*

 

Einde hoogovens Luik catastrofe voor Wallonië

Van onze correspondent − 25/01/03, 00:00

BRUSSEL - De hoogovens van Cockerill Sambre in Luik worden waarschijnlijk over drie jaar stilgelegd. De sluiting betekent een catastrofe voor Wallonië. Volgens de vakbonden staan 7000 banen op het spel.

Arcelor, de Luxemburgse moedermaatschappij, maakte gisteren bekend dat het vier Europese vestigingen zal sluiten. Het gaat om hoogovens die niet in de buurt van zeehavens liggen. Ook de Duitse vestigingen in Eisenhuttenstadt en Bremen en in het Franse Florange gaan dicht. In Luik blijft mogelijk nog wel een koude productie van staal overeind. De ovens worden niet meer gemoderniseerd.

Volgens de raad van bestuur bestaat er binnen de Arcelor-groep een structurele overcapaciteit. De warme productie zal daarom geconcentreerd worden in de rendabele vestigingen, dicht bij zee.

De vakbonden zijn overrompeld en boos. Verschillende Belgische ministers hebben volgende week een onderhoud met de top van Arcelor, in de hoop de schade voor Luik te beperken. Aan premier Verhofstadt is gevraagd de zaak aan te kaarten bij zijn Europese collega's.

De zware staalindustrie aan de oevers van de Maas en de Sambre was decennia de kern van de Waalse en Belgische industrie. De Britse ondernemer Cockerill startte, op aandringen van koning WillemI, in het begin van de negentiende eeuw in Seraing een metaalfabriek. Hij bouwde een imperium uit, van hoogovens tot afgewerkte producten.

Een keerpunt kwam na de Tweede Wereldoorlog. Wallonië zat met een totaal verouderde staalindustrie opgezadeld. De genadeklap kwam er met de oliecrisis van de jaren zeventig, toen er in de regio 40000 banen verloren gingen. De staalbedrijven kwamen in buitenlandse handen.

Sinds 2001 is Cockerill Sambre onderdeel van Arcelor, een fusiebedrijf van het Franse Usinor, het Luxemburgse staalbedrijf Arbed en het Spaanse Aceralia.

mailIcon print |