PvdA en CDA zijn geen opgelegde coalitiegenoten. Het ging vaker mis dan goed tussen de twee partijen. En inmiddels zijn er, onder invloed van de liberale tijdgeest, nieuwe obstakels die de leiders eerst moeten wegnemen.
Voor velen is Balkenende een arrogant politiek leider die de uitslag van de kiezers niet respecteert. Hij blijft immers vasthouden aan zijn voorkeur om te regeren met de VVD terwijl beide partijen geen parlementaire meerderheid hebben. Het is echter niet zozeer arrogantie van de confessionele leider die deze positie verklaart. Het is eerder de 'natuurlijke' neiging van het CDA en zijn voorgangers om over rechts te regeren.
Professor Daudt heeft lang geleden al de stelling geponeerd dat confessionelen zich uitsluitend 'in uiterste noodzaak' laten dwingen om een kabinet te formeren met die 'duivelse rooien'. Deze stelling heeft inmiddels wel enige wetmatigheid verkregen. Als we de wederopbouw buiten beschouwing laten hebben de confessionelen sinds 1958 slechts 10 jaar samen met de PvdA op het regeringspluche gezeten en 22 jaar met de VVD. Daar komt nog bij dat drie van de vier PvdA-CDA-kabinetten de rit ook niet hebben uitgezeten. Alleen Lubbers en Kok hielden een centrum-linkse coalitie overeind tot de eindstreep. Het ziet er dus niet best uit voor Wouter Bos.
Immers, er is geen sprake van een 'uiterste noodzaak'. Er is, traditiegetrouw, een rechtse meerderheid in Nederland en dus hebben CDA, VVD en LPF een comfortabele meerderheid van 80 zetels. Programmatisch zijn de rechtse partijen al tot overeenstemming gekomen en heeft Balkenende, toen hij de val van het kabinet aankondigde in de Tweede Kamer, nadrukkelijk gesteld dat er geen inhoudelijke conflicten zijn. Het waren die Heinsbroek en die Bomhoff (een ex-PvdA'er dus dat verklaart alles) die heibel maakten. Nu de LPF onder Herben en Maas de boel intern weer op orde heeft is er dus alle reden, volgens Balkenende, om het herstel van de rechtse coalitie te bestuderen.
Natuurlijk heeft Balkenende in de verkiezingscampagne wel gezegd dat het niet geloofwaardig is om weer met de LPF in zee te gaan (Betrouwbaar Balkenende), maar dat was uitsluitend een tactische manoeuvre. Het ging er om dat kiezers die een voortzetting van het rechtse beleid wilden absoluut niet op de VVD of LPF moesten stemmen, maar op het CDA. Het moet gezegd: dat was een zeer sluwe tactiek van het CDA-campagneteam. Niet alleen is de traditionele achterban van het CDA zeer gecharmeerd van deze duidelijke koers naar rechts, ook strategische kiezers kwamen nu bij het CDA uit. Immers, wanneer Balkenende de mogelijkheid open had gehouden voor een regering met de PvdA dan had Zalm onmiddellijk geroepen dat een stem op het CDA eigenlijk een stem op Wouter Bos is. De verkiezingen waren dan een strijd geworden tussen Zalm en Bos. Nu ging de race tussen premier Balkenende en nieuwkomer Bos. Een makkie dus.
Het dreigde echter mis te gaan toen de charmes van Bos electoraal wel erg vruchtbaar leken te worden. De PvdA klom bijna een zetel per dag in de peilingen en Balkenende bleek toch niet de waardige 'Vader des Vaderlands' die nodig is om de zogenaamde premierbonus binnen te halen. Maar daar had het CDA inmiddels iets op gevonden. Gewoon aan Bos vragen, die duidelijk had aangegeven dat hij in de Tweede Kamer zou blijven, wie dan de premier van Nederland moest worden als de PvdA de verkiezingen zou winnen. Nu moest Bos met een naam komen.
Bij het CDA zat men al te gniffelen: het werd vast en zeker iemand die besmet was met het 'paarse virus' die er medeplichtig aan is dat Nederland in één grote puinhoop is veranderd. Een mooi scenario: niet meer met die verdraaid populaire Bos in debat, maar met een ouderwetse PvdA-regent. Het verliep echter niet helemaal volgens plan. Het lukte Bos om tot de zondag voor de verkiezingen de strijd tussen hemzelf en Balkenende te laten gaan en toen eindelijk Cohen uit Amsterdam was losgeweekt bleek deze ook nog een zeer populaire politicus te zijn. Maar het maakte allemaal niet uit, want de CDA-strategie was grotendeels gelukt. Het CDA bleef, zij het nipt, de grootste partij en Balkenende kan zijn tweede kabinet gaan formeren.
Er is geen sprake van uiterste noodzaak om met de PvdA te regeren en dus moet een informateur eerst maar eens uitgebreid gaan studeren hoe die vreselijk onverantwoordelijke en niet-solide PvdA uit de regering kan worden gehouden. Wel staat die vervelende kiezers uitspraak met die enorme winst voor Wouter Bos nog in de weg.
Het heeft er dus alle schijn van dat, na de zeer uitzonderlijke jaren negentig waarin de PvdA met de VVD en D66 de confessionelen uit de regering kon houden, er sprake is van een 'restauratie' van de traditionele verhoudingen. De drie grote partijen verzamelden weer bijna driekwart van alle stemmen en het CDA heeft zijn spilpositie heroverd op de PvdA, zodat de confessionelen weer de kleur van de regering bepalen. Maar deze restauratie is slechts schijn, want er is een aantal drastische wijzigingen onder de oppervlakte van stembusuitslag te zien. Ik heb het dan niet over de schijnbaar diepgevoelde weerzin bij het electoraat ten aanzien van de 'politieke klasse' die elkaar mooie baantjes toeschuift of over de woede van veel mensen dat in een rijk land als Nederland de publieke sector is verschraald, de onderinvestering in het onderwijs en het openbaar vervoer zichtbaar wordt. Op deze ontwikkelingen heeft Pim Fortuyn al gewezen, maar zijn revolutie is gekeerd door de moord op Fortuyn zelf en het wanstaltige geklungel van zijn politieke erflaters.
De grootste veranderingen worden ook niet veroorzaakt door kiezers die in beweging zijn. Uit verkiezingsonderzoek blijkt duidelijk dat de meeste Nederlanders vrij stabiel zijn in hun politieke visie en stemgedrag en het percentage 'switchers' schommelt al decennialang tussen de 27 en 35 procent van het electoraat. De belangrijkste verandering daarentegen zit in de ideologische en organisatorische transformatie van politieke partijen, met name de PvdA en het CDA. Dat levert nieuwe obstakels op voor de samenwerking tussen PvdA en CDA.
De PvdA is niet langer een duidelijk linkse partij, maar zij is in de afgelopen twee decennia getransformeerd tot een voorloper van de zogenaamde Derde Weg sociaal-democratie. Dit gedachtegoed komt erop neer dat sociaal- democraten op het macro-economisch gebied en voor wat betreft de staatsfinanciën een neoliberale koers varen, zich duidelijk repressiever opstellen op het terrein van criminaliteit en veiligheidsvraagstukken, maar blijven benadrukken dat sociale rechtvaardigheid en herverdeling noodzakelijk zijn. Zeg maar sociaal-democratie light, met een scheutje liberalisme. De PvdA heeft gedurende deze transitie grote moeite gehad om haar traditionele doel te bereiken, namelijk het bewerkstelligen van de solidariteit tussen de onderklassen en de middengroepen.
Ook het CDA heeft een drastische koerswijziging ondergaan. Het is veranderd in een liberaal-conservatieve partij. Op programmatisch vlak heeft ook het CDA de laatste decennia in grote lijnen liberale ideeën over de parlementaire democratie, de staat en de markteconomie overgenomen. Ook het CDA heeft grote moeite zijn oorspronkelijke karakter van volkspartij te behouden, een klassencoalitie die het hele sociale spectrum bestrijkt.
Het is met name de opwaartse mobiliteit van de traditionele arbeidersklasse en het ontstaan van een zeer diffuse en heterogene nieuwe onderklasse die de oude strategieën van de grote partijen bemoeilijkt. Hierop moeten PvdA en CDA een antwoord vinden, anders doen politieke entrepreneurs als Fortuyn dat wel. De partijen kunnen elkaar wellicht vinden omdat ze allebei de liberale kant zijn opgegaan. Maar het CDA zal zich dan afvragen waarom ze niet gewoon met de liberalen zou regeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.