Holland groeit weer! Holland bloeit weer!', kopte de Oranjebode begin februari 1943, ter gelegenheid van de geboorte van princes Margriet. Het wordt beschouwd als het eerste nummer van Trouw, dat zestig jaar geleden ondergronds verscheen. De edities die gedurende 27 oorlogsmaanden verschenen zijn vanaf vandaag te lezen op www.illegaletrouw.nl. De nu 60-jarige bracht troost en verbondenheid, maar oogstte soms ook felle kritiek. Op deze pagina een blik in de journalistieke keuken van toen. Op pagina 15 volgt de toekomst: is het dagblad bestand tegen vrieskou en tegenwind.
In de 27 maanden van zijn illegale bestaan stelde Trouw zich onbuigzaam op jegens de Duitse bezetter. Meestal wist de redactie feilloos aan te geven wat goed en wat kwaad was. Maar af en toe kwam de krant voor een dilemma te staan. Hoe bijvoorbeeld te reageren op de oproep aan mannen in de Randstad om aardappels te gaan rooien in Drente?
' LEVENSVERLIES EN LEVENSBEHOUD' luidt de kop van het belangrijkste artikel op de voorpagina van het novembernummer van 1944 van het illegale Trouw ('Tweede jaargang, Nr. 16', het laatste nummer met het hoofd van koningin Wilhelmina in het logo).
Het is de 'opening krant', zoals dat in het vakjargon heet, waarin normaal gesproken het belangrijkste nieuws staat. Maar die journalistieke wet kan voor de verzetskrant niet opgaan, want ze verschijnt slechts eens in de drie, vier weken, moet onder moeilijke omstandigheden vervaardigd worden, heeft niet de beschikking over hulpmiddelen als bijvoorbeeld een persbureau (al is er wel een 'luisterpost' om buitenlandse radiostations op te vangen) en kan om al die redenen niet of nauwelijks actueel zijn.
Het openingsverhaal is bedoeld als een hart onder de riem. ,,Ons land zit, laten we het maar eerlijk bekennen, op het ogenblik zwaar in de benauwdheid.'' De auteur - zo goed als zeker de latere hoofdredacteur Bruins Slot - geeft geen voorbeelden, maar de lezers weten precies wat hij bedoelt. Nog geen twee maanden geleden - 5 september, op Dolle Dinsdag - leek de bevrijding binnen handbereik. Amper zes weken terug gaf Montgomery het startsein voor de operatie Market Garden, de Slag om Arnhem, maar die is op een mislukking uitgedraaid. De weken erna is de Duitse bezetter begonnen met grootscheepse razzia's om mannen te vinden die de Duitse economie draaiende moeten houden, of die in het oosten van Nederland verdedigingslinies moeten aanleggen of versterken - 'spitters' worden ze genoemd.
,,We zijn overweldigd, we worden zwaar geknecht, en we kunnen er niet tegenop. Zoo is de conclusie van menigeen.'' Maar de schrijver waarschuwt vervolgens met kracht tegen defaitisme: ,,Niets is gevaarlijker dan lijdelijkheid''. Het artikel roept op tot verzet tegen de bezetter: ,,Blijft U onttrekken aan den greep van den vijand. Meldt U nimmer als hij U oproept om voor hem te werken. Poogt te ontvluchten als ge door hem gegrepen zijt.''
Het stuk is geheel in lijn met de doelstelling van Trouw, zoals die door de oprichters in het voorjaar van 1943 is verwoord in een memorandum aan de regering in ballingschap in Londen. Een van de punten die geleid hebben tot 'het vestigen van Trouw' is 'het aankweeken in zoo groot mogelijken omvang van een op principieelen grondslag berustend verzet tegen de nazificeering en de daarmee gepaard gaande inschakeling in de Duitsche oorlogsvoering'. Daarom doet een ander artikel in het novembernummer van 1944, geplaatst op pagina 2 onder het kopje 'Aardappel-rooien', zo vreemd aan. Daarin komt de schrijver - waarschijnlijk weer Bruins Slot - na veel omtrekkende bewegingen tot de conclusie dat Nederlandse mannen, woonachtig in de Randstad, toch maar moeten ingaan op de oproep om aardappels te gaan rooien in Drente. Er is weliswaar het risico van 'terstond of later voor de Duitsche doeleinden misbruikt te worden', maar 'het groote belang van de afweer van hongersnood' moet meer gewicht in de schaal leggen. Niemand heeft nog weet van de naderende hongerwinter, maar de vooruitzichten zijn in de herfst van 1944 al ronduit slecht.
Het stuk van nog geen zeshonderd woorden leidt tot grote commotie in kringen van het verzet en van Trouw, vooral in de zogeheten verspreidersgroep, de vele mensen die met gevaar voor eigen leven zorgdragen voor de verspreiding van de illegale krant. Is Trouw hier niet bezig zijn beginselen te verkwanselen? En wordt de vijand op deze manier niet op een ongehoorde manier in de kaart gespeeld?
De oproep tot het aardappelrooien is afkomstig van rijkscommissaris Seyss-Inquart en ondertekend door de burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam, de NSB'ers Voûte en Müller. De twee laatsten laten midden oktober 1944 in de gelijkgeschakelde pers een mededeling plaatsen met een aanbod 'dat in menig opzicht aanlokkelijk klonk', schrijft dr. L. de Jong in deel 10B van zijn standaardwerk 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'. De aardappelrooiers krijgen kost en inwoning (de achterblijvende gezinsleden mogen hun voedselbonnen gebruiken), per hectare gerooide aardappelen mogen ze 250 kilo voor eigen gebruik houden, en de tewerkstelling zal niet langer dan vier weken duren. Bovendien geeft de bezetter de garantie dat de rooiers niet ingezet zullen worden voor het eigenlijke 'spitten': het aanleggen van verdedigingswerken.
Bruins Slot komt voor een duivels dilemma te staan, net als de Contact-Commissie der Illegaliteit waarin hij zitting heeft en die onder voorzitterschap staat van de latere minister-president Willem Drees. ,,Zeggen we: Neen!'', aldus Bruins Slot, ,,dan zou men ons in de zeker komende voedselnood kunnen beschuldigen. Zeggen we: Ja!, dan zou men ons bij een eventuele wegvoering van de arbeiders of inbeslagname der geoogste producten eveneens kunnen beschuldigen.''
De Contact-Commissie komt er niet uit en besluit een tussenpositie in te nemen. In een verklaring aan de illegale groepen in het land staat het door Bruins Slot verwoorde dilemma omschreven: ,,Het accepteren van het rooi-aanbod brengt zonder twijfel risico's van wegvoering der arbeiders met zich. (...) Niettemin wordt het niet verantwoord geacht, de rooi-actie speciaal tegen te werken.'' Geen ja en geen nee dus.
Radio Oranje denkt daar vanuit Londen geheel anders over. Twee dagen na de oproep van Voûte en Müller roept de chef van het station, de schrijver A. den Doolaard, om dat mensen die naar Drenthe willen gaan in de val van de Duitsers lopen. Bovendien: wie geeft de garantie dat de aardappels ooit de steden in de Randstad - met name Amsterdam - bereiken? ,,Waarschijnlijker is dat ze in oostelijke richting zouden verdwijnen. Nog waarschijnlijker dat de Amsterdammers, eenmaal in Drente aangekomen, door de Duitsers als schansgravers zouden worden misbruikt. De heer Voûte is fout en de oproep waar allereerst zijn naam onder staat, is ook fout.''
Andere ondergrondse kranten keren zich ook tegen het rooien. 'De Vrije Pers', een overkoepelend orgaan van illegale bladen in Rotterdam en om streken, houdt de lezers dringend voor niet op de oproep in te gaan. Dat heeft succes, schrijft de historicus Peter Bak in zijn boek 'Harde koppen, rechte lijnen', dat in 1993 bij het vijftigjarig bestaan van Trouw verscheen. ,,Van de achttienhonderd Rotterdammers, die zich al hadden gemeld, waren er uiteindelijk maar tweehonderd komen opdagen.''
Na veel wikken en wegen neemt Trouw een eigen standpunt in, anders dan dat van Radio Oranje en van De Vrije Pers en ook anders dan de opstelling van de Contact-Commissie. De krant zet de argumenten pro en contra keurig op een rijtje. Aan dat rooien zit 'een lelijk luchtje', geeft de auteur toe, het komt 'zoo angstwekkend dicht bij het spitten', het werk aan de verdedigingslinies. ,,Wij weten, dat de Duitschers Nederland van mannen willen ontdoen.'' Maar als de bezetter zijn belofte gestand doet, en de rooiers niet elders worden ingezet, 'zal de hongersnood in zijn meest rauwen vorm kunnen worden voorkomen'.
Uitvoerig gaat de schrijver in op de spoorwegstaking, die in de rooikwestie een cruciale rol speelt. Die staking is uitgeroepen op 17 september, de dag dat de operatie Market Garden is begonnen. Voorkomen moet worden dat de Duitsers over het spoor versterkingen kunnen laten aanrukken om de geallieerde opmars te dwarsbomen. Maar door die spoorwegstaking is ook de toevoer van aardappelen naar de Randstad stil komen te liggen, hoont de legale, Duitsgezinde pers. Onzin, aldus Trouw, die toevoer gebeurde per schip en die is door de Duitsers bewust stilgelegd. Daarmee hebben zij geprobeerd 'de spoorstaking, die hun militairen vervoer zwaar belemmerd (!), te breken door het dichtbevolkte Holland het mes van den honger op de keel te zetten'.
Met dat laatste dreigt de auteur zichzelf klem te zetten, want tegenstanders van het aardappelrooien beweren nu juist dat het werk op de velden in Drenthe een gevaar voor die spoorstaking inhoudt. Want als je ermee akkoord gaat dat er piepers uit de grond worden gehaald teneinde een hongersnood in het westen van het land te voorkomen, ga je er per definitie ook mee akkoord dat die piepers de Randstad beréiken. En wat ligt er meer voor de hand dan vervoer per spoor, nu het vervoer per schip is stopgezet? De schrijver redt zich er uit door de belofte van de Duitsers aan te halen: ,,De aardappelen zullen dan per schip naar Holland worden gebracht''. De woorden 'dan per schip' zijn voor alle zekerheid vet afgedrukt.
De verspreiders van Trouw zijn allerminst overtuigd, sommigen weigeren het nummer zelfs te distribueren. In zijn dissertatie 'Een 'meneer' van een krant, Trouw en Bruins Slot 1943-1968' beschrijft Peter Bak enkele reacties. Een verspreider uit Rotterdam laat de redactie in Amsterdam weten: ,,U begrijpt wel dat het grote vertrouwen dat men had in ons blad, hierdoor zeer geschokt is. Er wordt gezegd: Trouw gaat lijnrecht tegen een Regeringsopdracht in.'' Andere verspreiders proberen de lezers 'zoveel mogelijk de zaak wat nader uit te leggen'. Volgens Bak krijgt een hoofdverspreider uit Den Haag van iemand uit het verzet te horen: ,,De schrijver zat zelf kennelijk zonder piepers.''
Het argument dat de rooiers slechts een niet-militaire taak krijgen, gaat niet op, vinden de verspreiders. Dat is een naïeve gedachte van de redactie. Want als er mensen uit de Randstad naar het noordoosten van het land komen, worden er Drentenaren 'vrijgespeeld' die vervolgens als 'spitters' aan de verdedigingswerken moeten gaan werken.
Sommigen uit het verspreidingsapparaat dringen aan op rectificatie, maar die is er nooit gekomen. De redactie laat zich ook niet zoveel gelegen liggen aan de opvattingen van het technisch apparaat. Uit die hoek komt wel vaker kritiek: Trouw is veel te beschouwend, bevat vaak onleesbare verhalen en heeft te weinig artikelen 'die het 'm doen', zoals een van de verspreiders het gevoelen verwoordt. Maar de redactie is van oordeel dat zij, en zij alleen, de inhoud van de krant bepaalt.
Wie op de website van het illegale Trouw in de zoekmachine het woord 'aardappelrooien' intikt, stuit op het omstreden artikel uit begin november 1944. Wie slechts het woord 'aardappel' intikt, ziet nog vier andere 'hits'. De vierde en laatste slaat op het nummer dat eind november 1944 is verschenen: in de populaire rubriek 'U moet weten' (meestal van de hand van E. van Ruller, met Bruins Slot, Gesina van der Molen en Jan Schouten, oprichter van Trouw en in feite de enige echte journalist van het kwartet) wordt gewag gemaakt van de oogst (begin november moet er nog drieduizend hectare gerooid worden) en van het soms moeizame vervoer van de aardappelen van het noorden naar het westen van het land. ,,Dit ligt aan de omstandigheid dat de Duitschers geregeld de dienstdoende sleepbooten vorderen voor hun diensten.'' Maar geen woord over de oproep om naar Drenthe te gaan.
Het artikel over het aardappelrooien is volgens Bak voortgekomen uit 'een zeldzaam moment van weifeling' bij Bruins Slot, de man die verder altijd zo standvastig was. Een directe rectificatie is er dan wel nooit gekomen, uit de verdere nummers van Trouw blijkt dat het standpunt in de rooikwestie een uitzondering is geweest. In de uitgave van begin december 1944 staat een vlammend betoog tegen het plan van de Duitsers om een algemene meldingsplicht voor alle mannen van zeventien tot veertig in te voeren. ,,Het moet nu uit zijn! De Duitsche slavendrijvers moeten nu niet één mensch vrijwillig meer vangen. Het is genoeg geweest! We kennen allen in deze maar één woord en dat is V E R Z E T!''
Wat de impact van het 'rooi-artikel' is geweest, is niet te achterhalen. Het bewuste nummer van Trouw is gedateerd 'begin november' 1944, twee à drie weken na de oproep van Voûte en Müller. En het heeft daarna nog wel een paar weken geduurd voordat de krant onder ogen van alle lezers was gekomen. Doorgeven is namelijk het motto: ,,Ieder exemplaar moet stuk- gelezen worden'', aldus de redactie. ,,Dat is de enige geoorloofde wijze van vernietiging.''
Dr. L. de Jong weet ook niet of de rooi-actie, in de ogen van de bezetter, succes heeft gehad. Zoals al gezegd, was de opkomst in Rotterdam ronduit matig. Burgemeester Voûte schatte dat in Amsterdam vijfduizend vrijwilligers zich zouden melden - het werden er slechts 2500. Uit Den Haag gingen niet meer dan zeventig rooiers naar Drenthe. ,,Hoeveel aardappelen zij gerooid hebben, is ons niet bekend'', aldus De Jong, ,,vaststaat dat alle rooiers naar en via Amsterdam konden terugkeren''.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.