlangens verschillen van kunstmatige is dit: wanneer een natuurlijk verlangen van Margriet onvervuld blijft, bijvoorbeeld het verlangen naar eten en drinken, beklagen we haar. Onvervulde natuurlijke verlangens zijn deprivaties, noodzakelijkerwijs en zonder uitzondering. Maar onvervulde kunstmatige verlangens zijn dat niet. We zullen Margriet die verlangt naar een Rolls Royce maar er geen heeft niet beklagen, en Achmed die verlangt naar het minister-presidentschap maar het niet krijgt, evenmin.

Wanneer we nu verder alleen letten op natuurlijke verlangens, dan kunnen we constateren dat voor al dergelijke verlangens geldt dat ze vervuld kunnen worden. We verlangen naar eten en drinken en zie, eten en drinken bestaan. We verlangen naar schoonheid en zie, er bestaan schone dingen. We verlangen naar intimiteit en vriendschap en zie, er bestaan potentiële partners. Tot nu toe heb ik nog geen verlangen kunnen bespeuren dat ik zowel als 'natuurlijk' zou willen aanmerken en waarvoor geldt dat het object ervan niet werkelijk bestaat. Aldus kom ik uit bij de volgende hypothese: als een verlangen natuurlijk is, dan bestaat ook het object van dat verlangen.

Dit brengt me bij de toelichting van de tweede premisse, die ik bedoel als een ervaringsgegeven. Mensen hebben, zo denk ik (en zo zegt de tweede premisse), een natuurlijk verlangen naar iets dat verder reikt dan eten en drinken, dan kennis en schoonheid, dan seks en vriendschap. Veel mensen noemen deze Sehnsucht 'verlangen naar God' en velen zeggen, als je goed naar ze luistert, dat hun Sehnsucht niet vervuld is, ook al zijn al hun andere verlangens vervuld.

Ik ben sterk geneigd deze tweede premisse als waar te beschouwen. Mijn redenen hiervoor zijn de mensen die ik spreek, verhalen die ik hoor en vooral wat ik lees in de klassiekers uit de wereldliteratuur. Telkens proef ik, soms sterker, soms zwakker, de Sehnsucht. En dat lijkt een 'natuurlijk' verlangen, een verlangen 'van binnen uit'.

Maar als dat zo is, dan volgt uit de twee premissen dat het object van de Sehnsucht, ook werkelijk bestaat.

Het is deze redenering die me bezighoudt als ik over verlangens nadenk. En ik ben er nog lang niet over uitgedacht. Want ik zou graag nog willen weten (a) of het onderscheid tussen natuurlijke en kunstmatige verlangens niet nog verder kan worden uitgewerkt, (b) hoe ik moet reageren op mensen die zeggen zonder Sehnsucht te zijn en vooral (c) of de aard van de Sehnsucht ons iets leert omtrent het object ervan.

mailIcon print |