Het gaat niet goed met de leraar (m/v). Ooit had hij een blinkend naambord naast zijn deur, net als de dokter. Nu wordt hij meewarig aangekeken als op een feestje zijn werk ter sprake komt. De Verdieping besteedt deze maand extra aandacht aan de problemen van onderwijsgevenden. Er is weinig animo om leraar te worden. Wat is er waar van de klachten over het beroep: andere omgangsvormen, een laag salaris, Zoetermeerse plannen? Is er nog toekomst voor de klas? Vandaag: wanneer noemt een leerling de leraar eigenlijk 'goed'?
Niet alleen de leerlingen van nu, maar iedereen die op school heeft gezeten weet dat leraren in hun aanpak sterk kunnen verschillen. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben een vragenlijst ontwikkeld voor leerlingen en leraren. Aan de hand van hun antwoorden kunnen docenten ontdekken in hoeverre ze lijken op een van de acht verschillende typen leraar.
Het directieve type heeft de touwtjes in handen, let vooral op de vakinhoud en roept zijn pupillen regelmatig tot de orde. Een ideale leraar, zou men denken. Maar al die ordedebatten en de gebrekkige aandacht voor de persoon van de leerling kan dit eerste type soms opbreken.
Bij de gezaghebbende leraar is autoriteit en structuur vanzelfsprekend en krijgen leerlingen de ruimte. Het tolerante en gezaghebbende type, nummer drie, geeft leerlingen nog iets meer ruimte: er blijft orde, maar alternatieve werkvormen als groepswerk en voordrachten stimuleren leerlingen tot deelname. Wellicht iets te ver doorgeschoten is de tolerante leraar: deze besteedt zoveel persoonlijk aandacht en ruimte aan de leerlingen dat het nogal eens rommelig kan worden. Maar zolang dit binnen de perken blijft, kunnen leerlingen zich goed ontwikkelen, rekening houdend met hun eigen tempo.
Bij nummer vijf, het onzeker tolerante type, gaat meer mis. Leerlingen gebruiken de ruimte die deze leraar geeft om te kaarten of te kletsen. Alleen de studiehoofden letten op. De leraar staat vaak met zijn gezicht naar het bord en probeert met een harde stem de leerlingen te overstemmen. Omdat deze leraar wel heel graag zijn pupillen wil helpen, vinden ze hem 'aardig, maar niet goed' en zal het niet snel uit de hand lopen. Dat risico is wel aanwezig bij de onzeker agressieve leraar: deze ziet leerlingen als tegenstanders en wordt snel driftig. Pogingen om met straf te dreigen werken vaak averechts: leerlingen zullen alles aangrijpen om dit type leraar te provoceren.
Dan lijkt nummer zeven, het autoritaire type, het rustiger te hebben. Hij deelt ook straf uit, maar toont zich niet onzeker en leidt de klas. De leerlingen houden hun mond, maar zijn niet erg betrokken bij de les omdat eigen initiatief vaak niet wordt beloond. Deze leraar - vaak gaat het om een oudere docent - wil ook nog wel eens sarcastische en kleinerende opmerkingen maken. In ieder geval zal hij het langer volhouden dan het laatste type, de moeizaam dominerende leraar. Deze probeert de orde te bewaren door afwisselend agressief en tolerant te zijn, waarbij hij zijn onzekerheid niet kan verbloemen. Hij werkt zijn lesstof routinematig en klassikaal af en vertoont steeds sterker tekenen van vermoeidheid.
Het gaat de onderzoekers overigens niet om te beschrijven dat de ene docent beter is dan de andere. Volgens hen kunnen schoolleiders en docenten op deze manier een duidelijker beeld krijgen van de stijl van lesgeven. Op die manier kunnen ze bijvoorbeeld kijken in hoeverre de stijl die leerlingen rapporteren afwijkt van het beeld dat de leraar zelf heeft; of in de gaten houden of een docent zich ontwikkelt van de ene naar de andere stijl.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.